Ik had mijn vreugde over het aanhoudende, mooie weder in den
voorgaanden brief wat te spoedig geuit, want nauwelijks een dag
later begon in den namiddag een behoorlijke wind op te zetten, die
des avonds, vergezeld van regenbuien, in een behoorlijk stormpje
overging. Het schip hield zich goed, al slingerde het ook wat heen en
weer en al voelde men het ook tegen de groote golven optornen en er
zacht over naar beneden glijden. Onmiddellijk ontbraken er eenigen
aan de dinnertable, maar eerlijk moet worden geconstateerd, dat er
minstens even zoovele mannen als vrouwen ontbraken.
Er behoorde eenige moed toe, dien avond aan de bridge-drive deel te
nemen, maar toch waren er van de twintig nog twaalf over, die het
aandurfden. Een plekje werd uitgezocht, waar wij het rustigst konden
zitten, waar noch de wind onze kaarten in zijn loop zoude medenemen,
noch wij van de hitte zouden bezwijken en waar de schommelingen van
het schip ons niet al te zeer van de wijs zouden brengen. Al deze
eigenschappen waren voor 't meerendeel bijeen in de hal van het
schip, met aan één kant de deuren open. Met groote animo werd het
spel gespeeld, en niemand onzer dacht er aan zeeziek te worden. Eene
goede afleiding schijnt wel het beste geneesmiddel, of nog beter,
voorbehoedmiddel voor zeeziekte te zijn.
De storm ging vergezeld van een benauwende warmte, voor een groot deel
het gevolg van het feit, dat wij ons vlak bij den Equator bevonden. Des
Maandags echter, toen wij den Equator passeerden, was het vervelend
koud; door de nu en dan hevige regenbuien en den sterken wind was de
lucht flink afgekoeld.
Een aardige afleiding in de eentonigheid van niets dan lucht en water
en onze medepassagiers te zien, bracht het sein, waarmede de brandweer
gealarmeerd werd en dat alle brandweermannen in 'n ommezien aan dek van
't schip bracht om ieder de hun aangewezen taak te verrichten. Het had
gelukkig geene andere bedoeling dan eene oefening voor de manschappen,
doch het gaf ons eenige afleiding en de geruststelling, dat wij in
geval van nood door deze flinke, jonge mannen spoedig in veiligheid
kunnen worden gebracht.
Een Zondag op een Engelsche boot is nog erger dan een Zondag in
een Engelsche stad. In een stad kan men ten minste in huis blijven
en doen wat men verkiest, maar op een Engelsche boot, te midden van
hoofdzakelijk Britsche onderdanen, moet men goed- of kwaadschiks aan
de Zondagsheiliging mededoen. Alle spelletjes waren voor dien dag
opgeruimd, het eentonig geklikklak van de touwen ringen in de houten
emmers, nu en dan onderbroken door een bravogeroep en handgeklap,
als er eens iemand vier of vijf van de zes ringen tegelijk ingooide,
werd niet gehoord; evenmin het geschuifel der gummischijven en het
hartelijk gelach als een goed geworpen schijf de kunstig in het
midden van een cirkel geworpene van een tegenstander er uitmikte;
de kaarten waren opgeborgen, geen dame durfde een handwerkje ter hand
nemen en de vroolijke tonen der morgenmuziek werden niet gehoord. Men
mocht lezen, liefst een stichtelijk boek en men mocht om half elf
deelnemen aan de godsdienstoefening, waaraan de heele bemanning,
die op dat oogenblik geen dienst had, verplicht was deel te nemen en
die in de warme eetzaal van de eerste klasse gehouden werd.
Vele passagiers maakten van deze kerkgang gebruik, sommigen om daarmede
een beetje de eentonigheid van den dag te breken. Des avonds om 8
uur had er in de eetzaal van de tweede klasse eene herhaling van
deze plechtigheid plaats. Vóórdat de manschappen naar de kerk gaan,
worden zij eerst aan eene behoorlijke inspectie onderworpen en hunne
namen opgelezen, van den eersten officier af tot den eenvoudigsten
jongen, zoodat niemand kan ontbreken of zich door gewetensbezwaren
kan verontschuldigen. Wat een schijnheiligheid kweekt toch zulk een
wijze van doen! Al deze stoere, flinke kerels te dwingen om in te gaan,
ook al wijst hun eigen geest hun een anderen weg tot zaligheid aan.
