Van Abisko naar Kiruna was slechts een paar uur sporen. Wij stapten
daar tegen den middag uit den trein, alhoewel daartoe eenige moed
behoorde, want de regen viel bij stroomen neder. Kiruna is nog een zeer
jong stadje, hoogstens 10 jaren oud. Men vertelt dat de Lappen daar
het eerst het groote ijzergehalte van de omliggende bergen ontdekten
en reeds jarenlang groote rotsblokken, met de hulp van hunne rendieren,
naar beneden brachten en voor geringe sommen verkochten.
Het waren ondernemende Engelschen en Schotten die het aandurfden
de exploitatie van deze bergen op zich te nemen en die eene enorme
uitgestrektheid grond rondom Kiruna van de Zweden kochten. Om het
ijzer uit deze bergen echter te kunnen vervoeren, moesten zij eerst
den spoorweg aanleggen, die van Kiruna naar Narvik voert, waar het
de booten vindt, die het verder over de wereld verspreiden.
Al deze bergen bevatten van 70 pCt. tot 90 pCt. ijzer. In den regel
wordt het ijzer in ijzermijnen aangetroffen; in Kiruna doet zich de
eigenaardigheid voor dat daar ijzerbergen zijn en alle arbeid boven
den grond plaats vindt.
De rotsblokken worden, evenals dat in ondergrondsche mijnen geschiedt,
door dynamiet in stukken geslagen; doch door het groote ijzergehalte
zijn deze stukken dan nog te zwaar om vervoerd te kunnen worden. Het
werk der arbeiders bestaat nu hierin, dat zij met zware hamers deze
stukken in kleinere brokken verdeelen en op de wagens laden, waarin
zij naar de schepen in Narvik gebracht worden. Niets anders dan ruwe
spierkracht is voor dit werk noodig. Toch zijn er geen Zweden genoeg
te vinden, die dit werk willen verrichten. Het overgroote deel der
werklieden bestaat uit Finnen, die door armoede hiertoe gedreven
worden.
Het gemiddelde loon van deze mannen is 30 tot 36 kronen (20 tot 25
gulden) in de week, terwijl men de uitgaven voor een gezin van man,
vrouw en drie schoolgaande kinderen op ongeveer 20 kronen in de
week beraamt. Maar het zeer zware werk, het ruwe klimaat,--Kiruna
heeft beslist 9 maanden winter en de drie zomermaanden zijn ook
nat-koud,--en de slechte voeding, omdat groenten en vruchten bijna
niet te krijgen zijn, maken dat de meeste mannen het werk na eenige
jaren moeten opgeven, omdat dan hunne krachten zijn uitgeput en zij
eerst langen tijd in gezonder omgeving moeten doorbrengen om de oude
krachten te herstellen.
Er wordt door de directie wel voor de werklieden gezorgd. Zij werken in
drie ploegen, elk van acht uur. In hun vrijen tijd vinden zij op twee
plaatsen in het kleine stadje een bibliotheek, met goede boekwerken,
dagbladen en tijdschriften. Op de scholen, waar de kinderen tot hun 14e
jaar blijven, wordt door zeer goede en goedbetaalde onderwijskrachten,
meest vrouwen, onderricht gegeven, ook in vreemde talen. Er zijn
avondcursussen voor de volwassenen, waaraan elke werkman gratis
kan deelnemen. Ook op hygiënisch gebied worden er goede voorzorgen
genomen. Toch keeren de meeste werklieden na vijf of zes jaren, met
vrouw en kinderen, en een kleinen, spaarpot, weder naar hun land terug.
Het stadje Kiruna ziet er precies uit als een westersch-Amerikaansch
stadje; woningen, straten en winkels zien er uit alsof zij in een
gauwigheidje zijn opgetrokken en de bewoners volstrekt niet van plan
zijn er voor goed hun leven in door te brengen. Alles is er zichtbaar
provisorisch ingericht.
Wij waren blijde toen het 's avonds elf uur was en de Lapland-expres
ons mede nam. De te voren bestelde bedden in den trein vonden wij
reeds netjes voor ons gespreid. In twee nachten en een langen dag,
bracht deze trein ons in Stockholm terug. Wij hadden daar juist tijd
genoeg om onze achtergelaten bagage uit het Grand Hotel te halen,
eenige noodzakelijke inkoopen te doen en zelfs nog om met een auto
de nieuwe overdekte tennisbaan in oogenschouw te gaan nemen en daar
de noodige inlichtingen over in te winnen, (iets wat wij eenige
tennisliefhebbers in ons land beloofd hadden), om nog met den
avondtrein de reis naar Holland door te zetten.
Na nog eens twee nachten en een dag reizen, kwam ik juist vroeg genoeg
in Holland terug, om in Nijmegen de zomervergadering van de Vereeniging
voor Vrouwenkiesrecht bij te wonen en de talrijke kiesrechtstrijdsters
nog eens de hand te kunnen drukken, alvorens ik de zooveel grooter
en langer reis om de wereld aanvaard.
Woensdagavond elf Juli ging ik naar London, alwaar ik den volgenden
ochtend mrs. Chapman Catt in goeden welstand en in opgewekte
stemming trof. Ook hier in Engeland, waar toch ook zoo vele groote
vrouwen in den strijd voor Vrouwenkiesrecht leven, is zij de gevierde
vrouw. Van de gelegenheid, deze groote vrouw in hun midden te hebben,
profiteeren de Engelsche vrouwen in elk opzicht. Van allerlei
vereenigingen, clubs of comité's maakte men haar vice-presidente,
eere-presidente of eere-lid en drukt men haar naam met vette letters
op de agenda's. Overal wordt zij uitgenoodigd om te spreken, of moet
zij invloedrijke parlementsleden ontmoeten en hen overtuigen. Het
is alsof iedereen gevoelt welk een inspireerende kracht er van deze
vrouw uitgaat.
Zij, die deze vrouw niet van zoo nabij kennen en niet weten hoe
kinderlijk eenvoudig zij tegelijkertijd is, zullen misschien niet
begrijpen, hoeveel pret zij er in vindt, nu, na zich zooveel jaren
ziek en ellendig gevoeld te hebben, in staat te zien alles te kunnen
doen, dat haar amusant lijkt.
Nadat ik mij eenigszins verfrischt had, gingen wij twee er op uit,
om onze reis naar Zuid-Afrika en van daar verder te regelen. Tal van
bureaux moesten daarvoor bezocht, allerlei boeken en reisbeschrijvingen
aangekocht en vele inkoopen gedaan worden, waarmede wij ons den
geheelen dag bezig hielden.
Daar mrs. Catt nog tot 22 Juli in Londen spreekbeurten te vervullen
en allerlei ander werk te verrichten had, besloten mevr. B. en ik
om Zaterdagmorgen 15 Juli naar Madera af te reizen, daar een week
te vertoeven, en dan de week daarna met de boot, waarop mrs. Catt en
miss C. zich zouden bevinden, de reis naar Kaapstad voort te zetten.
Hiermede sluit ik de reeks brieven over Noorwegen en Zweden en begin
mijn volgenden brief over een in elk opzicht geheel andere reis.