GODSDIENST DES OOYEVAARS.

Ziet, hoe de klepelaar den Schepper aller dingen

Op-offert jaarlijks één van zijn vruchts eerstelingen;

En uit het hooge nest verpikt zijn kaal gebroed,

Ter tijd een vluggeloos[560] het lage kiezen moet.

O mensche, die noch groeit en lacht in uwe zonden,

En aan godsdienstigheid u niet en acht verbonden;

Ziet, hoe den ooyevaar u voor het vierschaar daagt,

En van ondankbaarheid voor 't aanschijn Gods verklaagt:

Vermids gij roekeloos nooit liet ten Hemel varen

Het wierook, dat hij eischt op zijn gewijde altaren,

Maar volgt uws wellusts pad, en danst op hare trom,

Betreedt de dorpels noch van kerk noch heiligdom:

En weidt uw beesten-ziel in haar wellustigheden,

Terwijl verbannen zijn de waarheid en de reden.

Doch 't is vergeefs gepreêkt, gij houdt het zelfde spoor,

Neemt op geen leering acht, geeft wijsheid geen gehoor;

Welaan, gij goddelooz'! God zal u niet verschoonen:

Gedenkt, gij dient u zelf, gij moogt u zelven loonen!--[561]

[1] De eerste uitgave verscheen, in 1617, bij den uitgever van den

_Gulden Winkel_, die onder ieder der "aardige afbeeldingen" waarmede

zij "versierd" was, een "exempel uit de oude historiën", stelde (zie

het slot der _Voorreden_). Sedert werd het boekjen herhaaldelijk

herdrukt.

[2] Nam. _de vos_.

[3] _uit zich zelf_.

[4] Gelijk gewoonlijk bij Vondel voor _moest_.

[5] _bijzondere_.

[6] Latinisme voor _door de_.

[7] Thans _hun_.

[8] Thans _zij kunnen_.

[9] Thans _niets_.

[10] Thans _bij 't vuur_.

[11] _Door_ (verg. 't Eng. _by_).

[12] De maker der platen bij de afzonderlijke uitgaven (verg. ook die

van Van Lennep.)

[13] Germanisme voor _onbeperkt_.

[14] Daar deze (naar Van Lenneps opmerking) blijkbaar niet van Vondel

zelf, maar van Pers waren, zijn ze hier achterwege gelaten; de

desbeluste lezer kan ze in zijne uitgave naslaan.

[15] _redelooze_ (verg. het Hoogd. _unvernünftig_.)

[16] Voor _stiert het_.

[17] Thans _veroorlooft_.

[18] Thans _wordt_.

[19] Thans verkort tot _zon_.

[20] Versta: door menig voor meer dan Hemelsch geacht.

[21] Ariadne, die Theseus, naar de oude legende, uit den doolhof op

Creta (Candia) hielp.

[22] Anders _kluwen_ (verg. _waarschouwen_, _stouwen_, enz.)

[23] Voor _houde het_.

[24] Voor _erken 't_.

[25] Voor _zoo hij best mag_ (_of kan_.)

[26] Voor _bloemrijk_ in 't algemeen.

[27] Thans _zich zelf_.

[28] Rijmshalve, maar anders vrij oneigenlijk, voor _met spoed_.

[29] _Drinkt elkander toe_; van 't Fransche _à vous_.

[30] afscheid.

[31] Voor _Labyrinth_, d.i. _doolhof_.

[32] _bevatting_, _inhoud_.

[33] Terecht herinnert Van Lennep hierbij aan den zoogenoemden

_Muzentempel_ op Hendrik Laurentz. Spiegel's _Meerhuizen_; waarover

verg. Drost's bevallige schets in zijne _Schetsen_ en _Verhalen_,

bladz. 203.

[34] Weder met verkeerden klemtoon voor Heraclítus, den bekenden

diepzinnigen wijsgeer der oudheid, in de volksoverlevering tegenover

den blijmoedigen Democritus gesteld.

[35] Thans _maan_.

