LIGGING,

Van Amstelland, deeze kan gezegd worden te zijn grenzende ten noorden,

of liever noord-oosten aan het IJ, ten oosten aan de Muiderban,

Weesperkerspel, en de Bijlmermeir; ten zuiden, zuidoosten, en

zuidwesten paalt het aan de Provincie van Utrecht; ten westen heeft het

een gedeelte van Kennemerland: in onze beschrijving van Amstelveen,

bladz. 2. tekenden wij reeds aan hoe Amstelland, door de rivier den

Amstel, in twee deelen gescheiden, en aan de westzijde Nieuwer-Amstel,

aan de oostzijde Ouder-Amstel genoemd wordt: gezegde rivier neemt

zijnen aanvang omtrent drie uuren ten zuidwesten der stad Amsteldam,

naamlijk aan de zamenvloejing der watertjens de Drecht, de kromme

Mijdrecht, of Miert, loopende voorbij Ouderkerk in en door Amsteldam

voornoemd, in het IJ.

De gezegde ligging is bepaaldlijk die van het Bailluwschap, dat niet

verward moet worden mee het Dijkgraafschap, waarvan nader.

De eigenschap van den grond deezer Landstreek, hebben wij in onze

gemelde beschrijving van Amstelveen reeds opgegeven, men voege nog bij

het geen wij aldaar wegens de voordbrengselen van Amstelland gezegd

hebben, dat er veel moes op gewonnen wordt, die men meestal te

Amsteldam vertiert.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver, Deel 3 (van 8) · 第 4 / 455 题