VOORBERICHT.

De Serviërs hechten de grootste waarde en het meeste gewicht aan de

sympathieën van een zoo hoog beschaafd, groot en daardoor terecht

zoo invloedrijk volk als de Britsche natie. Sinds het begin van

de twintigste eeuw zijn er twee kritieke oogenblikken geweest--de

annexatie van Bosnië en Herzogovina door Oostenrijk en de oorlog

tegen de Turken--waarbij wij gelegenheid hebben gehad op te merken,

van hoe groote praktische beteekenis de Britsche sympathieën, zelfs

al zijn zij oogenschijnlijk niet meer dan platonisch, voor ons volk

kunnen zijn. Het is zeer natuurlijk, dat wij den wensch koesteren

deze sympathieën te behouden en zoo mogelijk nog te vergrooten. Wij

zijn trotsch op de overwinningen, die ons leger op de dappere Turken

behaalde, doch wij vleien ons, dat ons volk behalve om zijn militaire

eigenschappen ook om de andere trekken van zijn nationaal karakter

zich sympathie en eerbied zal weten te verwerven.

Wij wenschen onzen vrienden ons volk te doen kennen, zooals het is. Wij

wenschen hen een blik te laten slaan in onze nationale psyche. En

niets kan een beteren kijk geven in de ziel van het Servische volk

dan dit uitnemende boek van Woislav M. Petrovitch.

De Serviërs behooren ethnologisch tot de groote familie der Slavische

volken. Zij zijn neven in den eersten graad van de Russen, Polen,

Czechen, Slowakken en Bulgaren en zij zijn de broeders der Croaten en

Slowenen. Sedert de kerk niet langer de volkeren gescheiden houdt en

om der wille van het geloof geen tweedracht in het leven der volkeren

kan worden gezaaid, zijn de orthodoxe Serviërs en de Roomsch Katholieke

Croaten feitelijk één en hetzelfde volk.

Van al de Slavische naties mogen de Serviërs zich er op laten voorstaan

de meest poëtische te zijn. Hun taal is de rijkste en de meest muzikale

onder alle Slavische talen. De overleden professor Morfill, die in

zekeren zin een Panslavist was, heeft herhaaldelijk tegen mij gezegd:

"Ik zou wenschen, dat gij, Serviërs, zoowel als alle andere Slavische

volken, met Rusland een politiek verbond vormdet, maar ik zou niet

willen, dat gij uw schoone en goedontwikkelde taal prijsgaaft om die

te verwisselen voor de Russische!"

Eens ging hij zelfs zoo ver als zijn meening te kennen te geven,

dat de toekomstige Vereenigde Staten van de Slaven als voertuig voor

hun letterkunde en als officieele taal de Servische zouden aannemen,

wijl die verreweg de edelste en meest muzikale is van alle Slavische

dialecten.

Toen onze voorouders het westelijk deel van het Balkanschiereiland

bezetten, vonden zij daar een groot aantal Latijnsche kolonies en

Grieksche steden en nederzettingen. In den loop van twaalf eeuwen

hebben wij door wederzijdsche huwelijken veel Grieksch en Latijnsch

bloed opgenomen. Dientengevolge en onder den invloed van het handels-

en politiek verkeer met Italië werd onze taal verzacht en onze

manieren, en de in ons Slavische volk sluimerende liefde voor wat

schoon, dichterlijk en edel is versterkt. Wij vormen een bijzonder

Slavische type, gewijzigd door Latijnsche en Grieksche invloeden. De

Bulgaren zijn een Slavisch volk van een geheel ander type, ontstaan

door de circulatie van Tartaarsch bloed in Slavische aderen. Dit

eenvoudige feit verklaart de tegenstelling tusschen de Serviërs en

Bulgaren en hun onderlinge twisten gedurende de Middeleeuwen en zelfs

in onzen tijd.

Wat zijn nu de nationale liederen der Serviërs? Het zijn geen liederen,

gemaakt door beschaafde of litterair geschoolde dichters, maar door

eenvoudige menschen en die, eenmaal populair geworden, door eenvoudige

menschen worden gezongen.