[36] Gelijk reeds herhaaldelijk voor _strand_.

[37] _kunt gij_.

[38] _werpen_.

[39] Stuurlieden der oude overlevering bij den tocht der Argonauten en

dien naar Latium.

[40] _ziet gij_.

[41] _opmaken van 't haar_.

[42] Netten tegen de zee-boeven of zee-schuimers gespannen.

[43] _vreeslijk_ (thans verkeerdelijk _ijslijk_ gespeld; verg.

vroeger.).

[44] Thans _uit zijn keel_ of _hals_.

[45] _kleverig_.

[46] _pochen_.

[47] Thans _kalkoenen_ (eig. _kalikoensche_ of _calicutsche haan_ of

_hen_.)

[48] Geheel naar de Nederlandsche spreektaal; de boekentaal onzer dagen

zou meenen hier het stijve, en meer Latijnsche dan Hollandsche _die_ te

moeten schrijven.

[49] Thans tot _beul_ zaamgetrokken; eigenlijk de _gerechts-bodel_ of

_bode_, en in 't Middeleeuwsch Latijn met _pedellus_ vertaald.

[50] _opengaat_.

[51] _een_ (nam. van kleur), tegenover 't bontverwige der anderen.

[52] Gelijk men reeds herhaaldelijk zal opgemerkt hebben, heeft Vondel

steeds _na_ voor ons _naar_, en wij meenden dit te moeten behouden.

Omgekeerd heeft hij veelal _naar_, waar wij _na_ bezigen (gelijk bijv.

zelfs in 't wanluidende _naarderen_ voor _naderen_); wij hebben ons

daarin echter, ter liefde der welluidendheid, aan het latere gebruik

gehouden.

[53] _voordeelig zijn_.

[54] _leger_, 't Fransche _armée_.

[55] _hoveling_, _kamerjonker_ of iets derg.

[56] Van 't Latijnsche _simia_, voor _aap_.

[57] Thans _tooneelen_.

[58] 't Fransche voor 't Nederlandsche _zotternijen_ of _zotte

kluchten_; thans alleen door dat laatste woord aangeduid.

[59] Men zou liever _en_ willen lezen.

[60] Voor _verschilt_ of _scheelt_.

[61] 't Zelfde als _ruw_, hier _wild_ of _woest_.

[62] manieren, _wetten_.

[63] _lastdragend_.

[64] Voor _karre_; verg. _tesch_ voor _tasch_, enz.

[65] Zooveel als _kletsen_, _klappen_.

[66] oud paard, thans veelal _knol_.

[67] òf van den adem en 't hijgen, òf (met Van Lennep) van het rukken

(_tocht_ voor _trek_, _ruk_) te verstaan.

[68] Onophoudelijk _slaat_ (gelijk het leer).

[69] _verworpen_, _verschoven_.

[70] Thans zonder verbuigingsvorm, _schamele_, _boze_.

[71] _straf_ ('t Fransche _peine_).

[72] Anders _uitgenomen_.

[73] _behagen_, _inzicht_.

[74] _die-gestrekt_: Germ. voor _die gestrekt zijn_; ten zij men _die_

wilde wegschrappen en lezen: _De stappen in het zand_, enz.

[75] _eenvoudige_.

[76] Voor _de_, gelijk reeds herhaaldelijk; men wachte zich echter wel

dit _den_ als _dèn_ uit te spreken, gelijk ook thans nog velen doen.

[77] _uitstel_.

[78] Voor _in schoonen bloei_.

[79] voor _benedengrond_.

[80] Voor _speur_; verg. echter _opsporen_.

[81] Anders _oogwenk_; evenzoo _oogen-merk_ bij Cats voor ons _oogmerk_.

[82] Verbogen vorm van _ruit_, _wijnruit_.

[83] Van verstand namelijk (verg. 't Hoogd. _klugheit_ en _klug_).

[84] Voor _ten ondergebracht_.

[85] _gevleid_ (verg. 't Hoogd. _schmeicheln_).

