De Graaflijkheid stelt over het Bailluwschap van Amstelland een’
Bailluw aan, zijnde thans (sedert 1787,) de Wel-Ed. Gestr. Heer Mr.
Pieter Elias, Schepen en Raad in de Vroedschap der Stad Amsteldam,
Bewindhebber van de O. I. Compagnie, enz. deeze vordert, als elders,
recht van ’s Heeren wege, gelijk men zulks noemt, doch omtrent deeze
Heerelijkheid is zijne regeering daarin bijzonder, dat bij geene
algemeene vierschaar spant, over het geheele Bailluwschap, maar in
ieder Ambacht der algemeene Heerelijkheid afzonderlijk, met de
Schepenen des Ambachts, die aan hem wegens ’t Crimineele den eed doen,
en wegens het Civile aan den Ambachtsheer: in de dorpen heeft de
Bailluw niets omtrent de middenbaare of laage jurisdictie te zeggen.
Oudtijds was er een Pluimgraaf over de zwaanen, en een afzonderlijke
Rentmeester; de Bailluw voerde alleen het recht van de jagt, zo als
thans over geheel Amstelland door hem wordt geëxerceerd.
Op wat wijze de Bailluw verkozen wordt, is in onze beschrijving van
Diemen, bladz. 9. reeds gezegd.
Zie wegens de Regeering van het Watergerecht, vervolgends onder onze
afdeeling, ten opschrifte voerende: Het Dijkgraaf- of,
Hoogheemraadschap van Amstelland.