VAN COLOMBO TOT MADRAS.

2 Februari. Wij gaan over eenige uren Ceylon verlaten, om ons naar

het vaste land van Britsch-Indië te begeven.

Vóór ik over dit enorm uitgebreide land, dat even groot is als heel

Europa zonder Rusland, waar 404 talen door 300.000.000 menschen

gesproken worden, waar dagelijks couranten in 22 talen verschijnen,

waar behalve Christenen en Joden, menschen leven, die tot alle oude

godsdiensten met honderden sekten behooren, begin te schrijven, moet

ik de lezers waarschuwen, dat alle schrijvers over Indië het er over

eens zijn, dat zelfs indien men 25 jaren in Indië heeft gewoond met

het doel land en volk te bestudeeren, men dan nog ten slotte tot

de conclusie komt, dat men er eigenlijk niets van weet. Dit land,

dat het oudste land op aarde schijnt geweest te zijn, waar de eerste

wetenschap beoefend werd en van waar de beschaving is uitgegaan,

schijnt voor vreemdelingen ondoorgrondelijk. Wij zijn van plan in

twee maanden tijd dit uitgebreide land van Zuid tot West, van Noord

tot Oost te doorkruisen en in alle belangrijke plaatsen een of meer

dagen te vertoeven. Vóór wij de reis aanvingen, hebben wij moeten

kiezen tusschen al het belangrijke wat dit land te zien en te leeren

geeft om onze reisroute te kunnen vaststellen. Wij zullen de plaatsen

bezoeken, waar wij belangrijke oude tempels vinden, de steden, waar de

hoofdgodsdiensten de omgeving beïnvloeden en eenige mooie bergtoeren

maken. Daarvoor gaan wij van Tutticorin naar Madras, en vandaar naar

Bombay, onderweg verschillende plaatsen aandoende. Van Bombay gaan

wij Noordelijk tot Lahore en dan naar Calcutta. Zooveel mogelijk zal

ik van alle plaatsen die wij aandoen het vermeldenswaardige vermelden

en de indrukken mededeelen, die ik opdoe. Dat die indrukken vluchtige

zijn, spreekt van zelf en dat zij altijd precies zullen wedergeven wat

de toestanden in werkelijkheid zijn, wil ik niet belooven. Misschien

zijn er onder mijne lezers, die dezelfde reis al eens gemaakt hebben en

andere indrukken opdeden, dat is zeer wel mogelijk. Men verwachte van

mij dan ook geene beschrijving van Britsch-Indië, geen volledigheid

van de onderwerpen, die ik aanroer, maar alleen een beschrijving van

wat ik zag, wat ik ondervond, en wat ik van dat alles denk.

3 Februari. Met een uitstekende boot met groote, comfortabele hutten,

goede badkamers en zeer goede keuken, de "Bharatta", staken wij van

Colombo naar Tutticorin over. Hadden wij bij aankomst in Colombo gemist

de mooie haven te zien, bij ons vertrek van Ceylon hadden wij daartoe

alle gelegenheid. Om zeven uur van ochtend bracht de boot ons op vijf

mijlen afstand van Tutticorin, van waar wij in een kleine stoombarkas

met onze bagage aan land werden gebracht. Spoedig daarna reisden wij

af naar Madura, alwaar onze eerste stopplaats voor Indië zou zijn. De

treinreis bood niet veel bijzonders, het landschap was vlak en dor,

de natives aan den weg van het soort, zooals wij ook op Ceylon hadden

gezien, alleen de Sinhaleezen ontbraken. De zon in dit deel van de

wereld, waarin het altijd heet en altijd dor en droog is, gloeide

door de tralies van onze jalouzieën voor de waggonraampjes. Gelukkig

voorzien de spoorwegdirecties de compartimenten van goede electrische

waaiers, die ten minste eenige koelte aanbrengen. Als men bedenkt, dat

alle gidsboeken, (ongelukkig heeft Baedeker den tijd nog niet gekomen

geacht een Baedeker van Indië uit te geven), er voor waarschuwen in

Indië--vooral in treinen en stations--water of melk te drinken, dat men

niet zelf vooraf gekookt heeft, vruchten aan de stilstaande treinen

van inlanders te koopen en die te eten, in de restauratiewagens

salade, vruchten zonder schil of met zachte schil te nuttigen,

vleesch en visch zooveel mogelijk onaangeroerd te laten, dan blijft

er niet veel over, waaraan de verhitte en hongerige toerist dorst

en honger kan laven. De lijst van zaken, die in dit land "dangerous"