[86] Verbogen naamval, thans tot _bastaardij_ verkort.

[87] _besmeert het_.

[88] _voegt_, _plaatst_.

[89] Voor _blind_, _onwijs_.

[90] het _boevenet_; verg. boven bl. 54.

[91] Voor _bezocht als gast_.

[92] _plat bord_.

[93] _prijkte_ (verg. ons _te pronk staan_.)

[94] Voor _totter_ of _tot den tijd_.

[95] Germanisme voor _tergende_.

[96] _Verschoont zich, zoo goed hij kan._

[97] _geklap._

[98] Voor _klank_.

[99] _bijzonder_.

[100] 't vroeger wellevens-kunst. Gelijk thans nog _welsprekend-_ en

_wellevend-heid_.

[101] _toegelegd, beschikt._

[102] Thans _gegund_.

[103] _onschuld_.

[104] _doodgebeten_.

[105] Thans zou men schrijven _gebiedt_.

[106] _macht_ (verg. vroeger).

[107] Verg. boven bladz. 1, aant. 8.

[108] _zijner_, thans tot _zijn_ ingekort.

[109] _voor korten tijd_, thans _kortelings_.

[110] _van nut_, _dienst_.

[111] Men vergelijke, des belust, de bevallige bewerking der zelfde

voorstelling door den Westfrieschen boer Corn. Maerts, in 't _Nederl.

Liedeboek_ of de nieuwe uitgave zijner _Gedichten_, bl. 141.

[112] Noordewind.

[113] _De zonnegod_.

[114] _mitsdien_.

[115] Thans _plaats_.

[116] Thans _na_.

[117] Voor _reiziger_.

[118] Thans _begon_.

[119] Thans _niets_.

[120] Versta: _hij zich_.

[121] Thans _rede_.

[122] Rijmshalve voor _voorgehouden_.

[123] Thans _verschuldigde_, _verdiende_.

[124] _uitgelezen kleinood_.

[125] Voor _verwilligd_, _er toe bewogen_.

[126] _gevraagd_.

[127] Hier, in bedrijvenden niet lijdenden zin: _barmhartig_, niet

_armzalig_.

[128] _bereid_.

[129] _woud_ ('t Fr. _forêt_).

[130] Voor _met snelle vaart_.

[131] _boven_, _meer dan_.

[132] _onderworpen is aan_.

[133] Rijmshalve voor _beschutten_.

[134] _hongert naar_.

[135] Thans _wier_.

[136] _ook_.

[137] Of _zeug_, zie 4 reg. lager.

[138] _biggen te werpen_, _kramen_.

[139] Germ. voor _bood aan_.

[140] _vet_, hier voor _den vetten, welgevulden balg_.

[141] _Daargelaten, wat gij omtrent de opvoeding doet of niet doet_.

[142] Volledige verbuigingsvorm voor het thans geheel ingekorte _een

volle krib_.

[143] _Roemende van_.

[144] Het welbekende paard der vier Heemskinderen; zie de afbeelding,

des belust, in Alberdingk Thijms _Karol. Verhalen_.

[145] _berijden onder den man_ (verg. nog _pikeur_).

[146] _acht gaf_ (verg. _oog-gemerk_, boven bl. 56).

[147] _verschalken_.

[148] _komt_, _vermocht te_.

[149] _uws weegs_.

[150] _bewaar_, _behoud_, _blijf bewonen_.

[151] Thans _waarop_.

[152] 't Fransche _part_ voor _poets_.

[153] Thans _naar_.

[154] _van blinde_.

[155] Thans _tong_.

[156] _deugd doet_, _weldoet_.

[157] _Reintjen de vos_.

[158] Eig. _apen_; wellicht dacht Vondel aan de _meer-kat_.

[159] Thans _klouteren_, maar eig. de verlengde vorm van _klaven_, dat

de versterkte vorm van _klieven_ is; verg. het Hoogd. _klafter_.

[160] Thans _niets_.

[161] Vondel rekende hier buiten de M'clures en Kanes onzer dagen.

