LUCHTVERKEER IN NEDERLANDSCH OOST-INDIË

De landing van de H-NACC bij Batavia wekte een ongelooflijke

geestdrift, en de hartelijke belangstelling, die ons uit alle kringen

der bevolking werd betoond, zullen wij nooit vergeten.

Nadat wij eenige dagen in Batavia hadden vertoefd, gingen wij met de F

VII naar Bandoeng, waar wij landden op het vliegveld Andir. Vandaar

brachten wij het toestel naar Kalidjati, het eenige vliegveld, waar

hangars van voldoende afmeting voorhanden waren. Hier werd de motor

uitgebouwd en naar Soekamiskin, een vliegveld bij Bandoeng, gezonden,

om grondig te worden nagezien. Het toestel bleek door de lange vlucht

zeer weinig te hebben geleden; niettegenstaande het bijna altijd nacht

en dag had buiten gestaan, blootgesteld beurtelings aan de felle,

tropische zonneschijn, en aan regen en vocht. Een paar nieuwe stukjes

triplex werden op den vleugel gelijmd, de cabine werd weder van een

stel stoelen voorzien en het heele toestel kreeg een nieuw laagje verf

en lak. Daarna werd de motor weer ingebouwd, en de F VII was weer

vliegklaar.

In het begin van 1925 werd met het vliegtuig een tocht over Java

gemaakt, van Kalidjati naar Semarang, Djokja, Magelang en terug naar

Kalidjati. Jammer genoeg waren door den regentijd slechts weinige

vliegvelden bruikbaar, zoodat wij verschillende andere plaatsen op Java

niet per toestel konden bezoeken; de bemanning reisde echter per trein

het grootste gedeelte van Java af; op verschillende plaatsen werden

lezingen gehouden, en overal werden wij met de grootste hartelijkheid

ontvangen.

In Maart vlogen wij het toestel naar Tegal, waar een vliegveldje vlak

bij de haven lag. Hier werd het door de goede zorgen van de Militaire

Luchtvaart Afdeeling gedémonteerd en met behulp van prauwen aan boord

van de Kertosono gebracht, een vrachtboot van de Rotterdamsche Lloyd,

die het kosteloos naar Holland terug vervoerde.

De bemanning keerde per schip naar het vaderland terug en de

Nederland–Indië vlucht behoorde tot het verleden.

Intusschen was de bedoeling van het Comité vliegtocht Nederland–Indië

geenszins het tot stand brengen van een op zich zelf staande sportieve

prestatie. De vlucht werd georganiseerd, ten einde luchtverkeer in en

met Indië te bevorderen. Het comité heeft zich hierbij van meet af aan

op het standpunt gesteld, dat een luchtlijn van Europa naar Indië in de

toekomst zeer zeker van belang en door goede samenwerking tusschen

verschillende mogendheden uitvoerbaar zal zijn, doch op dit oogenblik

boven onze economische en technische middelen gaat; daarentegen acht

het comité luchtverkeer in Indië een zaak, die reeds op het oogenblik

ernstige overweging en bestudeering verdient. Zijn in Indië eenmaal

luchtlijnen tot stand gekomen, dan kunnen deze regelmatig en

geleidelijk worden uitgebouwd, met luchtlijnen van andere mogendheden

kan aansluiting worden gezocht, en zoodoende zal in de toekomst stap

voor stap een luchtverbinding met Europa kunnen worden verkregen, die

in de eerste plaats voor de post, later wellicht ook voor het vervoer

van passagiers van groot nut zal kunnen zijn.

Het valt buiten het bestek van dit werk, gedétailleerde plannen te

ontwikkelen; het is echter wel van belang, in algemeene trekken de

mogelijkheden te schetsen, welke het luchtverkeer voor verbindingen in

en met de Oost biedt.

Wij zullen eerst eenige bladzijden wijden aan de toekomst van het

luchtverkeer in de Oost, en in het volgende hoofdstuk nagaan, hoe

geleidelijk aan eene luchtverbinding tusschen Nederland en Indië zou

kunnen worden tot stand gebracht.

