Niet ver van de plaats werd een uur later in de duisternis door een
heer een cab aangeroepen, die in een donkere portiek stond.
De koetsier kon door de duisternis zijn „vrachie” niet nader bekijken.
„Regent-Park 14”, zei de reiziger en de cab bracht hem daarheen.
Toen de koetsier voor de villa stilhield, verbaasde hij er zich over,
dat zijn passagier in het koude weer geen overjas droeg. De vreemdeling
gaf hem een goede fooi en verdween toen in de villa. Het was de villa
van lord Lister en Raffles zelf was het, die zich naar huis had laten
rijden.
Hij was niet verdronken in de Theems zooals Baxter en de grinnikende
Pigott meenden.
Toen hij vervolgd werd, bedacht hij onderwijl, dat een groote buis in
de Theems uitmondde en op deze plaats was hij in de rivier gesprongen.
Hij was een uitstekend zwemmer en kon zich gemakkelijk door de buis
naar boven werken, tot waar deze op de straat uitmondde.
In deze buis bleef hij totdat de duisternis was ingevallen; toen hief
hij het deksel op en stond op straat.
Met een cab liet hij zich naar zijn huis brengen om daar van kleeren te
wisselen.
Toen hoorde hij van Charly Brand, dat zijn huis te vergeefs door de
detectives was bezocht Hij keek nog eens naar den slapenden Freddy en
kuste den knaap op het voorhoofd.
„Ga mee, Charly, maak je klaar.”
Een paar minuten later slenterde Raffles in een elegante pels,
onverschillig een sigaret rookend, met Charly Brand door de straten van
Londen en luisterde met de grootste belangstelling naar de
krantenjongens, die in extra-uitgaven zijn dood in de Theems meldden.