Der Amsteldammeren zijn veelen, alle welken echter door hen niet
genoten worden: bij verscheidene Graaflijke privilegiën werden zij door
gantsch Holland, Zeeland en Vriesland, vrijverklaard van de Graaflijke
tollen, mits ze kunnen aantoonen jaar en dag poorters geweest te zijn:
poorters van Amsteldam mogen, benoorden de Maaze ten platten lande, in
persoon noch goederen bekommerd worden, ten ware zij op dieverij of
vechterij betrapt wierden: van ouds konden zij voor niet meer dan
honderd ponden uit hunne goederen verbeuren: Amsteldamsche poorters
kunnen in verscheidene steden, volgends onderlinge overeenkomsten,
ervenissen beuren zonder tot betaaling van Exu-geld gehouden te weezen,
als te Dord, Haarlem, Delft, Leiden, Rotterdam, Schoonhoven, Briel,
Alkmaar, en meer andere steden—In 1547 werd die van Amsteldam de
vrijheid verleend van in de Zuiderzee te mogen visschen, mids zig
bedienende van netten die de bepaalde wijdte hadden, en geen versmoorde
visch aan land brengende, enz.