Om ons een begrip te vormen van de diensten, die het vliegtuig in de

Oost zou kunnen bewijzen, moeten wij ons allereerst eene voorstelling

maken van de afstanden in Indië en van de tijden, die de bestaande

vervoermiddelen noodig hebben, om die afstanden te overbruggen,

vergeleken met den tijd, dien het vliegtuig er voor zou gebruiken.

De afstand van Sabang, het Westelijkste punt van onze Oost, tot aan de

Oostelijkste grens van Nieuw-Guinea bedraagt niet minder dan 5160

kilometer. Wanneer men dien afstand vergelijkt met de kaart van Europa,

blijkt het, dat onze Oost reiken zou van Gibraltar naar Nova Zembla, of

van het Westelijkste punt van Ierland tot het Oostelijkste punt van de

Kaspische zee, of van Amsterdam tot midden in Siberië. Met Amerika

vergeleken is deze afstand grooter dan de grootste breedte van de

Vereenigde Staten.

De afstand van Batavia naar Medan is in rechte lijn gemeten juist even

groot als het traject den Haag–Madrid, terwijl hier voor Medan–Sabang

nog de afstand Amsterdam–Parijs bijkomt.

Batavia–Soerabaja zijn precies even ver van elkander verwijderd als

Rotterdam en Kopenhagen, terwijl de zee, die Soerabaja van Makassar

scheidt, even breed is als de afstand Rotterdam–Milaan bedraagt. Menado

ligt in vogelvlucht gemeten zoo ver van Makassar als Genua van

Amsterdam.

Ter vergelijking voegen wij hierbij een kaartje, waarop Europa en Indië

over elkander op gelijke schaal zijn weergegeven. Laten wij thans

nagaan, wat die afstanden beteekenen voor de bestaande vervoermiddelen

en voor het vliegtuig.

Aanééngesloten spoorlijnen heeft men in Indië alleen op Java, waar zij

Batavia met Soerabaja verbinden. Wanneer men in den namiddag om kwart

voor drie uit Weltevreden vertrekt, is men dien avond ongeveer om half

acht in Bandoeng, waar men moet overnachten. Den volgenden morgen moet

men om kwart voor zes vandaar vertrekken, om dien dag ’s avonds om half

acht in Soerabaja aan te komen. Men heeft dus voor de reis ongeveer

negen en twintig uur noodig, waarvan men er bijna negentien in de

warme, stoffige treinen moet doorbrengen. Het plan bestaat reeds lang,

om een ééndaagsche verbinding Batavia–Soerabaja tot stand te brengen,

doch deze verbinding zal enorme sommen kosten, en ieder, die de

Indische treinen kent, kan zich voorstellen, hoe onaangenaam een reis

van den vroegen morgen tot laat in den avond in warmte en kolenstof

zijn moet. Om de treinreis te vermijden, gaan de meeste passagiers

tusschen Batavia en Soerabaja met de boot. Deze doet er twee nachten en

een dag over, en in verband met de geringe frequentie van de vaarten,

heeft men voor een reis heen en terug het grootste gedeelte van een

week noodig.

Er zijn plannen gemaakt voor een luchtverbinding Batavia–Soerabaja, met

eene tusschenlanding te Semarang. De afstanden tusschen die steden

bedragen respectievelijk 407 en 250 kilometer. Een vliegtuig met een

gemiddelde snelheid van 120 kilometer per uur zou, ’s morgens om zes

uur uit Batavia vertrokken, om negen uur twintig in Semarang kunnen

landen. Wanneer het na een half uur oponthoud verder ging, zou het om

twaalf uur in Soerabaja kunnen zijn.