[162] _zich achterwaarts bewegen_ (naar de oorspronkelijke beteekenis

van 't woord).

[163] Thans _ofschoon ook_.

[164] _Hunlieden_, _hun_.

[165] _Hij zou't het_.

[166] _voorbeeld_.

[167] _zoo hij wilde_.

[168] _zich begeven_.

[169] Voor _gepelsden_; _bont_ (naar Van Lennep's juiste opmerking) in

denzelfden zin, als in _bont-_ of _pelswerker_ genomen.

[170] Anders _gansch en al_, _heelendal_.

[171] _priemen_ en _pramen_, gelijk _striemen_ en _stramen_.

[172] _bedrogen_, _in de luren geleîd_.

[173] _wijl_.

[174] _hapert_.

[175] _vlam_ (verg. nog ons _lichterlaaye_ d. i. _met_ of _in heldere

vlam_).

[176] _als gezegend_.

[177] Thans _hen_.

[178] _Er op bedacht zal zijn, zich te wreken_.

[179] Voor _hield_ (gelijk nog in de spreektaal).

[180] Thans _fêteeren_ (van 't Fransche _fêter_).

[181] _wee, wee!_ (niet met _krijgswapens_ of derg. te verwarren);

evenzoo boven XV, r. 4.

[182] _weest te vreden_, _vergenoegt u_.

[183] _bron_.

[184] _al waart gij ook_.

[185] Voor _verontschuldiging_.

[186] _verwoed_.

[187] Thans _de keel_.

[188] _hoe langer hoe krachtiger_.

[189] Thans _goederen_.

[190] _den goeden naam_.

[191] _ontziet u_, _hoedt u_.

[192] Voor _zal_.

[193] _meest naar mijn aard_.

[194] _stilt_, _voldoet_.

[195] _beddeveêren_.

[196] Wel een bewijs, dat Vondel _bewegen_ niet anders dan met zwakke

verbuiging kende, daar hij anders hier zeker _bewogen_ gebezigd had;

versta thans: _betrokken_, _getroffen_.

[197] _Tot den tijd toe_, _zoo lang tot_; verg. vroeger.

[198] _belangstelde_.

[199] _schimpend gesnap_.

[200] Thans _van een eik_.

[201] Germ. voor _ver_.

[202] _Te boven gaan_.

[203] _uitstekendste_, _schitterendste_.

[204] 't Is met _lof_, als met _beest_, _feest_ en andere derg.: de

rad uitgesproken d van 't lidwoord is tot t verscherpt, en daardoor

't woord schijnbaar onzijdig geworden. Met _oorlog_ (hier door Van

Lennep vergeleken) is 't anders, daar dit, in zijn laatste deel (_log_)

oorspronkelijk werkelijk onzijdig was.

[205] Thans _groene_.

[206] _denkende aan_.

[207] Thans _hun_.

[208] _Tot dat_.

[209] _zwellende_.

[210] _Tot dat_.

[211] Rijmshalve voor _het gras_.

[212] _boven_.

[213] _achten_.

[214] _ongelijk_, _niet gelijkbaar_.

[215] _zich te verzetten en haantjen de voorste te zijn_.

[216] _tegen_.

[217] Rijmshalve voor _vertrouwt_.

[218] _bron_.

[219] Thans _bron_.

[220] Hier _lof_.

[221] Thans _hoort hij_.

[222] Thans _moeten wij_.

[223] Voor _houdt het_, _eindt het_.

[224] _ellendig_ (zie vroeger).

[225] _de grootsten met_ (of _en_) _de kleinsten_.

[226] _beheeren_.

[227] _lijden_.

[228] _benadeelen_.

[229] _zoo_.

[230] Voor _verbijsterd_, _verschrikt_.

[231] Gelijk nog wel in de spreektaal voor _moest_.

[232] Verg. boven bl. 48, aant. 313.

[233] _in vrijheid_.

[234] Thans _koos hij_.

[235] Voor _onrustige_ of _onveilige_.