zijn, is inderdaad zoo groot, dat het mij niet verwondert, dat men in

Engeland dankgebeden in de kerken opzond en een algemeenen feestdag

hield, toen koning George en zijne gemalin heelhuids door dit land

heengekomen waren. Wij zullen probeeren dat kunststukje na te doen.

Het eenig verschil wat wij aan den weg tusschen de kleurlingen hier

en op Ceylon opmerken, is, dat hier bijna elke man, vrouw en kind

gemerkt zijn. Op Ceylon waren het slechts weinigen, die wij hier en

daar gemerkt zagen. Zij hebben dan midden op het voorhoofd--soms gaande

tot over de neus--witte, gele of roode strepen en ronde roode plekken,

strepen in horizontale of in verticale richting. Elk merk geeft aan tot

welke godsdienst of tot welke kaste de bezitter behoort. Soms zag ik

iemand met drie horizontale witte strepen, gaande van 't eene eind tot

het andere einde van het voorhoofd en daaronder, vlak boven de neus,

een vermiljoen roode stip, ter grootte van een gulden. Anderen hadden

verticale, witte strepen, waarvan de middelste tot over de neus tot

aan de punt liep. Een klein, naakt meisje had drie gele strepen over

haar voorhoofd en men had getracht hare bruine wangetjes en rondom

het kleine mondje een oranje-gele tint te geven. Allerlei variaties

op dit thema zijn aangebracht en met mijn gidsboek tot hulp heb ik

getracht deze en gene soort te identificeeren. Geen gemakkelijke taak.

Om half drie arriveerden wij in Madura, een stadje van ruim 100.000

inwoners, alleen door inlanders bewoond en vol van historische

oudheden. Een hotel is er niet te vinden, doch de spoorwegmaatschappij

heeft het den reizigers mogelijk gemaakt om er een dag te vertoeven,

door op het dak van het station een groote open veranda te bouwen

met zes min of meer afgesloten... laat mij zeggen, kamers, waarin

in ieder twee ledikanten staan en die van frissche badgelegenheden

zijn voorzien. Als men den dag te voren telegrafeert, zoo'n telegram

kost niets, dan is men vrij zeker een onderdak te vinden, want

niemand mag langer dan 24 uren zoo'n kamer occupeeren. Wij hadden de

voorzorg om te telegrafeeren genomen en vonden dus een kamer voor ons

gereserveerd. Wij zullen op onze toer door Indië nog wel meer van zulke

stationgelegenheden gebruik moeten maken, als dan alle zoo eenvoudig

doch goed als deze zijn, zijn wij tevreden. Alleen zouden wij gaarne,

als het voor het vragen was, wat minder bezoek van ratten en muizen

hebben, die zich hier al bijzonder thuis gevoelen. Maar in Indië,

nog meer dan op Ceylon, waar het leven van alle dieren heilig is,

moeten wij niet verwachten, dat zulke beestjes uitgeroeid worden.

