DE OASE IN DE WOESTIJN.

In de lente van 1894 begon men den Etnaspoorweg aan te leggen, en

in den herfst van 1895 was die gereed. Hij steeg op van de kust,

omringde den berg in een halven cirkel, en bereikte dan de zee.

De trein vertrekt en komt elken dag, en de Mongibello ligt geboeid,

maar verzet zich niet. Vreemdelingen rijden verbaasd door de zwarte,

grillige lavastroomen, door de witte amandelwouden, en de donkere,

oude steden der Saracenen.

"Zie eens, welk een sprookjesland!" zeggen ze.

In den trein is altijd wel iemand, die vertelt van den tijd toen

het Christusbeeld nog in Diamante was. Welk een tijd, welk een

tijd! Iederen dag verrichtte het beeld nieuwe wonderen. Men kan ze niet

eens alle verhalen, maar hij maakte het leven in Diamante zoo blijde,

dat de uren van den dag elkaar volgden als een rij lachende Horen.

Men geloofde, dat de zandlooper van den tijd gevuld was met schitterend

stofgoud.

Indien iemand gevraagd had wie in dien tijd in Diamante regeerde,

zou men geantwoord hebben: "het Christusbeeld." Alles voegde zich

naar zijn wil. Niemand trouwde of speelde in de loterij of bouwde

een huis zonder hem om raad te vragen. En heel veel messteken werden

terwille van het beeld niet uitgedeeld en menige oude veete werd

bijgelegd en menig bitter woord om zijnentwil niet uitgesproken. Men

moest wel goed zijn, want men merkte, dat het beeld hen bijstond,

die vreedzaam en hulpvaardig waren. Hun schonk hij goede gaven,

vreugde en rijkdom. Indien nu de wereld slechts was geweest, zooals

zij had moeten zijn, dan was Diamante spoedig een rijke en machtige

stad geweest. Maar in plaats daarvan, verwoestte het deel der wereld,

dat niet aan het beeld geloofde, al zijn werk. Het baatte niet veel

hoeveel geluk hij ook om zich heen verspreidde.

De belastingen werden al hooger en verslonden al den rijkdom. En dan de

oorlog in Afrika. Hoe konden de menschen gelukkig zijn als hun zonen,

hun geld, hun muilezels naar Afrika moesten? En de oorlog was niet

voorspoedig, men leed nederlaag op nederlaag. Hoe kon men gelukkig

zijn, wanneer de eer van het vaderland op het spel stond?

Sinds de spoorweg gereed was, merkte men, dat Diamante gelijk was

aan een oase in een woestijn.

De oase is blootgesteld aan het stuifzand, de roovers en de wilde

dieren der woestijn. Zoo ook Diamante.

De oase moest zich uitbreiden over de geheele woestijn om zich veilig

te gevoelen. Diamante begon te gelooven, dat het niet gelukkig kon

worden, vóórdat de gansche wereld zijn Christusbeeld aanbad.

Nu geschiedde het, dat alles wat Diamante gewenscht en gehoopt had,

mislukte.

Zoo verlangde donna Micaela en geheel Diamante Gaetano terug te

hebben. Toen de spoorweg gereed was, trok donna Micaela naar Rome en

smeekte om zijn invrijheidstelling. Men weigerde het haar.

De koning en de koningin hadden haar wel willen helpen, maar ze

konden niet. Ge weet, wie toen minister in Italië was, hij regeerde

met ijzeren hand. Denkt ge, dat hij den koning toestond genade te

schenken aan een Siciliaanschen oproerling?

Men wenschte vurig, dat het Christusbeeld van Diamante de vereering

zou ten deel vallen, die hem toekwam. Donna Micaela ging om die reden

op audiëntie bij den ouden man in het Vaticaan.

"Heilige vader," zei ze, "laat u verhalen wat er geschied is in

Diamante op den Etna."

En nadat ze al de wonderen van het beeld verteld had, verzocht ze,

dat de paus de oude kerk San Pasquale zou laten reinigen en inwijden

en priesters zou aanstellen voor den eeredienst van het Christusbeeld.

Maar evenals in het Quirinaal, kreeg donna Micaela in het Vaticaan

een weigerend antwoord.

"Waarde vorstin Micaela," zei de paus, "deze gebeurtenissen die gij

verhaalt, erkent de kerk niet als wonderen. Maar toch behoeft ge niet

te wanhopen.

"Indien het Christusbeeld in uw stad wil worden aangebeden, dan zal het

nog een teeken geven. Het zal Ons zijn wil zoo duidelijk toonen, dat

Wij niet behoeven te twijfelen. Vergeef een ouden man, mijn dochter,

dat hij voorzichtig moet zijn."

Nog een derde zaak had men in Diamante gehoopt. Men had verwacht

eindelijk iets te zullen hooren van Gaetano. Donna Micaela reisde

ook naar Como, waar hij gevangen zat. Zij had aanbevelingsbrieven

van hooggeplaatste ambtenaren in Rome, en ze was zeker, dat ze hem

spreken zou.

