KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.

Weleer had dit dorp een ruime en luchtige Kerk, met een groot choor,

waarvan het dak verre boven dat der Kerk uitrees: de toren was

vierkant, en pronkte tot in den jaare 1674 met een hoogen spitsen kap,

die op den eersten Augustus van dat jaar, tot op het muurwerk des

gebouws nedergeslagen werd: de spits werd naderhand weder opgebouwd,

echter niet zo hoog, hoewel zij zig nog vrij verre vertoonde; doch het

gebouw geheel bouwvallig geworden zijnde, werd in den jaare 1774

afgebroken, en op dezelfde plaats eene geheel nieuwe en nette Kerk

gesticht: zijnde den eersten steen daarvan gelegd door den Heer

Balthazar Nolthenius, Zoon van den Heere Mr. Jeronimus Nolthenius, toen

Secretaris van Ouder-amstel: deeze Kerk heeft van binnen niets

bijzonders, hoewel zij van buiten eene zeer aangenaame vertooning

maakt.

Ten tijde dat de Roomsche Godsdienst in deeze landen de heerschende

was, was de Kerk van dit plaatsjen toegewijd aan den Paus en Martelaar

Urbanus, wordende de Pastorij door de Hollandsche Graaven begeven; het

inkomen van den Priester bestond uit 39 rhijnlandsche guldens van

zekere landvruchten, als mede uit de voordbrengzelen van 6 morgen lands

onder Abkoude, en evenveel anderen onder het ambacht Ouderkerk.

Toen de Hervormde Godsdienst de heerschende was, werden de Kerken van

Amstelveen en Ouderkerk door een zelfden Predikant bediend; doch

omtrent den jaare 1595, viel desaangaande eenige verandering voor,

zodanig dat Ouderkerk zig in het kerklijke met Diemen vereenigde,

wordende deezen beide gemeenten bediend door den Leeraar Lucas

Ambrosius; naderhand Predikant te Amsteldam: toen beide plaatsen in

getal van inwooners merkelijk toegenomen waren, ontving ieder eenen

eigen Leeraar; gelijk ieder gemeente ook nog door éénen Leeraar bediend

wordt: beiden staan onder de Classis van Amsteldam.

Een Weeshuis is op dit Dorp niet; de weezen en geallimenteerden worden

onder de ingezetenen besteed.

De Roomschen, die onder Ouderkerk zeer talrijk zijn, hebben er twee

Kerkhuizen.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 57 / 455 题