DE WOLF VERVOLGT HET SCHAAP.

Den hongerigen wolf, ter zijden weggescholen,

Zag een onnoozel schaap langs 't open veld gaan dolen:

Dies gretig naar het aas hij aangevlogen kwam,

En volgden op het spoor het weerloos vluchtig lam;

Het vlies zijn leven zocht op 't spoedigste te vrijden[424],

En ziende een oud gesticht, getimmerd wat ter zijden,

Ter poorten inne vlood; dies Wolfaart op de hiel

Zoo dapper metter vlucht ter deuren inne viel,

Dat, als hij binnen was, zij fluks is toegevallen:

Dies spaard' hij 't vlies uit angst, en kwetste 't niet met allen.

De booze niet verschoont het bloed van 't vroom geslacht,

Voor dat hij heeft zich zelfs in zwaar verdriet gebracht.

Zijn honger is zoo groot, dat hij ten langen leste

Vergeet al 'tgeen hem dient ten goeden en ten beste.

De complete werken van Joost van Vondel. Vorstelijke warande der dieren · 第 198 / 258 题