Tot in het midden van de negende eeuw leefden de Serviërs voor

het meerendeel in agrarische- en familiegenootschappen, Zadrooga

genaamd. Naar M. Petrovitch heeft medegedeeld, verlieten de zoons

van een boer het huis huns vaders niet, als zij trouwden, maar

zij bouwden een houten hut op het land, dat het huis van hun vader

omringde. Heel dikwijls ontstond er een groote nederzetting rondom

het oorspronkelijke huis, van vaak meer dan honderd personen, mannen

en vrouwen, die te zamen werkten op het land en de huizen als hun

gemeenschappelijk eigendom beschouwden, evenals de vruchten van hun

arbeid. Al de leden van de Zadrooga erkenden het oudste lid van zulk

een familiegenootschap als hun hoofd en het was de gewoonte, dat

allen zich 's avonds in het stamhuis rondom hem verzamelden. Nadat

de zaken, die het boerenbedrijf of andere aangelegenheden betroffen,

waren afgedaan, werd de familiekring verder bezig gehouden, doordat

het hoofd of een ander mannelijk lid van de familie een heldendicht

voordroeg of een der liederen zong, waarin de een of andere historische

gebeurtenis verhaald werd of waarvan de tekst gewijd was aan een

gebeurtenis, die eerst kort geleden had plaats gehad.

Bij de openbare samenkomsten, bij kerken en kloosters verzamelden

zich eveneens groepen mannen en vrouwen rondom de voordragers, die

in liederen de oude koningen en helden of een bijzonder treffende of

belangrijke gebeurtenis bezongen.

In Hongaarsch Servië (Syrmia, Banaat, Baschka) maken oude blinde mannen

er een winstgevend bedrijf van oude of nieuwe liederen te zingen,

die voor het meerendeel op oude helden of historische gebeurtenissen,

doch ook wel op de geschiedenis van den dag betrekking hebben. Maar in

andere deelen van Servië (Shumadiya, Bosnië, Herzogovina, Montenegro,

Dalmatië) dragen welgestelde boeren zeer dikwijls de heldenliederen

voor, omringd door een menigte toehoorders en toehoorderessen. Het

is een zonderling feit, reeds door Vouk S. Karadgitch opgemerkt,

dat de voordragers van heldenliederen zeer zelden jong zijn, maar

meestal mannen van middelbaren leeftijd en nog vaker oude mannen. Het

is, alsof de oude mannen het als hun plicht beschouwen het jonge

geslacht bekend te maken met de belangrijkste gebeurtenissen uit de

geschiedenis van het volk en zijn voornaamste helden. Men kan nog

menig ongeletterde in Servië vinden, maar gij zult niemand vinden,

die niet in staat is u wat te vertellen over Stephan Nemanya, den

eersten koning van het Servië uit de Middeleeuwen, over zijn zoon,

St. Sava, tsaar Doushan, zijn jongen zoon Ourosh, koning Voukashin,

den koninklijken prins Kralyevitch Marko, tsaar Lazarus en de helden,

die vielen in den vermaarden slag van Kossovo (1389).

Zonder overdrijving kan dus gezegd worden, dat de Servische boeren

hun eigen vaderlandsche geschiedenis schreven door haar van het

eene geslacht op het andere over te vertellen en te bewaren in hun

rhythmische, tienlettergrepige, rijmlooze verzen. De gooslari [1]

en de monniken bewaarden het nationaal politieke bewustzijn en de

nationale kerk voor ondergang gedurende de vijf eeuwen, waarin zij

slechts Turksche Rayah waren, eenvoudige lieden, gedoemd om niets

beters te zijn dan slaven van hun meester, den Turk. Wij zouden

tegenwoordig niets weten van den aanhoudenden guerillaoorlog, dien

de beste en moedigste mannen van het volk met groote hardnekkigheid

tegen den onderdrukker van het volk voerden van het begin der zestiende

eeuw, tot de eerste opkomst van de Shumadia onder Karageorge in 1804,

indien wij de zoogenaamde Haïdoochke Pesme (Zangen op Haïdooks [2])

niet bezaten. Lang voor de geschiedenis van het ontstaan van den

Servischen Nationalen Staat werd geschreven door Stoyan Novakovich,

den geleerden president van de Servische Academie, werd zij in

verzen van groote schoonheid en uitdrukking bezongen door den bard

Vishnyich. En de overwinningen van het Servische leger op de Turken

en Bulgaren in den oorlog 1912-13 worden nu reeds bezongen door de

barden in de herbergen en op de jaarmarkten in de dorpen, waar het

volk in grooten getale bijeenkomt en bij de groote kerkelijke feesten

op het plein rondom de kerk. Natuurlijk leert een Serviër, die bij

honderd gelegenheden nationale liederen heeft hooren voordragen, ze

zelf voordragen, al is hij misschien niet in staat zijn voordracht

te begeleiden op de goussle. [3] Evenmin valt het hem moeilijk door

menigen stereotypen regel van oude welbekende zangen te bezigen, in

verzen de geschieden te verhalen van onzen tijd. Toen ik in 1873 als

minister van financiën bij de begrootingsdebatten in de Skoupshtina

een nederlaag leed, werd hiervan dienzelfden avond en den volgenden

dag in rijmlooze verzen kond gedaan aan het volk.