Een dergelijke snelverbinding zou voor den handel van groote beteekenis

zijn. Een zakenman zou ’s morgens uit Batavia kunnen vertrekken en na

een vlugge, comfortabele reis door de koele, stofvrije lucht tegen den

middag in Soerabaja aankomen. In den namiddag zou hij daar de noodige

besprekingen kunnen voeren en den volgenden dag zou hij weer tegen den

middag in Batavia terug zijn, zoodat de heele reis, heen en terug, hem

slechts dertig uur zou kosten. Zelfs met een ééndaagsche

spoorverbinding zijn voor dezelfde reis drie dagen en twee nachten

noodig. Bovendien is de lange spoorreis veel onaangenamer en

vermoeiender. De kosten van de luchtreis hoeven ook niet veel hooger te

zijn, wanneer men in aanmerking neemt de besparing aan logieskosten,

die het snellere vervoermiddel tegenover het minder snelle geeft.

Ofschoon deze luchtverbinding Batavia–Soerabaja het verkeer tusschen

die beide centra zeer ten goede zou komen, moet zij niet als een op

zich zelf staande zaak worden beschouwd, maar zij zal de basis moeten

vormen voor de ontwikkeling van het luchtverkeer in de Oost. Die

verdere ontwikkeling zal in drie vormen kunnen plaats vinden. Ten

eerste, geregelde lijnen met hooge frequentie (één of meer vluchten per

week). Ten tweede, ongeregelde vluchten op bestelling (zoogenaamde

taxi-dienst). Ten derde: geregelde lijnen met lage frequentie (minder

dan éénmaal per week).

Geregelde lijnen met hooge frequentie. Deze lijnen zullen moeten

aansluiten bij de lijn Batavia–Soerabaja en in algemeenen zin in de

richting Oost-West moeten loopen, niet alleen in verband met de ligging

van de centra in Indië, maar ook om op den duur aansluiting te kunnen

geven met de lijnen Europa–Britsch-Indië eenerzijds en Australië

anderzijds.

De meest voor de hand liggende verlenging van de verbinding

Soerabaja–Batavia zou zijn een luchtdienst Batavia–Banka

(Muntok)–Singapore–Medan–Sabang. De afstanden op deze lijn zijn, in

vogelvlucht gemeten, als volgt: Batavia–Muntok 500 kilometer, vier uur

tien minuten vliegen; Muntok–Singapore 400 kilometer, drie uur twintig

minuten vliegen; Singapore–Medan 630 kilometer, vijf uur vijftien

minuten vliegen; Medan–Sabang 450 kilometer, drie uur vijf en veertig

minuten vliegen. Totaal 1980 kilometer, of zestien uur dertig minuten

vliegen. Een toestel zou dus bij voorbeeld des morgens om acht uur uit

Batavia kunnen vertrekken en met een half uur oponthoud te Muntok om

vier uur in den namiddag te Singapore kunnen aankomen. Aldaar zou

kunnen worden overnacht, en wanneer het vliegtuig den volgenden morgen

om zes uur weer verder ging, zou het om elf uur vijftien in Medan

kunnen zijn en na een half uur oponthoud aldaar om drie uur dertig

Sabang kunnen bereiken. Zoodoende zou de reis Sabang–Soerabaja slechts

twee en een halven dag nemen. Wij zijn er daarbij van uitgegaan, dat de

gemiddelde vliegsnelheid slechts honderd twintig kilometer per uur is,

en dat het vliegtuig de reis min of meer op zijn slofjes doet. Wanneer

men iets snellere vliegtuigen gebruikt en ’s morgens bij voorbeeld om

vijf uur start, zou men in één dag van Sabang via Medan en Singapore

tot Muntok kunnen vliegen, om den tweeden dag het traject

Muntok–Batavia–Semarang–Soerabaja af te leggen, waardoor de verbinding

Sabang–Soerabaja in ongeveer zes en dertig uur tot stand zou kunnen

worden gebracht. Mocht echter blijken, dat het voornaamste vervoer op

deze lijn te vinden zou zijn tusschen Medan en Batavia, dan zou men

beter er naar kunnen streven, dezen afstand in één dag af te leggen, en

de toestellen te Medan en Batavia kunnen laten overnachten. Twee en een

halven dag is in ieder geval als maximum te beschouwen voor de

luchtverbinding Sabang–Soerabaja. Met trein en boot neemt deze reis

minstens zes dagen in beslag.