Wij zijn lucky toeristen. Juist den dag dat wij aankwamen, was een

belangrijke feestdag voor de Hindu's. Het was de Chitraï, op een na de

voornaamste van alle Hindu'sche feestelijkheden. Het feest vindt elk

jaar plaats op den eersten dag van volle maan, in de Hindu'sche maand

Tai, die valt tusschen Januari en Februari. Wij hadden nu wel heel

veel moeite een rijtuig en een gids te vinden, want allen en alles

was getogen naar den tempel Teppakulam, waar de heilige processie

zou plaats vinden, op ongeveer vier mijlen afstand van hier. Den

geheelen dag brachten locaaltreinen Hindu's uit de omgeving aan om

aan de processie en de daarmee gepaard gaande feestelijkheden deel

te nemen, zoodat duizenden en duizenden hunner dezen dag in Madura

bijeen waren. Met behulp van den stationschef kregen wij ten slotte

om ruim vijf uur een jutka, dat is een wagentje in den vorm van een

groote rioolpijp op twee wielen, doch van riet gemaakt en met een os

bespannen. De inlanders gaan er in liggen, of zitten er in op hunne

gekruiste beenen, wij verkozen er achter in te kruipen en onze beenen

naar buiten te laten hangen. Wij kregen ten slotte ook in plaats van

een os, een paardje, maar een paardje, dat niet grooter was dan een

muis. Wij moesten onze hoeden afzetten en achter ons neerleggen, want

boven onze hoofden werd het ronde ding natuurlijk steeds nauwer en

liet nauwelijks genoeg ruimte om onze hoofden fier op te houden. Bij

elke oneffenheid in den weg, of bij elke kromming, caramboleerden

onze hoofden tegen elkaar of tegen de wagenwanden. Mijn valsche pruik

beschutte mij voor menige buil.

Op onzen weg passeerden wij de dichte drommen inlanders, die allen

naar het feest togen. De vijf olifanten, de heilige, die een voorname

plaats bij elk heilig feest van Buddhisten en Hindu's innemen zagen

wij prachtig uitgedost heenvoeren. Een er van boog vriendelijk voor

ons en bood toen zijn snuit voor een belooning aan. Wij staken voor

deze beleefdheid een paar koperstukjes in den snuit, die onmiddellijk

aan den op hem zittenden priester oversnuit werden. Eenige hooge

en voorname priesters werden in prachtig versierde baldakijns heen

gebracht. De baldakijns werden door 8 mannen gedragen, voor en

achter en aan beide zijden door muzikanten omgeven. De muziek werd

gegeven door mannen, die op fluiten bliezen, op trommels sloegen, met

rinkelbellen en andere bellen rinkelden, of met twee stukjes metaal

op elkaar sloegen. De Hindu'sche bediende van den stationschef die

ons tot gids diende, en die een beetje Engelsch sprak, vond de muziek

prachtig; ik kon er niet veel harmonie in ontdekken.

De geheele weg was met gele bloemen en gele bladen versierd, alle

vrouwen en meisjes droegen gele bloemen in de haren en hadden kransen

van gele bloemen om den hals. Geel was de heilige kleur. Alle

Siwabeelden bij den weg kregen offeranden van gele bloemen. Na

ongeveer drie kwartier in onze ongemakkelijke koets gereden te hebben,

kwamen wij op de heilige plaats aan. Daar was een reuzengroote tank

of vijver, waar midden in op een eilandje een mooie tempel stond,

de Teppakulam, voor wie de feestdag gold. Met een bootje moesten wij

er heenroeien. Maar die bootjes, van den meest primitieven vorm en

constructie (sommige geleken op heele groote, halve kokosnootdoppen)