Naast de zangen, die meer of minder getrouw historische gebeurtenissen

herdenken, zijn er een menigte nationale liederen, die hun stof aan

een der talrijke legenden ontleenen. Zij zijn zonder twijfel in het

leven geroepen onder den invloed van de priesters en monniken en waren

oorspronkelijk alleen bestemd voor de menigte, die op de kerkelijke

feesten samenstroomde. Het verheugt mij te zien, dat M. Petrovitch

in zijn verzameling heeft opgenomen het lied, dat waarschijnlijk het

oudste onder alle Servische zangen is. Het heet "De Heiligen verdeelen

de Schatten" en het bewaart de herinnering aan een blijkbaar zeer oude

overlevering, die op haar beurt weer de heugenis bewaart aan een groote

ramp, die het stamvolk in Indië trof en vermoedelijk de oorzaak was,

dat de voorouders van de Slaven Indië moesten verlaten. Het is zeer

merkwaardig een echo van een groote ramp, die eenmaal Indië teisterde,

in de nationale zangen van de Serviërs te hooren naklinken.

Dat de Serviërs nationale liederen hadden, waarin zij de Servische

daden van hun nationale helden bezongen, daarvan werd reeds in de

veertiende eeuw melding gemaakt. Nicephoras Gregoras, die door den

Byzantijnschen keizer naar Servië werd gezonden met een diplomatieke

zending, vertelt de Serviërs hun nationale liederen te hebben hooren

zingen.

In officieele bescheiden, die bewaard bleven van de vele diplomatieke

missies, die zich in de zestiende eeuw tusschen Weenen of Buda

en Konstantinopel bewogen, en wier weg over Servië leidden, wordt

eveneens melding gemaakt van de heldenzangen, waarin de Serviërs hun

groote voorouders herdachten.

In die eeuw heeft de eerste poging plaats om eenige van deze nationale

liederen door de drukpers te vermenigvuldigen, een poging, die onder

anderen door den dichter Hectorovich uit Ragusa werd ondernomen. In

de achttiende eeuw werden meer geslaagde pogingen gedaan door den

Franciscaner monnik Kachich-Mioshich en door den abt Fortis. Maar het

is aan den geleerden grondlegger van de moderne Servische literatuur,

Vouk Stephanovitch Karadgitch, dat in dezen de grootste eer toekomt,

zooals door M. Petrovitch in zijn Inleiding en elders is aangetoond.

M. Petrovitch moet hebben ondervonden, wat de Franschen noemen

"embarras de richesses." Het was niet zoo gemakkelijk de zangen

voor een vertaling uit te kiezen. Maar hij heeft ons eenige van

de schoonste Servische heldendichten gegeven als model van wat de

Servische nationale dichtkunst voortbracht. Het doet mij alleen leed,

dat hij daarbij niet een paar voorbeelden heeft opgenomen, van wat

de Servische vrouwen en meisjes uit de dorpen aan lyrische poëzie

voortbrengen. Misschien zal hij bij een andere gelegenheid amende

honorable maken aan onze vrouwelijke landgenooten.

Ik wensch nog enkele woorden toe te voegen aan hetgeen M. Petrovitch

heeft gezegd omtrent onzen grootsten nationalen held, den koninklijken

Prins (Kralyevitch) Marko. Zooals hij heeft aangetoond is Marko een

historische figuur. Maar wat de geschiedenis omtrent hem heeft te

zeggen is niet veel, en in elk geval niet in staat om te verklaren, hoe

hij de lievelingsheld werd van het Servische volk. Hij was een eerlijk

en trouw vazal van den sultan, wat het bijna onaannemelijk maakt, dat

hij den eerbied en de bewondering der Serviërs heeft opgewekt. Toch

hebben de Serviërs gedurende de laatste vijf eeuwen hun koninklijken

Prins Marko geëerd, bewonderd en liefgehad en in de toekomst zullen zij

evenzeer als in het verleden trotsch op hem zijn. Dit psychologisch

raadsel heeft de beste Servische en enkele andere historische

onderzoekers en schrijvers geprikkeld tot een nauwgezet onderzoek. Het

is duidelijk, dat de meeste liederen op Marko hun dichters moeten zijn

ingegeven onder den machtigen invloed, die zijn persoonlijkheid op

zijn landgenooten en zijn tijd uitoefende. Dr. Yagich, Dr. Maretich,

professor Stoykovich en St. Novakovich zijn allen van meening, dat zijn

athletische kracht en zijn imposant voorkomen als voornaamste oorzaak

moeten worden aangemerkt van den indruk, dien hij achterliet. Allen

stemmen hierin overeen, dat zijn gedrag, zoowel in het dagelijksch

leven als bij buitengewone gelegenheden, dat was van een waar ridder,

een _cavaliere servente_, een _chevalier sans peur et sans reproche_.