Deze verbinding zou in de eerste plaats het locale verkeer kunnen

dienen. Ten tweede zou zij aansluiting kunnen geven met de mailbooten

te Sabang, waardoor brieven ongeveer vier dagen eerder in Soerabaja

zouden kunnen zijn dan thans het geval is, en even zooveel later

vandaar zouden kunnen worden verzonden, om de boot nog te halen. Ten

derde zou, zooals in het volgende hoofdstuk nader zal worden besproken,

deze lijn later kunnen worden aangesloten op Engelsche en

Engelsch-Indische luchtlijnen.

Naar het Oostelijk gedeelte van den Archipel verdienen twee

verlengstukken van de lijn Batavia–Soerabaja overweging. In de eerste

plaats zou deze luchtlijn van Soerabaja uit kunnen worden doorgetrokken

naar Makassar. De afstand tusschen deze beide plaatsen bedraagt 770

kilometer en kan in zes en een half uur worden afgelegd, terwijl de

snelste booten er anderhalven dag voor noodig hebben. Waar Makassar

zich steeds uitbreidt en meer en meer de poort van het Oostelijk deel

van den Archipel wordt, zou het zeker van belang zijn, deze stad met

Java, Sumatra en Singapore door de lucht te verbinden.

Een tweede uitbreiding naar het Oosten van de lijn Batavia–Soerabaja

zou kunnen zijn een lijn Soerabaja–Port Darwin of Wyndham (Australië),

via de Kleine-Soenda-eilanden. Deze lijn zou niet alleen de

Kleine-Soenda-eilanden eene snelverbinding met Java geven, doch, wat

van meer belang is, zij zou aansluiten te Port Darwin met het, voor een

groot deel reeds bestaande en zich steeds verder uitbreidende,

Australische luchtnet, en zoodoende de sluitschakel vormen in den keten

Singapore–Oost-Indië–Australië. De afstand Soerabaja–Port Darwin

bedraagt 2100 kilometer en kan in zeventien vlieguren, dus in twee

dagen, afgelegd worden, met twee of drie tusschenlandingen op de

Kleine-Soenda-eilanden.

Deze aaneengeschakelde luchtlijnen zouden Singapore via onze Oost in

hoogstens vijf à zes dagen met Australië verbinden. Wanneer men in

aanmerking neemt, dat Australië de organisatie van luchtlijnen rondom

het geheele continent zeer krachtig ter hand genomen heeft, zal men het

belang van deze luchtverbinding inzien. Er bestaan reeds Engelsche

plannen om eene verbinding met luchtschepen te maken van Singapore via

Serawak (Noord-Borneo) naar Australië, zonder tusschenlandingen op

Nederlandsch gebied. Zoodoende zou onze Oost uit het intercontinentale

luchtverkeer worden uitgesloten, ofschoon de Oost door zijn

geografische ligging aangewezen is, hierin een schakel te vormen, en

een groot belang heeft bij een snelle verbinding met de omliggende

landen. Alleen door de organisatie van Indische luchtlijnen snel en

krachtig ter hand te nemen, kan uitsluiting van Indië uit het

wereldluchtverkeer worden voorkomen. Wanneer dit luchtverkeer eenmaal

andere banen gekozen heeft, zal het zeer moeilijk zijn, voor Indië een

plaats daarin te heroveren. Men herinnere zich, hoeveel moeite het

heeft gekost, het stoombootverkeer in den Archipel in Hollandsche

handen te krijgen.

