WERELDLIJKE REGEERING.

Deeze bestaat uit een Collegie van 36 Raaden, of Vroedschappen, 4

regeerende Burgemeesters, 9 Schepenen, en één’ Schout: eigenlijk zijn

er 12, zo afgegaane als regeerende Burgemeesteren, die den Oud-raad

uitmaaken, en hunne bijzondere functie hebben: de Vroedschappen

behouden hunne post levenslang, doch Burgemeesteren en Schepenen worden

jaarlijks, op Vrouwendag, veranderd: bij ’t afsterven van één’ der

Raaden, wordt in de opengevallene plaats door het Collegie zelve eenen

anderen verkozen: de Schout wordt door Burgemeesteren, na voorgaand

besluit der Raaden, aangesteld, en blijft aan tot hij bedankt of

overlijdt: er zijn nog vijf Onderschouten, waartoe de Hoofdprovoost van

’t Aelmoesseniershuis, en de Waterschout, of Bailluw van ’t

watergerecht, behooren: ieder deezer Onderschouten, gelijk ook de

Hoofdschout hebben eenige gewapende dienaars onder zig; de

laatstgenoemde heeft ook een’ Secretaris; de gemelde jaarlijksche

verandering van regeerende Burgemeesteren geschiedt uit den Oud-raad

voornoemd, (of zo die niet voltallig is, ook wel buiten dezelven,) door

dien Raad zelven en door Oud- en regeerende Schepenen, bij meerderheid

van stemmen: drie Burgemeesteren worden op gezegde wijze verkozen, en

deezen verkiezen uit de vier van het voorgaande jaar een vierden tot

President, welke post hij drie maanden bekleedt, vervolgens is ieder

andere van drie tot drie maanden President: langer dan twee jaaren mag

geen van hun dienen: van de 9 Schepenen, waarvan één President en één

Vice-president is, gaan jaarlijks 7 af: tot het benoemen van 7 anderen

vervaardigt de Raad een nominatie van veertien persoonen, waaruit door

den Stadhouder 7 benoemd worden: een President en Vice-president worden

vervolgends uit de Oud-schepenen verkozen.

De wereldlijke Regeering van Amsteldam, bestaat voords in het Collegie

van Thesaurieren Ordinaris, zamengesteld uit vier Oud-burgemeesteren;

zij hebben opzicht over stads gelden, doen aanbestedingen,

enz.—Thesaurieren extraordinaris: deezen ontvangen verpondingen,

buitengewoone lasten, enz.—Weesmeesteren, zijnde Oud-schepenen,

meestijds 8 in getal—Commissarissen van huwelijkszaaken—van de

Rekenkamer—van de Assurantiekamer—Commissarissen van de Wisselbank, die

van Kleine Zaaken, zittende over verschillen die beneden de ƒ 600

gaan.—die van de Kamer van Zeezaaken—van de Desolate

boedelkamer—Commissarissen van den grooten Excijns, dat is op graanen,

gemaal, wijnen, azijn, bier, turf en koolen—voords Commissarissen over

den honderdsten en tweehonderdsten penning; wij zwijgen nu van

onderscheidene boden, secretarissen, clerken en verdere mindere

bedienden: de Regeering van Amsteldam heeft voords twee Pensionarissen,

waartoe gemeenlijk geleerde lieden, verkozen worden.

Wegens de Colecten voor de armen, enz. is de Stad ook in eenige wijken

verdeeld, en in iederen wijk zijn twee Wijkmeesters aangesteld, die

hunne bijzondere diensten doen, vooral in het afgeeven van

getuigschriften, waarvoor zij eene vrije bank in de kerken hebben.

SCHUTTERIJ, enz.

De Amsteldamsche Schutterij, is verdeeld in 5 Regimenten, ieder van 12

Compagniën of Vendels, naamlijk het blaauwe, ’t oranje, het witte, ’t

geele en ’t groene regiment; ieder regiment heeft 5 compagnien, en

iedere compagnie bestaat uit 100 man, derhalven zijn er 6000 wakende

Schutters, in 60 wijken verdeeld: behalven dat zijn er nog 4 compagnien

buiten de stads poorten doch binnen derzelver vrijheid: ieder der

gezegde compagniën, (in drie Corporaalschappen verdeeld) heeft een

Capitein, een Lieutenant, een Vendrig, drie Serganten, enz.: over het

geheele ligchaam der schutterij zijn twee Colonellen aangesteld, die

met de 60 Capiteinen, en 60 Lieutenants den vollen krijgsraad

uitmaaken, welke op het stadhuis hunne vergaderplaats heeft: van ouds,

en dat billijk was, had de gewapende schutterij verscheidene

voorrechten, ook werd zij, als ’t ligchaam der Gemeente verbeeldende,

in gewigtige gevallen, den welvaart der stad betreffende, door

Burgemeesteren geraadpleegd; doch dat loflijk gebruik is door den tijd

geheel te niet gelopen. Sedert de gezegende omkeering van zaaken moet

de gewapende burgerij oranje cocarden draagen.

Behalven deeze gewapende schutterij, houdt de stad nog eenige

compagniën soldaaten in dienst, die dag en nacht de poorten en andere

posten bezetten, als mede een corps kanonniers: thans, bij gelegenheid

van de gezegende omkeering, en tegenwoordige vrees voor het uitbarsten

van de morringen des volks, heeft zij bestendig een talrijk garnisoen

binnen haare muuren.

De Stad wordt boven dat alles des nachts door eene omgaande gewapende

ratelwacht bewaakt: deeze heeft vier wachthuizen, of corps de garden:

op alle de torens waaken des nachts ook trompetters, die als er brand

ontstaat zulks terstond ontdekken, en er door hun trompet, enz. de

ratelwachts kennis van geeven, welken vervolgends ieder in zijne wijk

brand moet roepen, na den ratel buitengewoon lang geslagen te hebben;

zij moeten ook de lieden die tot het brandwezen behooren wekken: er

zijn eene menigte brandspuiten zo in als buiten om de stad voorhanden,

tot welken een toerijkend getal brandmeesters, en mindere brandgasten

aangesteld zijn: alle deeze lieden verdienen den lof van zo

onvoorbeeldig vigilant te zijn, dat bij geen menschen geheugen, in

gevalle van brand, meer dan het erf waarin het ongeluk ontstaan is, ten

prooje der vlamme is geworden.

Bij deeze nachtlijke voorzorg, kunnen wij ook voegen dat de stad, zodra

des avonds het duister valt, door eene groote menigte lantaarns op

paalen gesteld verlicht wordt: voor weinig tijds heeft men eene nieuwe

soort van lantaarns, die ongemeen veel lichts geeven, beginnen

intevoeren, doch daarmede schijnt men niet verder voordtegaan: sommigen

van deezen zijn aan uitsteekende ijzerene armen gehangen, anderen

hangen aan gespannene touwen dwars over de straaten; het getal van

deezen is echter maar gering.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 39 / 455 题