Zelfs zijn zucht om den sultan als een trouw vazal te dienen werd in

zijn voordeel uitgelegd als bewijs van de onkreukbare oprechtheid

van zijn karakter. Waarschijnlijk werd die oprechtheid ook door

den sultan gewaardeerd en werd Marko hierdoor in staat gesteld niet

zelden een beroep op den sultan te doen ten gunste van zijn volk,

bijvoorbeeld als enkele gevangenen en slaven bevrijd en gered moesten

worden. Zeer zeker was hij de beschermer van arme en lijdende mannen

en vrouwen en stond hij hen bij, wat het ook kostte, niet zelden

met gevaar voor zijn eigen leven. Hij moet inderdaad bewijzen van

toewijding hebben gegeven voor de zaak van het recht; dat is het,

wat hem bemind maakte, niet alleen onder zijn tijdgenooten, maar

ook bij hun nakomelingen.--Hij moet gedurende zijn leven bekend zijn

geweest om zijn vreeze Gods en den eerbied en de liefde, die hij zijn

moeder toedroeg. De Serviërs teekenden hem naar het model, door zijn

eigen persoonlijkheid en zijn daden aan het volk geboden. Een van de

schoonste trekken van zijn ridderlijk karakter, gelijk dat beschreven

wordt door de nationale barden, is zijn liefde voor en deernis met

lijdende dieren. Het doet mij leed, dat mijn vriend Petrovitch geen

voorbeeld gaf van de liederen, die dien trek van onzen nationalen

held verheerlijken, als bijvoorbeeld het lied: "Marko en de Havik"

(Vouk ii 53) of "Marko en de Arend" (Vouk ii 54). In beide wordt

verhaald, hoe deze vogels, toen Marko ziek lag op het open veld,

gekweld door een hevigen dorst, terwijl de gloeiende zonnestralen

zijn gelaat verbrandden, uit dankbaarheid voor de vriendelijkheid,

die hij hun eens betoonde, hem water brachten in hun snavels en hun

vleugels uitspreidden, om zijn gelaat te beschutten tegen de zon.

Verreweg de beste studie over den Servischen nationalen held is

geschreven door den Russischen professor Halanski, die het raadsel

oploste door te wijzen op de natuurlijke sympathie van een volk

voor den "tragischen held." De historische Marko was zeer zeker een

"tragisch held". Niets bewijst dat beter dan zijn laatste woorden,

voor den aanvang van den slag van Rovina (1399), door M. Petrovitch

in zijn werk aangehaald.

Ik moet er aan toevoegen, dat ook deze verklaring wel gegeven

wordt: het Servische volk teekent om zoo te zeggen zich zelf in den

koninklijken Prins Marko. Zijn eigen tragisch lot, zijn deugden en

zwakheden ziet het gesymboliseerd in de populaire, maar tragische

figuur van Marko. Zonder twijfel moet Marko in vele opzichten het

type van een edelen Serviër zijn geweest, anders zou hij den weg

tot de ziel en het hart van zijn volk niet gevonden hebben. Maar die

beschouwing is niet zeer bescheiden.

Het zal onzen Britschen vrienden misschien belang inboezemen te

weten, dat een bloedverwant van de dynastie, waarvan Marko de laatste

vertegenwoordiger was, een zekere prins John Mussachi in een historisch

gedenkschrift vermeldt, dat de vader van Marko, koning Voukashin,

de afstammeling was van een edelman Britanius of Britanicus [4]

genaamd. Wij zouden er trotsch op zijn, indien bewezen kon worden,

dat de voorouders van onzen nationalen held op de een of andere wijze

verwant waren aan het Engelsche Volk.

Chedo Miyatovich,

Belgrado, 28 Juni 1914.

Lid van de Koninklijke Servische Academie van Wetenschappen.

Heldensagen en Legenden van de Serviërs · 第 19 / 47 题