„ II. Lippen, die niet spreken 12
„ III. De Geheimzinnige Overval 20
„ IV. De Waarschuwing 26
„ V. Een Middernachtelijk Bezoek 37
„ VI. De Liefde van een Man 53
„ VII. Het opblazen van de coyote 62
„ VIII. De Ure des Doods 73
„ IX. De Samenkomst 81
„ X. Een sledevaart het Noorden in 87
„ XI. Het Huis van den Rooden Dood 98
„ XII. Het Gevecht 110
„ XIII. De Vervolging 118
„ XIV. Een Lichtstraal 126
„ XV. In het Slaapvertrek 139
„ XVI. Jean's Verhaal 150
„ XVII. Meleese 163
+--------------------------------------------------------+
| |
| OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
| |
| De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: |
| |
| Bron (B:) - Correctie (C:) |
| |
| B: het schijnt dat Gregton en Thorne |
| C: het schijnt dat Gregson en Thorne |
| B: Die manoeuvre redden hem en toen |
| C: Die manoeuvre redde hem en toen |
| B: de hinderlaag op, het Groote |
| C: de hinderlaag op het Groote |
| B: zij de hakken kraken onder de |
| C: zij de takken kraken onder de |
| B: terug te keeren. Er werd nu geklopt |
| C: terug te keeren.” Er werd nu geklopt |
| B: hadden gestuwd. |
| C: hadden gestuwd.” |
| B: hij zijn vermoeide honden bezorgd had, |
| C: hij zijn vermoeide honden verzorgd had, |
| B: legde hij uit. „Als ge ge me op |
| C: legde hij uit. „Als ge me op |
| B: onwillekeurig lachend. Weet je wel, |
| C: onwillekeurig lachend. „Weet je wel, |
| B: geplaatst om de ommetelijke vlakte in |
| C: geplaatst om de onmetelijke vlakte in |
| B: Des te noodzakelijker is het |
| C: „Des te noodzakelijker is het |
| B: „Daarna, M'sieur?”—” herhaalde Jean |
| C: „Daarna, M'sieur?—” herhaalde Jean |
| B: voor zijn handelingen De sneeuw |
| C: voor zijn handelingen. De sneeuw |
| B: sneeuw. Hij herkende, dat gelaat. |
| C: sneeuw. Hij herkende dat gelaat. |
| B: Haar handen stietten hem weg |
| C: Haar handen stieten hem weg |
| B: een krankzinnige vecht om u te |
| C: een krankzinnige vocht om u te |
| B: ik weet, dat niemand, die |
| C: ik weet, dat niemand die |
| B: M'sieur,” zei hij. „Geef het hem |
| C: M'sieur,” zei hij. „„Geef het hem |
| B: voren. Met dicht geknepen handen en |
| C: voren. Met dichtgeknepen handen en |
| B: zenden. |
| C: zenden.” |
| B: meisje, M'sieur en het is niet |
| C: meisje, M'sieur, en het is niet |
| |
+--------------------------------------------------------+