Taxi-dienst. Ongeregelde vluchten op bestelling, zoogenaamde

taxi-dienst, nemen in Europa een betrekkelijk kleine plaats in,

vergeleken met de geregelde luchtlijnen. Daar de afstanden in Europa

niet zeer groot zijn, en de bestaande vervoermiddelen over land en zee

over het algemeen eene goede en snelle verbinding waarborgen, komt de

groote snelheid van het vliegtuig weinig tot haar recht en heeft het

publiek er slechts zelden het geld voor over, om een extra-vliegtuig te

bestellen. Toch zijn er enkele maatschappijen, zooals de „De Havilland”

in Engeland, die zich met succes op dit werk toeleggen. In Indië zouden

de extra-vluchten een veel belangrijker plaats in het luchtverkeer

innemen. Bij het organiseeren van geregelde luchtlijnen zal hiermede

terstond rekening moeten worden gehouden. De luchthavens zullen als

basis voor deze extra-vluchten moeten worden beschouwd, en de

luchtvaartonderneming zal het noodige personeel en materieel hiervoor

beschikbaar moeten hebben.

Over het uitgestrekte gebied van den Archipel liggen verschillende

plaatsen verspreidt, die niet belangrijk genoeg zijn, om ze in een

geregeld luchtnet op te nemen. In die kleine plaatsen wonen echter

Europeanen, die sterk gebukt gaan onder hun isolement. Zij verdienen

voor een deel geld genoeg om een reis naar de grootere centra te maken,

ook al zou die tamelijk kostbaar zijn, doch zij hebben per jaar niet

meer dan drie of vier weken verlof, en de langzame bootverbindingen

maken het eenvoudig onmogelijk, dien korten tijd voor een reisje naar

Java te gebruiken.

Voor de groote ondernemingen zou het zeer nuttig zijn, wanneer het

vliegtuig inspecteerend personeel in staat stelde, de meest afgelegen

posten in zeer korten tijd te bereiken. De belangrijke tijdwinst, die

de luchtverbinding hierbij zou opleveren, beteekent ten slotte

tractements-besparing, en deze zon de kosten van het vliegtuig

grootendeels goed maken. Een beambte, die vijftien honderd gulden per

maand verdient, hetgeen voor Indië niet bijzonder veel is, zal

gedurende een bootreis van zes dagen aan zijn maatschappij aan

tractement alléén al drie honderd gulden kosten, en dit bedrag is voor

de onderneming feitelijk verloren. Voegt men hierbij de kosten van de

reis zelf, dan zal men inzien, dat de tijdsbesparing, die het vliegtuig

mogelijk maakt, een aanzienlijk bedrag vertegenwoordigt. Bedenkt men

daarbij, dat het dikwijls van belang kan zijn, in urgente gevallen snel

iemand ter plaatse te hebben, dat verder juist het hoogere personeel

dikwijls onmogelijk langen tijd zijn post kan verlaten, en ten slotte,

dat niet alleen de geringe snelheid, doch ook de lage frequentie van de

bootverbindingen tijdverlies veroorzaken, dan zal men inzien, welk een

belang er voor de groote ondernemingen in ligt, desgewenscht over een

vliegtuig te kunnen beschikken.

Voor het Gouvernement geldt dit belang in niet mindere mate. De

aanwezigheid van verkeersvliegtuigen in de Oost zou de Regeering in

staat stellen, op ieder gewenscht moment vlug contact te krijgen met de

meest afgelegen plaatsen. Het zou zeer zeker een politiek belang zijn,

wanneer de verste buitenbezittingen binnen twee of drie dagen van

Batavia uit bereikbaar waren.

