De bewooners geneeren zig meestal met de melkerij, er liggen geene
moestuinen; er worden voords eenige gewoone Ambachten geoefend—er is
ook een Chirurgijn.
In de geschiedenis deezer buurt, zoude geheel niets aantekeningswaardig
gevonden worden, ware het niet, dat zij, met groote voorkeur ten
getuige verstrekte, van de elende waarmede het lieve Vaderland in den
jaare 1787, door den geessel des binnenlandschen oorlogs, geteisterd
geworden.
Daar de Pruissen aan dien kant zouden komen afzakken, werd de buurt
weldra door gewapende burgers van Amsteldam en van elders bezet; en o!
hadden wij ter hunner eere mogen hooren getuigen dat zij er zig niet
schuldig gemaakt hadden aan die baldaadigheden, waarmede de
loontrekkende soldaat gemeenlijk de oord, waarin hij ter bescherminge
gelegen wordt, doet gevoelen dat hij er is! alrede door het woeste
krijgsmans leven van het pad der beminnelijke burgerlijke bedaardheid
en geschiktheid afgeleid, hebben zij ’er, in navolging van den
bezoldeling, verscheidene merktekenen van hun daarzijn nagelaaten;
intusschen moeten wij, naar ingewonnene berichten, ook bekennen, dat
zij zig, toen ’t op een staan en vechten aankwam, als dappere helden
gedragen hebben; zodanig, dat men verzekert, hadde men te Ouderkerk
stand gehouden, de Pruissen zouden aan de Duivendrechtsche brug nimmer
hun oogmerk bereikt hebben; vier batterijen, hadden de patriotten
rondsom Het huis de hoop, meergemeld, opgeworpen, van dewelken zij de
Pruissen bij hunne herhaalde aannaderingen, ook gelijke maalen,
dapperlijk begroetteden, met dat gewenscht gevolg dat er veelen van hun
vielen; de tekens hunner afgezondene kogels zijn nog hier en daar, met
naame in de muuren van de poort der gemelde hofstede Welmeer, te zien:
de overtoom waar van wij boven gesproken hebben, was weggebroken, zo
ook de tolbrug; (men voer toen weder met eene schouw over,) en al het
hinderend geboomte omgehakt, zo dat zij hunnen vijand op eene vlakte
voor zig hadden; echter behoefden zij met hun geschut maar zeer smalle
wegen te bestrijken, (het platte land, stond rondsom ruim drie à vier
voeten hoog onder water;) het welk ook met zo veel moed en snelheid
gedaan werd, dat er, gelijk gezegd is, veele Pruissen door hun ter
nedergelegd werden; allerbenaauwdst zag ’t er toen in deeze oord uit,
en die akeligheid vergrootte niet weinig toen de Vaderlanders, door dat
Ouderkerk verlaten was, geraden vonden, of liever genoodzaakt werden,
aftetrekken, en de geheele buurt derhalven door de Pruissische
soldaaten overstroomd werd; zij kwamen er in; als raazenden vielen zij
op alles aan, want de dappere tegenstand welke zij, zekerlijk buiten
verwachting, ontmoet, en het volk dat zij verloren hadden, had hun
verbitterd; meest moest de meergemelde herberg ’t Huis de Hoop lijden;
want zij hadden hetzelve, wegens de batterijen waardoor het van rondsom
beschermd, (in hunne oogen beschermd) werd, voor een of ander huis van
aanzien, mogelijk wel voor een Dorps Raadhuis gehouden, en hadden ook
alle mogelijke moeite gedaan om het zelve tot een puinhoop te schieten:
dan, allerwonderbarelijkst werd dat huis bewaard; want de Pruissen
pointeerden hunne stukken zodanig, dat zij telkens over hetzelve heen
schooten, en als zij het raakten was het slechts aan de randen der
hardsteenen waarmede de gevel gedekt is, gelijk men zulks dan nog
werkelijk in oogenschouw kan neemen—de bewooner van dat huis, houdt die
beklagenswaardige gebeurtenis voor de grondoorzaak van zijn
onherstelbaar bederf, want behalven dat sedert dien tijd een algemeen
verval in het land plaats heeft, en zijne herberg derhalven vrij
schaarser dan weleer bezocht wordt, begroot hij zijne geledene schade,
zo aan zijn huis als goederen, op ruim 1000 guldens, waarvan hem, in
gevolge van groote daartoe aangewende moeite, naauwlijks 350 guldens
vergoed zijn: de Jooden, (men weet welke rol deeze, in die
tijdsomstandigheden, gespeeld hebben,) hadden verscheidene van zijne
meubelen gekocht, die hij naderhand, waarschijnelijk ten dubbelden en
driedubbelden prijze, weder heeft moeten inkoopen.