Nu wij den Equator gepasseerd zijn, wordt 't langzamerhand koeler
en moeten de wollen jakjes dienst doen als men buiten, zittende, wil
doorbrengen. Over warmte hoort men niemand meer klagen. Onaangenamer
is evenwel, dat nu ook de dagen zeer snel beginnen te korten. Om half
zes is het reeds heelemaal nacht en nog een paar dagen verder dan valt
de duisternis reeds om vijf uur in. Van schemerlicht is geen sprake,
plotseling gaat het daglicht in het avondduister over. De opkomende
maan verzoent ons echter voor een deel met deze slechte bedeeling
van daglicht. Een prachtige zilvergloed zendt zij over de zwarte
oppervlakte der zee. Doch ook de sterren, die hier meer schijnen te
schitteren dan op het land, alsof zij weten, dat onze weg niet door
electrisch- of gaslicht verlicht kan worden, en alle hoop op hen is
gevestigd, wedijveren met de maan in het zenden van zilveren stralen
naar de golven der zee.
Het is nu ook de moeite waard, een tijdlang de zee gade te
slaan. Overdag ziet men dan tallooze vliegende visschen uit het water
opduiken, een eindweegs over de oppervlakte der zee vliegen, om dan
plotseling in een opkomende golf weder onder water te verdwijnen. In
het begin dacht ik niet anders dan dat het gewone zwaluwen waren,
precies zoo zien zij er van verre uit. Soms komen zij in heele
zwermen tegelijk en zien er dan uit als vele groote schuimvlokken;
dan weder komt er een, grooter en grijzer gekleurd, en vliegt een
eindweegs alleen.
Doch ook 's avonds geeft de zee afleiding als men zich een
oogenblik aan de zijde begeeft, waar de maan niet schijnt. Of dit
nu de stuurboord- of bakboordzijde is, heeft mijn zeevaartkundige
wijsheid nog niet uitgevonden. Aan die zijde van het schip is het
donker en daar ziet men bijna onophoudelijk de phosphorlichtjes uit
de zee opkomen. Soms zijn ze zoo groot, dat zij wel vijf-en-twintig
electrische lampjes bij elkaar gelijken.
Gegokt wordt hier ook op het schip, al is het dan ook op een
vrij onschuldige wijze. Elken morgen komen 'n paar heeren met een
lijst en de vraag, of men voor een shilling wil deelnemen aan "the
sweep". Zooveel shillings als men inzet, voor zooveel nummers wordt men
ingeschreven. In den regel worden 400 nummers verkocht. Velen nemen
tien tot vijf-en-twintig nummers. Deze nummers zijn alle op witte
beenen schijfjes geschreven en in een kom geworpen. In een andere kom
bevinden zich een-en-veertig andere nummers, loopende van 356 tot en
met 396. Het gemiddelde aantal mijlen dat de "Saxon" daags aflegt is
376. Er zijn twintig punten onder en twintig punten boven dit getal
genomen. Nu trekt iemand een nummer uit de kom met 400 schijven, en
tegelijkertijd een ander uit de kom met 41 schijven. Wiens nummer uit
de kom met 400 schijven komt, heeft nu voortaan het nummer uit de kom
met 41 schijven. Als er zoo 41 nummers getrokken zijn, dan zijn alle
overblijvenden van onwaarde geworden. Deze 41 nummers worden nu geveild
en daarop kan elkeen een bod doen. Ook de eigenaar dient zijn eigen
nummer in te koopen, als hij het wil behouden. De eerste prijs valt ten
deel aan dengeen, die het nummer bezit, gelijk aan dat van het aantal
mijlen dat het schip heeft afgelegd,--om twaalf uur 's middags wordt
dit altijd geannonceerd,--het nummer dat er tien boven is, krijgt den
tweeden, en dat, 't welk er tien onder is, krijgt den derden prijs. De
veiling van de nummers brengt soms enorme sommen op. Men biedt tot
aan twee en drie pond voor een gewild nummer. De helft van die som
krijgt de eigenaar, de andere helft gaat in den pot. Somtijds is de
hoofdprijs vijf-en-twintig tot dertig pond. Er zijn gelukkigen, die met
dit hazardspel hun heele reisgeld verdienen, doch er zijn ook die elken
dag groote sommen verliezen. Ook de tweede klasse-passagiers hebben het
twijfelachtige voorrecht aan deze speculatie te mogen deelnemen. Het
komt mij voor, dat het in het belang van vele jonge reizigers zou
zijn, als de directie zulk een beursspel op haar schepen verbood,
in plaats van het, zooals hier geschiedt, in de hand te werken.
