Dien avond begaf Pietje zich naar de Vergadering van de Rotterdamsche
Korfbalclub: De Vroolijke Bende, op het bovenzaaltje van café De Kroon.
Alle leden zaten rondom een lange tafel, de voorzitter, Jacob Mantel,
aan het boveneind, geflankeerd door Marie van Zanten, secretaresse en
Moeder over de club, en Harry de Graaf, penningmeester, en veelbelovend
boekhouder.
"Dames en heeren," sprak de voorzitter, "de tweede vergadering van
de korfbalclub "De Vroolijke Bende" verklaar ik geopend, na u allen
een hartelijk welkom te hebben toegezwaaid. Het woord is aan onze
secretaresse, die de notulen van de vorige vergadering zal voorlezen."
"Ik heb het schrijven daarvan aan den 2en Secretaris overgedragen,"
beweerde Marie lachend.
"Alzoo onze vriend Pietje Bell, tweede secretaris, heeft het woord."
Pietje stond op, nam het notulenboek ter hand en las:
Eerste Vergadering.
Op aanhoudend aandringen van den Minister van Oorlog en nog meer
leuke lui is heden opgericht De Vroolijke Bende, zich ten doel
stellende het maken van de meest mogelijke pret en ...
Hier tikte de voorzitter met den hamer.
"Zou het niet beter zijn, deze zinsnede te vervangen door: zich
ten doel stellende het beoefenen van het edele korfbalspel op de
aangenaamste manier?" vroeg hij.
"Dat is precies hetzelfde," zei Pietje en vervolgde:
... het maken van de meest mogelijke pret en het mikken van een
bal in een mandje zonder bodem.
Aangezien door alle aanwezigen het oprichten van een dergelijke
Bende zeer noodzakelijk werd geacht, werd vervolgens overgegaan
tot de viering van den verjaardag van een der aanwezigen, wat
hem een rondje kostte.
Mejuffrouw Alida Specht kon niet inzien, wat voor nut erin stak
om een bal in een bodemlooze mand te werpen, aangezien deze er
toch weer uitviel, maar de Voorzitter verklaarde haar, dat dit
juist de grap van het spel was.
Na aldus het nut van het spel verklaard te hebben, deelde de
voorzitter mede, dat de club tweemalen per jaar een voorstelling
zou geven ten bate van de kas en om er de rekeningen van de
voorgaande soirée mee te betalen.
Het Reglement van de club werd daarna vastgesteld en alle
aanwezigen namen zich voor, er zich niet aan te storen.
De kosten van de vergaderingen, zaalhuur en verteringen zullen
betaald worden van de opbrengst der eerstvolgende soirée, en de
eigenaar van café De Kroon nam met groote vreugde dit voorstel
aan. Op dezelfde wijze zal getracht worden, de overige onkosten
der club te bestrijden.
Ten slotte werd de vereeniging de naam gegeven van De Vroolijke
Bende, hetgeen met algemeene toejuichingen gepaard ging en waarbij
drie glazen en twee kopjes het leven lieten.
"Heeft iemand iets aan te merken of af te keuren in deze
notulen?" vroeg de voorzitter. "Niemand? Dan zullen we ze hierbij
goedkeuren en onderteekenen."
Met sierlijke krullen zette Harry zijn naam eronder en vervolgde dan:
"Nummer twee van de agenda: Verslag over het afgeloopen kwartaal."
Weer stond Pietje op, nam een ander boek en las:
Het is lang geen gemakkelijke taak, precies te vertellen, wat
er in het eerste speelseizoen van De Vroolijke Bende is gebeurd,
want er is zelden op de wereld zulk een rumoerige, veelzinnige,
weerbarstige en uitgelaten troep bij elkaar geweest. De
eerste oefening werd gehouden op het Exercitieterrein, waar
het veertien dagen aanhoudend geregend had. Het speelveld was
in een voorwereldlijke poel herschapen en derhalve uitnemend
voor korfbal geschikt. Toen de club huiswaarts keerde, zagen de
leden eruit als polderjongens. Men was het er echter algemeen
over eens, dat het geen "droge boel" was. De kas bevond zich in
een voorbeeldigen toestand, er was geregeld een tekort, aangezien
de uitgaven grooter waren dan de inkomsten.
Jacob Mantel, voorzitter, werd ook tot leider gekozen, met een
lange ij, en hij leerde de club, hoe je 't niet moet doen.
Er werden eenige repetities gehouden voor de a. s. soirée, welke
zeer succesvol afliepen, daar de meeste deelnemers schitterden
door afwezigheid. Alles en alles bij elkaar genomen verkeert de
club in blakenden welstand en gaat een groote toekomst tegemoet.
Pietje ging zitten onder het applaus der leden.
"Goedgekeurd," sprak de voorzitter. "Aan de orde is vervolgens nummer
drie van de agenda: Voorstel van mej. Marie van Zanten. Het woord is
aan haar."
Marie, een vijftienjarige brunette, die wel voor zeventien kon
doorgaan, stond op.
"Mijn papa," sprak ze, "wil aan de club ten geschenke geven een
verplaatsbaar clubhuisje met alle benoodigdheden..."