[236] _likkebaard_; gelijk de zich vergastende poesjes doen.

[237] _dreigt te_.

[238] Thans _onbeschaamd_ (het tegendeel van 't nog gebruikelijke

_schamel_ of _beschroomd_).

[239] Voor 't dier zelf; verg. boven bl. 9 en later.

[240] Thans tot _laadde_ verzwakt.

[241] Voor _trotsch_, _verwaand_.

[242] _in allen deele_.

[243] _krengen_.

[244] Voor _den lof_; verg. boven.

[245] Welluidendheidshalve voor 't.

[246] _wegens_; 'tgeen mij natuurlijker voorkomt dan Van Lennep's

vertaling _verder dan_.

[247] _ongerept_, _onbeduimeld_.

[248] _ras_, _ijlings_.

[249] _'t geruisch der vlerken_ (verg. Tesselschades bekenden

versregel: _een zingend vedertje en een gewiekt geluid_).

[250] _sedert_.

[251] Thans _zich_.

[252] Voor _vergolden_.

[253] _bits bejegend_.

[254] Lat. vierde naamv.

[255] _wakkeren_.

[256] Thans _open_.

[257] _om hem te winnen_.

[258] _leus_.

[259] Thans in verlengden en wederkeerenden vorm: _zich verlustigen_.

[260] _vlijen_, _voegen_.

[261] Verg. boven bl. 62, aant. 233.

[262] _verkeer_.

[263] _zich_.

[264] Voor _ongenoegen_.

[265] _gelijk het past_.

[266] _van alle kant_.

[267] _doodgebeten_.

[268] Thans _stal_.

[269] _gevaar_ (voor 't Lat. _periculum_).

[270] Voor _verlekkerd_, _graag_.

[271] _kon_.

[272] _bezietjens_, _besjens_.

[273] Voor _poes_.

[274] Rijmshalve voor _verzengde_.

[275] Naar de Hollandsche volksspraak voor _kastanjen_.

[276] _baart_, _tiert gij_.

[277] Thans _hun_.

[278] _minzaam_.

[279] Anders _knol_.

[280] Voor _kar_ (gelijk _tesch_ voor _tasch_, enz.)

[281] Thans _hen_.

[282] _Doet uitspraakt_, _oordeelt_.

[283] _onverdroten_.

[284] _te beurt_, _ten deel vallen_.

[285] Hier voor _vleemen_, _flik flooyen_.

[286] _boos_, _wrevelig_.

[287] _Stelt u tevreden_.

[288] _voeden_.

[289] _duur_.

[290] Thans tot _had_ geslonken.

[291] _veranderd_.

[292] Thans _om te_.

[293] _van begeerte_ namelijk.

[294] Thans _hetzelfde_.

[295] _gehuichelden_.

[296] Thans _zich_.

[297] _even als vroeger_.

[298] _overeengekomen_.

[299] _vraat_ (verg. _gierig_).

[300] _doorgaans_, _steeds_.

[301] _verbazend_.

[302] _geleek op_.

[303] Anders _ervaring_.

[304] Thans _stierf_.

[305] Voor 't verlengde _veilig_.

[306] _wakkere_, _vaardige_.

[307] _gedijt_.

[308] _zich_.

[309] Thans _hij liet_.

[310] Gelijk reeds herhaaldelijk voor _schapen_.

[311] _vervormd_, naar de oorspronkelijke beteekenis van 't woord;

verg. nog het Eng. _shape_.

[312] Thans _het_.

[313] Voor _hoop_, _kudde_; Vondel gebruikt het woord steeds in dien

algemeenen zin; verg. vroeger en lager.

[314] _streken_.

[315] Maatshalve voor _verslonden en brachten_.

[316] Voor _hoe 't hem vergaan was_.

[317] _ten leste_.

[318] _of wellicht iemand_.

[319] _vertoont_, _houdt_.

[320] _van_, _door_.

[321] _gelijk_.

[322] _stemden bij_, _toe_, _in_.