Maar de directeur van de gevangenis had haar naar den dokter gezonden.

Deze verbood haar met Gaetano te spreken.

"Ge wilt den gevangene zien?" zei hij. "Neen, dat kan niet. Ge zegt,

dat hij u liefheeft en meent, dat ge gestorven zijt? Laat hem dat

gelooven. Laat hem dat gelooven!

"Hij heeft leeren berusten, hij wordt niet meer gekweld door

verlangen. Wilt ge, dat hij opnieuw zal beginnen te verlangen, als

hij hoort, dat ge leeft? Wilt ge hem dan dooden? Ik wil u één ding

zeggen. Indien hij weer naar het leven gaat verlangen, zal hij binnen

drie maanden dood zijn."

Donna Micaela begreep, dat zij er van moest afzien hem te spreken.

Maar welk een teleurstelling! Welk een teleurstelling!

Toen zij thuis kwam, had zij een gevoel als iemand, die zóó levendig

gedroomd heeft, dat hij wanneer hij ontwaakt, zich zelf niet kan

losrukken uit zijn droom.

Zij kon maar niet begrijpen, dat al haar verwachtingen vernietigd

waren.

Zij betrapte zich keer op keer, dat zij dacht: "Toen ik Gaetano

bevrijdde." Maar nu had zij heelemaal geen hoop meer hem te bevrijden.

Nu eens dacht zij aan de eene, dan eens aan de andere onderneming,

die zij wilde beginnen. Zou zij het moeras dempen, of zou zij marmer

uit den Etna graven?

Zij kon maar geen besluit nemen.

En dezelfde lusteloosheid, die over donna Micaela gekomen was, drukte

de geheele stad.

Het bleek immers dat alles wat afhankelijk was van menschen, die

niet geloofden aan het Christusbeeld van Diamante, verkeerd ging

en mislukte.

Zelfs de Etnaspoorweg werd verkeerd bestuurd. Voortdurend grepen er

ongelukken plaats, ook waren de prijzen der biljetten te hoog.

De menschen begonnen weer gebruik te maken van omnibussen en wagens.

Donna Micaela en ook anderen dachten er aan het Christusbeeld in

de wereld te voeren. Zij zouden den ongeloovigen toonen dat hij

gezondheid, vreugde en geluk schonk aan allen, die vreedzaam, vlijtig

en goed voor hun naasten wilden zijn.

Indien de menschen dat maar eerst begrepen, zouden ze zich wel

bekeeren.

"Het beeld moest op het Kapitool staan en de wereld regeeren," zei

het volk in Diamante.

"Allen, die ons regeeren, zijn onbekwaam," zeiden ze. "Wij willen

bestuurd werden door het heilige Christuskind. Hij is machtig en

weldadig. En indien hij regeerde, dan zouden de armen rijk worden,

en de rijken hebben reeds genoeg. Hij weet wie het goede wil. Indien

hij de macht had, dan zouden degenen, die nu geregeerd worden,

zitting krijgen in de raadszaal. Hij zou over de wereld gaan met

ploeg en scherpe egge, en hetgeen nu onvruchtbaar in den grond ligt,

zal ontkiemen en een rijken oogst dragen."

Doch voordat deze plannen ten uitvoer gebracht konden worden,

kwam in de eerste dagen van Maart 1896 het bericht van den slag bij

Adua. De Italianen waren verslagen en duizenden van hen waren gedood

of gevangengenomen.

Eenige dagen later trad het ministerie in Rome af.

En de man die nu de macht in handen kreeg, vreesde den toorn en de

wanhoop der Sicilianen. Om hen te verzoenen hergaf hij de vrijheid

aan eenige gevangen socialisten. De vijf mannen, waarnaar het volk

het meest verlangde, werden in vrijheid gesteld. Dat waren Da Felice,

Bosco, Verro, Barbato en Alagona.

Ach, donna Micaela trachtte blij te zijn, toen zij dit hoorde. Ze

beproefde niet te schreien.

Zij had geloofd, dat Gaetano gevangen zat, opdat het Christusbeeld

de muren zijner gevangenis zou kunnen neerhalen. Deze beproeving had

God hem opgelegd, opdat hij genoodzaakt zou zijn het hoofd te buigen

voor het Christusbeeld en te zeggen:

"Mijn God en Meester."

En nu had niet het beeld hem bevrijd. Hij zou een heiden blijven

gelijk vóór zijn gevangenistijd.

Dezelfde gapende kloof zou tusschen hen beiden zijn. Zij trachtte

verheugd te zijn. 't Was immers reeds een groot geluk dat hij vrij

was. Wat was zij en haar geluk in vergelijking daarmee!

Maar zoo ging het nu met alles wat Diamante gewenscht en gehoopt had.

De groote woestijn was zeer slecht jegens de arme oase.

De Wonderen van den Antichrist · 第 70 / 80 题