Flip vloog naar de piano en begon uit alle macht: "Lang zal ze leven"
te hameren, wat direct door de heele Bende overgenomen werd. Laarzen
bestampten den vloer, stoelen werden omgegooid ... hoeraaa ... hoeraaa
... en als de voorzitter het niet belet had, zou de heele club Marie
omhelsd hebben.
De eigenaar van het koffiehuis kwam naar boven om de geachte
vergadering mee te deelen, dat dit een vergaderzaaltje was en geen
kegelbaan.
Het voorstel van Marie was, om het cadeau van haar vader aan te nemen
onder dankbetuiging, waarop wederom zulk een stormachtige bijval
volgde, dat meergenoemde eigenaar halverwege de trap terugkeerde en
thans met kracht en klem constateerde, dat het een schandaal was.
"Jullie moest je schamen," zei hij, "de kalk valt beneden van het
plafond."
"Laten we afspreken," antwoordde Flip den man, "dat het een goedkoop
soortje plafond moet zijn."
"Bepaald namaak kalk," vond Pietje Bell.
"Goeie plafonds," beweerde Jacob wijs, "laten geen kalk los. Probeert
u eens Portland-cement."
"Jullie raaskalt," riep de man uit, "en dit is de laatste maal,
dat ik jelui waarschuw. Je denkt zeker, dat ik idioot ben?"
"We zullen u heelemaal niet tegenspreken," zei Flip minzaam.
De eigenaar nam dit als een beleefdheid op, omdat de beteekenis niet
recht tot hem doordrong en vertrok met de mededeeling, dat het de
laatste maal geweest moest zijn.
"Stel je voor," beweerde Mien Kuijer, een veertienjarige robbedoes,
"de man krijgt zijn huur betaald na de eerste soirée, en dan zal je
nog niet eens de kalk van 't plafond mogen stampen."
't Werd warm op het zaaltje.
Harry de Graaf deed met toestemming van de dames zijn jasje uit en
stelde daardoor een nieuw, zijden overhemd ten toon.
Het had een vreemde combinatie van kleuren.
"Vind-je 't geen mooi shirt?" vroeg hij aan Pietje.
"Wel," was het antwoord, "ik wil heelemaal niet beweren, dat het niet
mooi is, maar als ik zoo'n overhemd aanhad, zou ik mijn jas aanhouden."
"En ik denk ..." begon Flip.
"Ik geef geen cent voor wat jij denkt," viel Harry hem in de rede.
"Je hebt gelijk, ik dacht aan jou," zei Flip snel.
"Orde, dames en heeren," verzocht de voorzitter, "orde
alstublieft. Waar is mijn hamer? Och Piet, geef eens even aan."
Pietje rekte zijn arm uit naar den hamer, die in de herrie aan de
andere zijde van de tafel verzeild was.
"Gut, wat kan jij leelijk vér reiken," merkte Alida Specht op,
een lang, slank meisje, dat om haar spitse tongetje "Spinnetje"
genoemd werd.
De voorzitter klopte op de tafel.
"Binnen," zei Piet.
"Orde," verbeterde Jacob. "Nummer vier van de agenda is aan de orde:
Geen personen onder veertien jaar kunnen als lid van de club worden
toegelaten."
"Dat slaat niet op mij," zei Flip, "ik was den tweeden April al
zestien."
"Als gewoonlijk een dag te laat," merkte Spinnetje op.
"Iemand iets aan te merken op deze regeling?"
"Wel," zei Harry, "Jannetje de Boog hier is nog geen veertien, dus
kan ze ook geen clublid zijn."
"Wat?" riep de bedoelde jonge dame, die zeer voorname opvattingen
had, dikwijls fransche woorden gebruikte en het jammer vond, dat haar
vader landbouwer was. "Wat? Denken jullie, dat ik nog geen veertien
ben? Denken jullie dat? Quel idéé! Vous-êtes fou!"
"Hotel de France," zei Pietje. "Si vous L'abattoir!"
"Pourquoi le quadrille," voegde Flip er bij.
"Coupe des cheveux et la barbe," beweerde een ander.
"Stilte, orde," maande de voorzitter aan, en hamerde weer op de tafel.
Mien Kuijer genoot van Jannetjes woede, doch haar vreugde steeg ten
top, toen Flip opstond en zei:
"Ik stel voor, dat we den naam van Jannetje de Boog vertalen door
Jeanne d'Arc."
Een oorverdoovend applaus volgde op deze woorden en er viel bepaald
beneden weer kalk van het plafond, want de eigenaar kwam opnieuw
binnen, maar nu met de mededeeling, dat de club oogenblikkelijk
moest vertrekken.
Dat maakte een eind aan de vergadering.
Piet stelde de leden in marschorde op en commandeerde: voorwaarrts
... Marsch!
Met zeer hoorbaren militairen pas daverde de vroolijke Bende de
trap af.
"En ik hoop jullie nooit meer te zien," was het afscheid van den man.
"Dank u, van 't zelfde," zei Pietje. "Valt u niet over de mat."
Dien avond schreef hij in het notulenboek van de club, dat de tweede
vergadering zeer geanimeerd en welgeslaagd was afgeloopen.