[323] Zeer oneigelijk voor een hoopjen pluimlooze kiekens.

[324] _stelt zij zich_.

[325] Gelijk nog in de spreektaal voor _kooi_.

[326] Anders _klokt_.

[327] _hun_.

[328] _geeft_.

[329] _kan_.

[330] Voor _bezorgt_.

[331] Anders _ruwe_.

[332] Voor _gewoon_.

[333] _drinkgelag_.

[334] _lichter laaye_ (zie vroeger).

[335] Voor _wierp_ (gelijk boven _starf_ voor _stierf_.)

[336] _mij schuldig gemaakt_.

[337] Thans _uitgespreid_ (verg. 't Hoogd. _ausgebreitet_.)

[338] _waar_.

[339] _welberaden_.

[340] _steeds_.

[341] Gelijk reeds herhaaldelijk, naar de Hollandsche volkstaal voor

_strand_.

[342] _in allen deele_, _naar alle kanten_.

[343] Thans _vond_.

[344] Anders _slak_.

[345] Thans _nek_.

[346] _wormpjens_.

[347] Voor _spieren_.

[348] Thans _getroostte zich_.

[349] Germ. voor _voeden_.

[350] _weldra_.

[351] _naar_, _in_.

[352] _opriep_ (verg. nog ons _ontbood_).

[353] Thans _kliefde_.

[354] _Totdat_.

[355] Rijmshalve voor _ontlijven_.

[356] _belangstellend_.

[357] _kan_.

[358] Anders _gesneuveld_.

[359] Anders _gezamenderhand_, _gezamenlijk_.

[360] _gewoonte_.

[361] _aanpakt_, _-tast_.

[362] _wacht_, _hongert_ of _hunkert naar_.

[363] Zie vroeger.

[364] Voor den lateren verlengden vorm _gierig_; zie reeds vroeger

[365] Maatshalve, maar minder juist voor _hols_.

[366] Thans _zich_.

[367] Thans _felle_.

[368] Voor _onderneemt_.

[369] Thans _beul_; verg. boven bl. 54, aant. 49.

[370] _goed doet_.

[371] _verteert_.

[372] _ben je nog niet voldaan_?

[373] _guit_, _schavuit_.

[374] Thans _zich_.

[375] _ook_.

[376] Apen-naam.

[377] _afkeeren_.

[378] _door den nood bestreden_.

[379] _beeldhouwer_.

[380] Rijmshalve voor _vormde_.

[381] _geprezen_.

[382] _gevormde_ (verg. nog ons _boetseeren_).

[383] Voor _belachen_.

[384] _doet_.

[385] Voor _lescht_.

[386] Zie vroeger.

[387] Germ. voor 's _morgens vroeg_.

[388] Thans _hun_.

[389] Hanen-naam.

[390] Voor _toorn_.

[391] Thans _verontschuldiging_.

[392] Thans _verontschuldiging_.

[393] Anders _hennen_.

[394] Anders _gezochten_, _verzonnen_.

[395] Anders _lucht_.

[396] _verdroten_, _gespeten._

[397] Voor _ouderdom_.

[398] Thans _zich_.

[399] _wildbraad_ ('t Fr. _venaison_).

[400] _Hoe langer hoe strenger_.

[401] Voor _stokslagen_.

[402] Thans _bezoldiging_.

[403] Thans _geslacht_ (verg. echter nog ons _slager_).

[404] Voor _laag_, _diep_.

[405] _schreeuwde_.

[406] Men zou voor _aan_ hier liever _een_ willen lezen.

[407] Voor _rieden_.

[408] Thans in verlengden vorm _stribbelende_.

[409] _voorbeschikte lot_.

[410] Anders _goochelaar_.

[411] _kring_.

[412] Anders _buitelen_ (verg. _Reiter_ en _ruiter_).

[413] Thans _potsen_.

[414] Anders _inlandsch_, _inheemsch_.

[415] _zich_.

[416] Voor _dacht_.

[417] _hembd_.

[418] _verspeeld_.