Laten wij thans eenige voorbeelden nagaan van de

verbindingsmogelijkheden, die het taxi-vliegtuig biedt. Van Soerabaja

kan men in zes uur Makassar bereiken. Van hieruit kan men, met één

tusschenlanding in een van de kleinere kustplaatsen van Celebes, Menado

bereiken, zoodat de geheele luchtreis van Soerabaja naar Menado

gemakkelijk binnen zes en dertig uur kan worden volbracht, en de reis

Menado–Batavia slechts twee en een halven dag eischt. De boot neemt

thans voor de reis Soerabaja–Menado niet minder dan twaalf dagen en

doet onderweg vele havens aan, waardoor groot tijdverlies ontstaat. Dit

is onvermijdelijk, omdat de scheepvaart haar voornaamste winsten moet

behalen door vracht bij kleine hoeveelheden in verschillende havens te

laden. Het vliegtuig kan hier dus ongeveer een achtvoudige versnelling

van het verkeer geven.

De reis van Batavia naar Sibolga neemt met de boot zes dagen in beslag,

terwijl het vliegtuig er nog geen vier en twintig uur voor noodig

heeft, met een nachtrust in Benkoelen of Padang inbegrepen. Hier

ontstaat dus een zesvoudige verkeersversnelling.

Een luchtreis van Soerabaja naar Manokwari (de hoofdplaats van

Nederlandsch-Nieuw Guinea) kan worden gemaakt met tusschenlandingen te

Makassar, Boeton, en Ambon in ongeveer twee en twintig vlieguren, dus

met het tijdverlies voor nachtrust en landingen, in zes en dertig uur.

Deze reis kost met de boot niet minder dan twee en twintig dagen,

zoodat hier de reisduur ongeveer vijftien maal verkort wordt.

Balikpapan, het belangrijke petroleumcentrum op Oost-Borneo, is van

Soerabaja uit in één vlucht van zeven uren te bereiken, terwijl de boot

er vier dagen en drie nachten over doet.

Pontianak ligt zes uur vliegens van Batavia; de bootreis duurt drie

dagen. Gemiddeld kan men aannemen, dat voor het vliegtuig de afstanden

in de Oost ongeveer zes maal kleiner zijn dan voor de boot.