Welk een haat er nog bestaat tusschen de Engelschen en Afrikaanders,
wordt ons hier op het schip in bijna elk gesprek duidelijk. De
Engelschen aan onzen tafel durven beweren, dat indien wij "de Boeren"
in Zuid-Afrika een beetje "menschelijk" vinden, wij dit dan hebben toe
te schrijven aan den beschavenden invloed der Engelschen. Zij hebben
de brutaliteit, te beweren, dat de Boeren vóór den oorlog niet veel
hooger dan de Hottentotten stonden en Engeland nu bezig is menschen
van hen te maken. Dat ik hun in dit opzicht van antwoord dien en hun
raad over den Z.-Afrikaanschen oorlog, liefst zoo weinig mogelijk te
bluffen, is zeker te begrijpen. Zij voelen niets van het ergerlijke
figuur, dat zij in dien tijd gemaakt hebben.
Doch ook bij de enkele jonge mannen uit de Boerenfamiliën, die
wij hier aantreffen, bestaat nog de diep ingewortelde haat tegen
de Britten; het is er nog ver af, dat alle in Z.-Afrika wonenden,
Britten en Boeren, zich als landgenooten gevoelen, die gezamenlijk
hun land dienen op te bouwen, tot het misschien eens kan worden een
Zuid-Afrikaansche republiek.
De directie van het schip heeft er slag van, de eentonigheid van
de reis te breken. Tegen dat men moe wordt van het schijven werpen,
cricketspelen etc, worden er wedstrijden met prijzen uitgeschreven voor
allerlei soort flauwe spelletjes; als ik ze zou moeten beschrijven,
zou iedereen ze kinderachtig vinden, doch zij bezorgen toch aan de
toeschouwers en de medespelenden eenige dagen onschuldige vroolijkheid
en groote afleiding. Niet waar, gij vindt het flauw, als ik meld,
dat groote mannen, vrouwen en meisjes, en zelfs kinderen, mededoen
om een zeker aantal aardappelen, op een lange rij gezet, binnen een
bepaalden tijd een voor een op te rapen en in een emmer te werpen; of
dat een lange rij heeren plat op den grond gaat liggen, op den rug, en
dat dan een ondiep schoteltje vol water op hun borst wordt geplaatst,
dat zij liggende, over hun hoofd heen, achter zich op den grond
moeten zetten. Soms storten zij het water reeds over hun borst uit,
meestal komt het in hun gezicht en oogen terecht en slechts zelden
bereikt het schoteltje met een behoorlijken inhoud den grond. Dan
zijn er hanegevechten onder de heeren, of voor dames om geblinddoekt
de oogen te teekenen in een groot op den grond met krijt geteekend
varken, enz., allemaal spelletjes, zooals ik reeds zeide, te flauw
om te beschrijven, doch die een algemeene vroolijkheid verwekken,
vooral omdat zoowat niemand op de boot zich te voornaam of te ernstig
gevoelt om er aan mede te doen.
Maar twee dagen zijn wij allen zeer bezig geweest door het te
voren geannonceerde gecostumeerd bal; de costumes moesten aan boord
vervaardigd zijn uit artikelen, die men toevallig bezat of aan boord
kon verkrijgen. Dat gaf een algemeene drukte. Eerst de beraadslagingen
en diepzinnige overpeinzingen wat men wilde voorstellen en hoe het uit
den kofferinhoud was samen te stellen. Vele heeren kwamen bij de dames
om hulp vragen. Iets geniaals bedenken konden zij wel, maar voor de
samenstelling hadden zij onze hulp noodig. En vooral vrouwen, zooals
mrs. Catt en ik, die niet aan de verkleedpartij zouden deelnemen,
doch onze hulp gratis hadden aangeboden, hadden handen vol werk. In de
eerste plaats hadden wij beiden ons eigen landgenootje te kleeden en
te helpen bij 't ontwerpen van 't plan en de uitvoering. Mrs. Catt's
medereizigster wilde met een op het schip opgedanen vriend Romeo en
Julia voorstellen en deze toiletten vielen zoo goed uit, dat wij ten
slotte met groote cartonletters op den rug van den een Romeo en op
dien van de ander Julia moesten plakken, anders zou niemand geraden
hebben, wat hunne verschijning te beduiden had.