konden niet aan de oevers van de vijver komen. Voor de Hindus,

die allen blootvoets en blootbeens zijn, levert dat natuurlijk

geen bezwaar op, maar wij konden onze benedenlichamen moeilijk

blootstellen aan zulk een koudwaterbad. Onze jonge gids wist echter

voor die twee vreemde dames de menigte, die er om vocht om in de

bootjes te komen, op een afstand te houden, het bootje zoo dicht

mogelijk aan wal te laten komen, en toen met behulp van twee mannen

en een koenen, jeugdigen sprong, kwamen wij in een scheepje terecht,

waarvan de bestuurder uit diepe eerbied voor de twee blanken onder de

zwarten--eerlijk gezegd heeft de zon in Ceylon van mij reeds bijna een

kleurling gemaakt en, ik kon best voor een der hunnen doorgaan--niemand

meer veroorloofde plaats te nemen. Hij roeide ons naar den tempel,

waar een jonge priester ons onmiddellijk met een krans gele bloemen

behing, waarvoor wij hem een rupee moesten offeren. Spoedig nadat wij

aangekomen waren, werden de duizenden lichtjes ontstoken. Het waren

alle aarden olielampen van antieken vorm, waarin olie en een zakje

met brandbare stof. Walm gaven zij genoeg. De processie was eenig

om aan te zien. Het Siwabeeld, vol behangen met gouden kettingen

en edelsteenen, achter hem aan het beeld van zijn vrouw, minder

kostbaar versierd, werd rondgedragen. Rondom muzikanten van het reeds

beschreven soort. De dragers waren Brahmanen, dat is op een na de

hoogste kaste hier. Zij alleen genieten de eer Siwa en zijne gemalin

rond te dragen. Vooraan liepen vele priesters maar allereerst een groep

dansmeisjes, Nautchgirls, de heilige prostituees. Voor een nuchteren

toeschouwer was het meest humoristische van deze groep, de twee mannen

te zien, die aan beide zijden van het Siwabeeld liepen met reuzengroote

waaiers en daarmede zwaaiden, dat het zweet van hun naakte lichamen

droop, met het doel Siwa koelte aan te brengen. Maar de geheele groep,

waarin ook een paard van goud werd rondgedragen, was zoo'n mooi stuk

bont oriëntalisch geheel, dat het mij onuitsprekelijk boeide.

Voor degenen, die het niet mochten weten, is Siwa een van de

drie godheden der Hindu's, Brahma, Vishnu en Siwa, maar 't

wordt verondersteld dat Siwa in honderden--onze Hindu-gids zegt

duizenden--verschillende vormen op aarde kwam en in al die vormen wordt

hij door zijne volgelingen vereerd. Madura is de meest Hindusche stad

in Indië en de oude tempel, dien wij den volgenden morgen gingen zien,

de mooiste en grootste van geheel Indië. Nergens ook leven zooveel

dansmeisjes als in Madura, waar haar aantal meer dan 200 is. Zij wonen

in een afzonderlijke straat. Men vertelde ons, dat deze, die wij niet

anders dan prostituees zouden noemen, toch van deze daarin verschillen,

dat zij zich nimmer verlagen om een blanken man te dienen, dat zij

alleen met Hindumannen verkeeren. Zij worden dansmeisjes genoemd,

omdat zij bij alle heilige feesten in de tempels dansen en zij zijn met

een soort heiligheid omgeven, omdat zij de priesters "unentgeltlich"

ten dienste staan. Onder de Europeesche schrijvers over Engelsch Indië

zijn er echter verscheidene, die beweren, dat deze vrouwen voor geld

en lieve woorden ook wel eens een blanken man hare gunsten verkoopen.

4 Februari. Wij gingen den volgenden morgen vroeg den ouden tempel

zien, die inderdaad in vele opzichten een wonder is. Het Hindu-knechtje

van den stationschef diende ons weder tot gids. Deze tempel is niet

zoo heel oud, dateert van het begin der 17e eeuw, hij is echter

bijzonder goed bewaard gebleven. Al de beelden en beeldengroepen zijn

stucadoorswerk en later geschilderd. Men beweert, dat het inwendig

deel van den tempel reeds in de 5e eeuw moet bestaan hebben, want

er zijn schrijvers uit dien tijd, die er reeds van gewagen. Nadat

wij dezen tempel genoegzaam eer bewezen hadden, zagen wij het oude

koninklijke paleis, dat nu tot officieel gebouw dient en waarin de

gemeenteraad zitting had en zagen wij de groote bo-boom, die op één

na (in Calcutta is een nog grooter) de grootste van de geheele wereld

is. Een bo-boom is een heilige banyanboom, een oude Waringin, die door

zijne vele luchtwortels tot stammen gegroeid, een groep boomen gelijkt,

doch inderdaad slechts één boom is. Deze bo-boom was heilig verklaard,

wijl hij in staat bleek, vrouwen, die van den duivel bezeten zijn,

als zij er deemoedig voor bidden en er offeranden voor brengen,

te verlossen. Er zijn dingen voor minder nuttige diensten heilig

verklaard!