Behalve de groote snelheid van het vliegtuig, spreken verschillende

omstandigheden vóór luchtverkeer in de Oost. Het weer is er bijzonder

gunstig. Dichte mist, de groote vijand van het luchtverkeer in Europa,

komt er niet voor. De wind is er gemiddeld veel zwakker dan bij ons,

waardoor vertraging door tegenwind er nooit groot zal zijn. De

atmosfeer is rustig, zoodat het vliegtuig weinig last zal hebben van

remous. De bekende verhalen omtrent „gaten in de lucht” in Indië

berusten op fantasie. Een groot voordeel is verder, dat ongeveer alle

belangrijke plaatsen aan zee gelegen zijn, waardoor men ze met

watervliegtuigen kan bereiken, zonder dat het noodig is, onkosten te

maken voor den aanleg van vliegvelden. Met het oog op extra-vluchten

naar plaatsen waar geen vliegveld is, zou het misschien aanbeveling

verdienen, het luchtverkeer in Indië van meet af aan met

watervliegtuigen te beginnen. Hierdoor kan men de luchtlijnen zonder

veel kosten in alle gewenschte richtingen uitbreiden, en kan men alle

plaatsen van eenige beteekenis met taxi-vluchten bereiken. Ook

veiligheidsoverwegingen spreken voor watervliegtuigen. Het land is over

het algemeen gevaarlijk voor noodlandingen door de bosschen, bergen en

rijstvelden. Bovendien zijn vele terreinen moeilijk toegankelijk,

zoodat het lastig wordt, een vliegtuig, dat eene noodlanding gemaakt

heeft, te hulp te komen. Daarentegen biedt de meestal kalme zee, en de

kust met zijn vele baaien en breede riviermonden veel

landingsgelegenheid voor watervliegtuigen. Wel is waar is een

watervliegtuig over het algemeen duurder dan een landvliegtuig, en kan

het naar verhouding minder nuttigen last vervoeren, doch men heeft

juist in den laatsten tijd aanzienlijke vorderingen gemaakt op het

gebied van watervliegtuigbouw. Twee- of meermotorige watervliegtuigen,

die in staat zijn, in de lucht na het defect raken van één motor nog

een eindweegs door te vliegen, of althans na een noodlanding op zee op

eigen kracht een haven te bereiken, zouden wellicht aanbevelenswaardig

zijn, doch dergelijke toestellen zijn duur in aanschaffing en

onderhoud, en kunnen alleen rendabel worden gemaakt bij een zeer intens

luchtverkeer, zoodat men in Indië wel zal moeten beginnen met kleinere,

goedkoopere, éénmotorige vliegtuigen. Voor de veiligheid hoeft dit geen

bezwaar te zijn, wanneer men die vliegtuigen uitrust met eene goede

draadlooze installatie.

Geregelde lijnen met lage frequentie zullen zich geleidelijk aan kunnen

ontwikkelen naar die plaatsen, waarheen het taxi-verkeer zich blijkt te

concentreeren. Zij zouden zoo moeten worden georganiseerd, dat de

kleinere plaatsen in de buitenbezittingen eenige malen per jaar, of

misschien eenmaal per maand door een vliegtuig werden aangedaan, dat

van uit een van de centra Batavia of Soerabaja een rondvlucht langs die

kleinere plaatsen zou kunnen maken. Wanneer het vliegplan voor

dergelijke vluchten vooraf voor het geheele jaar werd bekend gemaakt,

zouden ondernemingen en Gouvernement de te maken dienstreizen hiernaar

kunnen regelen, en zouden de employé’s in de buitenbezittingen hun

verlof kunnen nemen op het tijdstip, dat het vliegtuig ze in staat

stelt, Java te bereiken. Op hun beurt zullen zij langzamerhand kunnen

worden uitgebreid tot lijnen met hoogere frequentie.

Een bijzonder arbeidsveld voor burgervliegtuigen in Indië moet hier nog

in het kort worden aangestipt. Wij bedoelen de exploratie van onbekende

gebieden met behulp van het vliegtuig en de luchtfotografie. In Indië

zijn groote terreinen nog vrijwel onbekend en onvoldoende in kaart

gebracht. Wanneer eene cultuurmaatschappij voor een dergelijk gebied

eene concessie heeft verkregen, eischt het zeer veel tijd, moeite en

kosten om met behulp van expedities het terrein te verkennen. Met

vliegtuigen zijn afgelegen en ontoegankelijke gebieden zonder veel

moeite en kosten te bereiken. Vooral voor de voorbereidende verkenning

zou dit veel waarde hebben. De luchtfotografie, die allerlei

bijzonderheden omtrent den loop van rivieren, ligging van gebergten,

plantengroei enz. kan weergeven, zou de exploratie kunnen steunen. Men

denke aan de expeditie in Oost-Borneo!

Op bijgaande kaart zijn de gebieden, die een vliegtuig met een snelheid

van 120 kilometer per uur in één vlucht van zes uren vanuit de

verschillende hoofdplaatsen kan bestrijken, aangegeven. Tenslotte

eenige opmerkingen over de kosten van luchtverkeer. Het is natuurlijk

niet mogelijk in dit boek reeds begrootingen voor eventueele Indische

luchtlijnen te geven, doch het is wel interessant, de passage-prijzen

in Europa ter vergelijking na te gaan. De reis per vliegtuig van

Amsterdam naar Londen kost ƒ 48.—. Eerste klas trein en boot kost via

Hoek van Holland ƒ 42.—; wenscht men op de boot een hut alleen, dan

komt hier nog een pond bij; men kan dus zeggen, dat het vliegtuig

practisch even duur is op deze lijn als andere vervoermiddelen. De

luchtreis Rotterdam–Kopenhagen, die even lang is als de reis

Batavia–Soerabaja, kost ƒ 75.—, dat is minder dan eerste klas trein met

slaapwagen.

