Onder dit artijkel zouden wij moeten brengen het geen wij ter boven
genoemde plaatsen van de Erfgoojers gezegd hebben, doch hetzelve aldaar
naar vereisch opgegeven hebbende, kunnen wij er hier van zwijgen.
Uit kracht van bedingen bij één der overdragten waaraan Gooiland
onderworpen geweest is, gemaakt, liggen de Gooilanders onder de
verpligting van eene Koptiende; daarin bestaande dat alle land het welk
ééns bezaaid is geweest, den Houtvester moet geeven zeker getal van
koppen of maaten, naar den inhoud der tiendeboeken, waarover binnen de
twaalf nachten van kersmis in ieder dorp zitdag wordt gehouden; en moet
ieder zijn aandeel aldaar komen betaalen, in graan zelf, of in geld:
tot het stellen van den prijs worden Burgemeesters van Naarden
jaarlijks verzocht, en genieten daarvoor zes Guldens: die binnen de
twaalf nachten voornoemd niet betaalt, verbeurt dubbeld, (dit noemt men
sluiën;) die drie jaaren lang sluit, diens land vervalt geheel aan den
Tienden Heer, of Houtvester.
De overdragt des Lands door Goedela aan Grave Floris den Vijfden, (zie
hier voor,) geschiedde voor een rente van 25 ponden wettig Utrechts
geld, jaarlijks, ten eeuwigen dage op St. Maartensdag, te betaalen aan
de Abtdisse in den tijd: en deeze rente moet mede nog huiden ten dagen
uit de gewezene Graaflijkheids Domeinen betaald worden.