Mijne gezellin en ik hadden iets ernstigers en tegelijk
propagandistisch bedacht. Van een lap wit tarlatan, die dienst moet
doen voor muskietennet als wij in de tropen komen, was het embleem
nagebootst van ons internationaal vrouwenkiesrecht-insigne. Het haar
in Griekschen stijl opgemaakt en versierd met bordpapierbanden door
iemand op het schip prachtig goud geverfd. Op dezelfde wijze waren
groote en kleine gouden letters gemaakt en eerst op de borst en nog
eens op de plooien van de rok kwam met groote duidelijke letters
het "Jus Suffragii" uit. Een even kunstig gemaakte weegschaal in de
hand, bordpapiergouden banden om boven- en onderarm, voltooiden het
costuum en maakten van mijne medereizigster een statig, mooi, levend
embleem van ons internationaal herkenningsteeken. Hadden er in de jury
voorstandsters van vrouwenkiesrecht gezeten, dan was haar zeker een
prijs ten deel gevallen; nu ontving den 1en prijs een levend pistache,
een jong meisje, dat zich uit roze en licht blauw papier zeer schoon
een costuum had vervaardigd, dat in zijn geheel en in alle onderdelen
pistaches voorstelde.
Tal van geestige, al waren zij dan ook soms geen mooie, toiletten
kwamen voor den dag. Mijn op leeuwen-dooden beluste buurman verscheen
als "ridder van het bad". Met bloote beenen in een paar afgetrapte
sloffen en in een badmantel gehuld, als hoofddeksel een groote spons,
twee nagelborstels als epauletten, een tandenborstel als dasversiersel,
een flesch odol, scheergereedschap etc. als verdere attributen,
maakten van hem iemand, die door iedereen werd uitgelachen, doch
die niemand gaarne in zijn nabijheid had. Vele heeren waren als dame
gekleed, waarbij de potsierlijkste jupe-culottes vertoond werden. De
twee grootste en zwaarst gebouwde mannen onder de passagiers hadden
zich als tweeling-broertjes verkleed met korte witte broekjes,
bloote beentjes en lage schoentjes, buisjes, kraagjes en hoedjes
van een paar lieve joggies van vijf of zes jaar. Daarbij waren zij
onverbeterlijk gegrimeerd en liepen met een paardje op rolletjes,
handje aan handje. Dat was een waar succes en ieder vond, dat de jury
recht had gedaan, hun den eersten heerenprijs toe te kennen.
Aan deze en al dergelijke vermakelijkheden doen de tweede klasse
passagiers met de eerste mede. Er wordt op deze booten lang zoo'n
groote scheiding tusschen eerste en tweede klasse passagiers niet
doorgevoerd als op bijv. de booten, die tusschen Europa en Amerika
varen en afgezien, dat de eerste klasse hutten veel grooter en
comfortabeler zijn, en bij de maaltijden wat grooter keuze van
gerechten wordt gegeven, is de tweede klasse evengoed als de eerste.
Den avond van het gecostumeerde bal werd er onder het dansen lichte
wijn en limonade geofferd en om half elf was er een souper met nog
grooter lijst van fijne gerechten als bij de drie andere groote
maaltijden van den dag. Geen extra betaling werd daarvoor geëischt.
Hoe goed afleiding werkt voor het voorkomen van zeeziekte, werd den
dag en avond van het bal duidelijk. Den geheelen dag had reeds een
tamelijke bries bestaan, die tegen den avond in een flinken storm
overging. Noch dien dag, noch dien avond was er iemand zeeziek; men
danste en walste op het dek, niettegenstaande er flinke zeemansbeenen
vereischt werden om in een geregelden gang te loopen en men nam
deel aan het souper, at en dronk allerlei dingen, die in geval van
zeeziekte ongenietbaar zijn en voelde niets van de danspartij, die
het schip met de golven der zee uitvoerde.
Nu moet ik dezen brief eindigen, want men komt mij daar zoo waar
mededeelen, dat ik in een van de sportspellen den tweeden prijs
behaald heb en nu een keuze moet doen uit de voorwerpen, die voor
dat doel zijn uitgestald. Zoo zorgen mijne landgenoote en ik er voor,
dat bij alle gelegenheden aan boord ons land geen slecht figuur maakt.