[419] _op heden_.

[420] Thans _wordt_.

[421] _hanen_; zie boven bl. 69, aant. 389.

[422] _naging_.

[423] _uitgekozen rust_.

[424] _vrij te maken_.

[425] Thans _vochtig_.

[426] _geweigerd_.

[427] _bijzonder_.

[428] Zeugen-naam; verg. 't Fransche _truie_.

[429] Rijmshalve voor _toegekend_.

[430] Thans _wordt_.

[431] _voldaan_, _tevreden_; naar Kamphuyzens spreuk: _genoeg is meer_.

[432] Hennen-naam.

[433] Verg. boven, bl. 54, aant. 47.

[434] Voor _afdropte_ (thans met verlengden vorm _afdroppelde_.)

[435] _pikten_.

[436] _rond_, _welgedaan_.

[437] Versta: _gast zijn bij_.

[438] _verlekkerd_ (verg. _lekkerbek_).

[439] _beter_.

[440] Thans _bezoekt_.

[441] _vriendin_ (van 't Lat. _cara_).

[442] Germanisme (_schmatzen_) voor _smult_.

[443] Verg. boven, bl. 43, aant. 198.

[444] _verwelkomt_.

[445] _komst_; verg. boven, bl. 71, aant. 440.

[446] Men zou geneigd zijn _ritselen_ te lezen, en 't van _'t geritsel_

der muizen te verstaan.

[447] Rijmsh. voor _erwten_.

[448] Versta: _en wien_.

[449] _gekookte_.

[450] Versta: _en komt_.

[451] _stok-oud_: eig. _verstijfd_ van ouderdom, gelijk _stokmelk_

oudtijds voor _dikke melk_.

[452] Thans _verdwijnt_ (verg. _zwinden_ en _verzwinden_).

[453] meer dan het op de been kon houden.

[454] _drinkebroêrs_, _liefhebbers_ van 't wijn- of bier-vat.

[455] _de druif_.

[456] _bier_.

[457] _leppen_.

[458] _haast_.

[459] _verdwaasd_.

[460] Thans _snelle_ (verg. echter nog ons _in aller ijl_).

[461] _Even als_.

[462] _gaat naar_; verg. boven, C, aant. 440.

[463] Voor _spits-broeder_.

[464] Naar den Hollandschen tongval voor _verslagen_.

[465] Voor _dy_ (thans u), gelijk nog in de dagelijksche spreektaal

dikwerf _mijn_ voor _mij_.

[466] _eenvoudige_.

[467] Voor _kocht om_.

[468] _betoon_.

[469] _evenzeer_.

[470] Voor _eeden_.

[471] Steeds voor _wordt_.

[472] _kwâjongens_.

[473] Thans _bidt_.

[474] _opsporen_.

[475] _steen-_ of _tichel-bakker_.

[476] _ver overtreft_.

[477] _vlei_.

[478] Thans _ongestadige_, _ongedurige_.

[479] Anders en beter _spitsvondig_.

[480] _pluk_.

[481] _wel hongerde_.

[482] _drinken_.

[483] _nergens_ (eig. _nie-waarts_, d. i. _naar geen enkelen kant_).

[484] De bok, wel te weten.

[485] Thans _naar_, maar welluidendheidshalve te verkiezen.

[486] Voor _flinke_, _zware_.

[487] Voor _vinden_.

[488] _nu weder_.

[489] Overtollig bij _verleeren_.

[490] _vlijmen_, _snijden_.

[491] _in tijds_.

[492] Het Paduaansche hoenderras was om zijn zwaarte en schoonheid

vermaard. (Zie Buffon, _Oiseaux_ VII, p. 108).

[493] Thans _bezoldiging_, verg. reeds vroeger.

[494] Anders _vrekzak_.

[495] Volle verbindingsvorm, thans: _tot de hen_.

[496] Thans _ik blijf_.

[497] Thans _eene_, _een_.

[498] _in een slag_.

[499] _genoeg hebben_, _voldaan zijn_.