Toen wij om 12 uur van onzen rijtoer terugkeerden, stond vlak voor

het station, in de brandende zon, een geheel naakte man; alleen zijn

lendenen waren met een doek omgord. Zijn geheele bruine body was met

heilige asch grijs gekleurd. Zijn oogen leken bloedrood. Hij stond op

één been, het andere gestrekt voor zich uit. Het was een fanaticus, die

door zelfkastijding zich trachtte te zuiveren van begane zonden. Hoe

lang die man daar reeds gestaan had toen wij arriveerden, kan ik

niet zeggen, maar toen wij om half drie vertrokken stond hij daar

nog op hetzelfde eene been. In elk ander land zou zoo'n grappenmaker

met zachte hand naar een krankzinnigengesticht overgebracht worden,

hier wekte hij van elken voorbijganger bewondering en een eerbiedig

medelijden op.

Vóór ik van Madura vertrek moet ik nog opmerken, dat de voornaamste

industrie hier in de stad het weven is, wat nog overal thuis op

de ouderwetsche handweeftoestellen geschiedt. Wij zagen er velen

buitenshuis dit handwerk beoefenen. Zeer mooie fijne, zijden en

katoenen stoffen maakten zij. Het wasschen en het verven der geweven

stoffen geschiedt ook hier. Ruim de helft der bevolking is wevers,

zij vormen een afzonderlijke kaste, de weverskaste, die ook hun eigen

voorhoofdmerk dragen.

De hoogste kaste in Madura en omgeving zijn de Kallars of roovers. Deze

menschen leven bijna uitsluitend van roof. Geheele dorpen rondom

Madura zijn geheel door Kallars bevolkt. Tegen de niemand en niets

ontziende leden van deze kaste hebben de Engelsche regeering en

ook de overige bewoners van dit district reeds alles beproefd wat

denkbaar is, maar zij kunnen ze niet kwijt worden. In 1896 en '97

nam de regeering zeer ernstige maatregelen tegen hen, waardoor zij

tijdelijk in toom werden gehouden en er reeds eenigen hunne bezittingen

te gelde maakten en naar andere oorden vertrokken. Maar in het midden

van 1897 ontvoerden de Kallars de vrouw en oudste dochter van een

invloedrijk man uit Madura en zeiden, dat deze vrouwen alleen tegen

een hoog losgeld weder teruggebracht zouden worden. Indien echter

de politie of iemand anders een der Kallars een haar mocht krenken,

of indien de politiemaatregelen tegen hen niet mochten opgeheven

worden, dan zouden binnen kort alle vrouwen uit het district op even

geheimzinnige wijze verdwijnen en niemand harer zou terugkeeren. De

bevolking was daardoor zoo beangst geworden, dat zij smeekten de

politiemaatregelen weder op te heffen. Zij wilde liever weder onder

het oude regime leven. De politie kan nu niet veel anders doen dan

elkeen waarschuwen op zijn hoede te zijn.

Nog op een andere bijzonderheid wil ik wijzen, want ik weet niet of ik

dat in zoo'n hooge mate wel meer in Indië zal zien. De vrouwen hier

schijnen lange oorlellen bijzonder gracieus te vinden. Wij zagen er

met oorlellen die op de schouders neerhingen. Om dat schoone resultaat

te bereiken, worden de oorlellen van meisjes op den 8en dag na de

geboorte doorboord en met steeds zwaarder ringen behangen. Als de

kinderen ouder worden dan hangt men stukjes lood aan de ringen om

een sneller verloop te verkrijgen.

