DE HOUTKLOVER EN 'T BOSCH.

Een landman, gaande in 't woud spanceeren en verlusten[259],

Een bijle zonder steel vond aan de groene kusten:

De welke, opdatz' hem nut en oorbaar wezen zou,

Zoo bad hij 't boomrijk bosch, wiens toppen aan 't gebouw

Des Hemels rezen op, dat hij een stok mocht snijden,

Om die int ijzer der gevonden bijl te vlijden[260].

't Bosch gaf den boer verlof: die eenen ronden tak,

Tot eenen steel, in 't hol van d' ijzren akse stak,

En kerfde fluks nu d' eik, nu de elzen, nu de linden,

Zoo dat eerlange 't woud niet meer en was te vinden.

Gij, die te licht gelooft, en hem die u beloert

De wapens overgeeft, die gij tot noodweer voert,

Denkt, hoe 't u zal vergaan, wanneer gij 't zweerd in handen

Den zulke geeft, die u vernielt en maakt tot schanden.

De complete werken van Joost van Vondel. Vorstelijke warande der dieren · 第 108 / 258 题