Deze tarieven zijn natuurlijk niet zonder meer op Indië toepasselijk;

wellicht zullen daar duurdere toestellen moeten worden gebruikt,

terwijl bovendien aan het personeel hoogere tractementen zullen moeten

worden betaald, hetgeen de passage-prijzen zal beïnvloeden. Wanneer men

echter, hiermede rekening houdende, de prijs van de vlucht

Rotterdam–Kopenhagen vergelijkt met hetgeen een spoorreiziger van

Batavia naar Soerabaja thans betaalt aan passage, logieskosten en

vertering onderweg, zal men inzien, dat het vliegtuig eene niet

onredelijke kostenverhooging meebrengt, in aanmerking genomen de

tijdwinst en de meerdere comfort, die het kan bieden.

De luchtvaartmaatschappijen in Europa werken op het oogenblik nog met

verlies en worden van staatswege gesubsidieerd; door vermeerdering van

het vervoer, verbetering van de toestellen en een meer economische

exploitatie naderen zij echter meer en meer het punt, waarop de inname

de kosten zal dekken, en men mag verwachten, dat dit punt spoedig zal

worden bereikt.

In verband met het Indische luchtverkeer hoort men wel eens de vraag

stellen: „Is een luchtlijn rendabel te maken?”. Deze vraag is in haar

algemeenheid even min te beantwoorden als de vraag: „Is een spoorlijn

rendabel te maken?”. Het antwoord zal in beide gevallen steeds moeten

luiden: „Welke lijn bedoelt gij?”. De rentabiliteit van een luchtlijn

hangt af van de tarieven, die men heffen kan, en deze zijn weer

afhankelijk van de behoefte, die aan een snelvervoermiddel bestaat. In

Europa zijn de afstanden tusschen de groote centra betrekkelijk klein,

en de bestaande vervoermiddelen zijn zoo goed ontwikkeld, dat de

meerdere snelheid van het vliegtuig weinig tot haar recht komt.

Hierdoor wenschen betrekkelijk weinig passagiers een hoogeren

passage-prijs te betalen, en zoo worden de prijzen gedrukt, het verkeer

beperkt en de rentabiliteit bemoeilijkt. In Indië zijn de afstanden

groot en de bestaande verkeersmiddelen langzaam, met het gevolg dat,

zooals in de vorige bladzijden werd aangetoond, het vliegtuig werkelijk

belangrijke tijdsbesparing geeft. In vele gevallen zullen gegadigden

hierdoor in staat worden gesteld, eene reis te maken, waar zij anders

wegens tijdgebrek van af zouden moeten zien. Deze omstandigheid zal

niet nalaten, de rentabiliteit van Indisch luchtverkeer gunstig te

beïnvloeden.

Indië kent op het oogenblik de voordeelen van luchtverkeer nog niet.

Laten wij ons echter eens even in de toekomst verplaatsen. Stel u voor,

dat Indië een goed ontwikkeld net van luchtlijnen had, en dat

handelsmenschen, ambtenaren en toeristen gewoon waren, in een paar

dagen tijds alle hoeken van den Archipel te kunnen bereiken. Wat zou

het dan voor Indië beteekenen, wanneer dat luchtverkeer plotseling werd

stopgezet, en men weer zijn toevlucht moest nemen tot de „langzame”

vervoermiddelen van „vroeger”!

Het valt niet te ontkennen, dat in de eerste jaren van het luchtverkeer

het publiek zich zal moeten gewennen aan en vertrouwen krijgen in het

vliegtuig en dat gedurende die jaren rentabiliteit niet zal worden

bereikt. Waar luchtverkeer echter als een algemeen belang voor de Oost

mag worden beschouwd, en een krachtig middel kan zijn tot economisch

herstel van Indië en tot openlegging van de uitgestrekte gebieden,

waarin groote rijkdommen thans nog renteloos liggen, mag worden

verwacht, dat het Gouvernement het jonge luchtverkeer krachtig zal

steunen en door de eerste moeilijke jaren zal heen helpen.

Door de lucht naar Indië · 第 31 / 38 题