Dezen eenen dag in Indië kregen wij ieder minstens een dozijn

certificaten te teekenen over de braafheid en eerlijkheid en

geschiktheid der verschillende menschen, waarmede wij in aanraking

kwamen. De gids, hoewel geen gids van professie, de koetsier, de

juffrouw van de stationskamers, de restaurateur, de winkelier van

wie wij een kleinigheid kochten en al zulke menschen meer, vroegen

een getuigschrift, dat wij met hunne handelingen tevreden waren en

wilden liefst, dat wij naast onze handteekening een visitekaartje

plakten. Elkeen loopt hier met een boek certificaten in zijn zak

en duwt je dat direct onder de neus om zijne voortreffelijkheid te

bewijzen. Sommige van die certificaten, vooral als zij in de Fransche

of Duitsche taal zijn geschreven, want dat verstaan de goede menschen

niet, zijn in 't geheel geen aanbeveling. In een er van vond ik zelfs

een Hollandsch getuigenis door een landgenoot gegeven, dat luidde:

"Hoedt u voor dezen man die u afzet op honderdlei wijzen!" De man

vroeg mij of ik dat lezen kon, of ik het dan voor hem vertalen wilde

en ik gaf als vertaling: "Dit is de eerlijkste man in de wereld!" "Ja",

zeide hij, "dien mijnheer heb ik ook zoo goed behandeld".

5 Febr. Om 8 uur kwamen wij 's avonds in Trichinopoly aan, waar wij na

een schraal diner en na een gids voor den volgenden morgen besproken

te hebben, gauw op onze primitieve bedden kropen. Wij moesten weder

in de stationsgelegenheid overnachten, die veel primitiever was dan de

vorige. Daar wij hier met eigen bedtoebehooren moeten reizen en alleen

ijzeren bedden met ijzeren matrassen vinden, behoeven wij voor bewoonde

bedden niet te vreezen; daardoor is onze nachtrust een veel kalmere.

Wij reden vanmorgen eerst naar den verst af zijnden tempel,

die de grootste in zijn soort in Indië is. Het is een tempel aan

Vishnu gewijd, waarin Vishnu voornamelijk gehuldigd wordt als de

dans- en vermaak-lievende God. Erg aanschouwelijk wordt dat in de

verschillende beelden op en in de enorm grooten tempel voorgesteld;

voor de openbare zedelijkheid ware het misschien wenschelijk, dat

vele van deze beelden met een sluier van welvoegelijkheid bedekt

werden. Als die tempel in ons land stond dan zouden onder onze

tegenwoordige Zedelijkheidswet zeer zeker vele van de zinnebeeldige

voorstellingen uit de graniet zuilen uitgehakt worden. Zij geven echter

een goed beeld van verheerlijking der zinnelijkheid in den Hindu'schen

godsdienst. Den geheelen morgen wijdden wij aan het bezichtigen van al

de tempels in den omtrek en vanmiddag gingen wij een kijkje nemen van

de industrie die in Trichinopoly beoefend wordt. Het is in hoofdzaak

goud- en zilverwerk, filigrainwerk, wat ook al weer door elkeen in

eigen hut of nog meer vóór de hut, uitgevoerd wordt.

Zuid-Indië, waarin wij nu reizen, is door zijne Hindu-tempels

vermaard, daarom bezochten wij de voornaamsten er van. Maar wij

hebben er nu genoeg van gezien en zullen niet meer, zooals wij eerst

van plan waren, in Tanjore uitstappen om ook daar tempels te zien,

maar liever in eens doorreizen naar Madras.

7 Febr. 'n Tocht van 7 uur 's avonds tot 8 uur den volgenden morgen

bracht ons in Madras, alwaar wij na in een hotel een frisch bad en

een goed ontbijt genomen te hebben, ons onmiddellijk per rijtuig op

weg begaven. Madras is een vrij onbelangrijke stad, bezit eenige

onbeduidende Hindu-tempels en eenige mooie officieele nieuwe

gebouwen. Alleen voor hen die de occulte godsdiensten grondig

bestudeeren willen, is Madras belangrijk. Daar hier de eerste

Theosophische school door mad. Blavatsky en haar medewerker Olcott

gesticht is, gingen wij daar een kijkje nemen. Even buiten Madras,

in Adyar, is een zeer mooi gelegen en smaakvol aangelegd stuk grond,

waarop deze school, met haar uitgebreide bibliotheek en verschillende

woonhuizen, waarin de studenten en allen die tot de school in

betrekking staan, wonen, is gevestigd.

