Zij stond met de handen in de zijde op den drempel van haar huisje. Ik
zat aan haar voeten neergehurkt. Ik melkte haar schaap. Ik deed weleens
meer iets voor haar, omdat zij oud was, en ik niet.
Zij was afkomstig uit Weesperkarspel, en dankte voor dat voorrecht elken
dag den Heer.
Achter mijn rug stond zij, terwijl ik haar schaap melkte, rusteloos te
keuvelen. Ik hoorde achter mij haar oude kaken tegen elkander klapperen,
en zag naast mij de schaduw van haar lange kin snel op- en neergaan.
"Het is hier in Noord-Holland een schande", klapperden de kaken, en de
smalle kin-schaduw ging heen en weer over den grond als een dreigende
vinger. "Het is hetzelfde, waar gij komt in Noord-Holland. Ik heb
gewoond in Bovenkarspel, in Haringkarspel en in Sijbekarspel, eerst als
dienstbode, later met mijn nu overleden man. Voor God en zijn gebod is
geen ontzag; hierin is in Noord-Holland de eene plaats al gelijk aan de
andere. Dat was in Weesperkarspel anders....."
"Weesperkarspel is ook Noord-Holland", zei ik, ik geloof, ietwat kregel.
"Heelemaal niet!" riep Bartje uit. "In Weesperkarspel was nog wel vreeze
des Heeren. Weesperkarspel is volstrekt niet Noord-Holland".
Voorts sprak Bartje: "De Noord-Hollanders zijn wereldlingen. Op de
kermissen zijn zij thuis. Zij leven van de eene kermis op de andere. En
in de tusschentijden is het ook nog één jagen naar pret en pleizier.
Komedies en danspartijen en kaartpartijen en eetpartijen en
bruiloftspartijen is het hoogste, waarvan zij droomen. Ik zeg:
wereldlingen. En is het waar of niet?"
Ik sprak: "Ja, Bartje, het is waar. De Noord-Hollanders zijn
wereldlingen."
"Zij zijn onverschilligen," ging Bartje voort. "Zij bemoeien zich met
geen bijbel en met geen bidden, met geen kerk en met geen geloof. Arijan
van hiernaast timmert of schildert aan zijn kippenhokken, terwijl de
dominee in een leege kerk staat te preeken. En de overigen zijn meestal
niet anders dan Arijan. De mannen gebruiken den Zondagochtend om gras
voor de konijnen te snijden, en de vrouwen om de wasch in het water te
zetten. Onverschilligen! Is het zoo of niet?"
Ik zeide: "Ja, Bartje, het is zoo. De Noord-Hollanders zijn
onverschilligen".
Opnieuw zette Bartje stoom op. "Zij leven als de dieren", decreteerde
het oude mensch. "Enkel om te eten en te drinken. Zij denken ook
waarlijk, dat zij niet anders zijn dan de dieren. Zij denken, dat
met den dood alles voor hen uit is. Zij halen de schouders op over de
eeuwigheid. Arijan van hiernaast zegt, dat ieder zijn eigen duivel en
zijn eigen god is. Zoo denken duizenden in Noord-Holland erover. Leven
zij als de dieren of niet als de dieren?"