[500] _verdeelen_.

[501] Thans _naar_.

[502] Thans _als_.

[503] _overtrof_, _overschreed_.

[504] Voor _belachelijke_.

[505] _te vergeefs_.

[506] Rijmshalve maar anders onjuist voor _aangerend_.

[507] Thans verouderde, verbogen naamval.

[508] _de baas is_.

[509] Anders ook wel _boonen_; al wat nam. _geraas maakt zonder vrucht_.

[510] Anders met verlengden vorm: _uitmergelen_.

[511] _eenslags_, _eenklaps_.

[512] _vervrolijkt_ (zie vroeger).

[513] Thans _uw_, dat bij 't voorafgaande _gij_ eigenlijk ook beter

passen zou.

[514] Gelijk oudtijds veelal, voor _kennis_.

[515] Thans in verlengden vorm _vernietigd_.

[516] Maatshalve, maar anders minder juist, voor _nooddruft_.

[517] Thans _vond_.

[518] Zie boven CVIII, aant. 492.

[519] Voor _zwenken_.

[520] _gekrulde lokken_.

[521] _laat u in den modder steken_.

[522] _den kern_, _het fijne_ (gelijk men wel zegt).

[523] Voor _wedspel_, naar den platten tongval.

[524] _rondas-_ of _schild_-drager.

[525] In Vlaanderen; zeker wel wat ver van 't _geld. pad_, maar

denkelijk door den dichter uit het oorspronkelijke (dat te Antwerpen

verscheen) aangehouden.

[526] _verschrompelde_.

[527] _mag_.

[528] _spaart het_.

[529] Gelijk oudtijds meer, voor _vluggen_.

[530] _hapjen_, _beetjen._

[531] _als loon voor zijn trouw_.

[532] Thans _toen_.

[533] _eensklaps_.

[534] Voor _onverzadelijke_.

[535] _vrekken_; verg. vroeger.

[536] Thans _werd_ (verg. 't Hoogd. _wurde_).

[537] Rijmshalve, maar anders minder gelukkig voor _horens_.

[538] _de baas is_; verg. vroeger.

[539] Thans _zich_.

[540] _kan_.

[541] _zots-kolf_ of _stokjen_.

[542] Anders _heilzaam_, _heelend_.

[543] Bij wijze van scheldnaam.

[544] _kon_.

[545] _Denenhoofdjen_, _koppig Deentjen_.

[546] Eig. _beschuldigt_; hier voor _knaagt_, _kwelt_.

[547] _benepen_, _ellendig_; zie _vroeger_.

[548] Anders _gedurig_.

[549] _Door_.

[550] _tot asch maken_.

[551] Thans _voortkruipt_.

[552] Thans _worden_.

[553] _krans_.

[554] _in voorbeeldige, onvergelijkelijke liefde_.

[555] _gunst_.

[556] _Bij_, _door_, _'t aanschouwen van_.

[557] Voor _het aankomend geslacht_.

[558] Thans _hen_.

[559] Thans _zich_.

[560] Voor _onvlug_, onmachtig te vliegen.

[561] Het hier bij Van Lennep nog volgende--in de vroegere uitgaven

vooraan geplaatste--Klinkrijm van Pers, laten wij, als niet van

Vondels hand en daarbij geheel onbeduidend, achter. Wij teekenen hier

daarentegen nog aan, dat, gelijk De Gulden Winkel eene vrije navolging

van een Fransch werkjen van Goulard, de dichtjens dezer _Warande_,

naar de Fransche klinkdichten van 't in 1578 te Antwerpen verschenen

_Ebattement moral des animaux_ gevolgd zijn. (Zie den brief van La Rue,

meêgedeeld in den Navorscher, XI, bl. 11; verg. aldaar XIII, bl. 15).

Vondel daarom (gelijk La Rue doet) van plagiaat te willen beschuldigen,

ware wat al te bekrompen.

De complete werken van Joost van Vondel. Vorstelijke warande der dieren · 第 257 / 258 题