Wij troffen er den vriendelijken secretaris mr. Aria, een Parsee,

die ons alle inlichtingen gaf die wij wenschten. Verscheidene

Hollandsche heeren en dames zijn op dit oogenblik in en aan deze

school werkzaam. In de ruime, frissche hall van het hoofdgebouw

stond een levensgroot beeld van de twee stichters van de school,

mad. Blavatsky en kolonel Olcott. In Benares, waar wij later komen,

is de tweede theosophische school gevestigd. Veel volgelingen hebben

de theosophische leerstellingen nog niet gevonden. Als men bedenkt,

dat de eerste school reeds in 1875 werd gesticht, dan is het tal

actueele leden over de geheele wereld, dat volgens de officieele

opgaven niet meer dan 23.000 bedraagt, zeer klein.

Nadat wij alle bezienswaardigheden en het Madrassche borduurwerk,

door de vrouwen verricht, tegen ongeveer half twee gezien hadden,

keerden wij naar het hotel terug, lunchten en namen eenige uren

rust. Om vijf uur gingen wij nog eens een rijtoer maken door de

omgeving van de stad, waar de élite op dat uur bijeen komt, en om

9 uur zaten wij weder in den trein, om rechtdoor naar Bombay af te

reizen. Wij hadden genoeg van Zuid-Indië.

Terwijl de inboorlingen Van Zuid-Afrika, de groote kind-menschen, met

hun kinderlijke begrippen, hun kinderlijke wijze van zich op te sieren,

hun kinderlijk geloof, mijn volle sympathie wekten en ik gaarne voor

hen zou willen werken, om ze tegen te ruwe handelingen te beschermen,

ik mij tot de inboorlingen van Ceylon, met hun zacht-vrouwelijke

trekken, hun lieve, vriendelijke oogen, hun gracieuse bewegingen en

hun tevreden voorkomen, aangetrokken gevoelde, zoo zelfs, dat ik

het voor de hoogste zaligheid houd, in het binnenland van Ceylon

een kinderschooltje met deze lieve, mooie kindertjes te hebben,

wekten de inboorlingen van Zuid-Indië mijn--en ook die van mijne

reisgezellin--grootste afkeer op.

Deze ruwe, zinnelijke, domme, fanatieke bedrieger-gezichten, die drie

keer daags in een stilstaand water een bad nemen om zich van hunne

zonden te zuiveren--elke onderdompeling in het vieze slootwater

neemt een bedreven zonde weg,--en die dikwijls direct daarna zich

rondwentelen in een hoop excrementen van een koe, omdat dat dier heilig

is, wekten, met alles wat hen omgeeft, hun geheelen godsdienst incluis,

mijn grootsten weerzin op. Als het ander deel van Indië en de andere

inboorlingen geen beteren indruk weten te wekken, als elke Hindu en

andere Indische inboorlingen bedelaars en bedriegers blijken te zijn,

als alle merkwaardigheden in Britsch-Indië ons zoo gauw gaan vervelen,

neen, erger nog, in vele opzichten verontwaardiging wekken, zooals de

Hindusche tempels, dan gaan wij snel door het land en zullen eerder

dan ons plan was Calcutta bereiken.

Het is echter te hopen, dat Engeland er in geslaagd is, van het

overige deel van dit oude land iets beters terecht te brengen.

9 Febr. Den 5en Februari vertrokken wij 's avonds om 9 uur van Madras

en kwamen den 7en Februari 's morgens om 6 uur in Bombay aan. Wij waren

toen 6 dagen en route geweest, hadden daarvan een nacht in de boot,

twee nachten in stationsslaapplaatsen en drie nachten in den trein

doorgebracht. Wij namen ons derhalve voor in Bombay eenige dagen zeer

rustig door te brengen.

Reisbrieven uit Afrika en Azië benevens eenige brieven uit Zweden en Noorwegen · 第 71 / 133 题