DE DAME MET DEN IJZEREN RING.

Donna Micaela dacht dikwijls aan een arme, kleine naaister, die zij

in haar jeugd in Catania gekend had. Zij woonde in een huis naast

het paleis Palmeri en zij zat altijd in haar deur te werken, zoodat

donna Micaela haar wel duizend malen gezien had. Zij zong altijd,

maar zij had zeker slechts een enkel lied gekend. Altijd, altijd had

zij dezelfde wijs gezongen.

"Ik heb een lok geknipt van mijn haren," zoo zong ze. "Ik heb mijn

glanzende, zwarte vlechten losgemaakt, en een lok geknipt van mijn

haar. Ik heb dat gedaan om mijn vriend te verheugen, die bedroefd

is. Ach, mijn geliefde zit in de gevangenis, mijn geliefde zal nooit

meer mijn haar streelen. Ik heb hem een lok van mijn haar gezonden

om hem te herinneren aan de zijden lokken, die hem nooit meer zullen

omstrengelen."

Donna Micaela moest voortdurend denken aan dit lied. Het was alsof

het door haar geheele jeugd geklonken had om haar het lijden te

voorspellen, dat haar wachtte.

Donna Micaela zat gedurende dezen tijd vaak op de steenen trap van

de kerk San Pasquale. Zij zag de wonderbaarlijkste dingen geschieden

op den sagenrijken Etna. Over het zwarte lavaveld kwam een trein

aanglijden op nieuwe glinsterende rails. 't Was een feesttrein. Er

wapperden vlaggen langs den weg, de wagens waren bekranst, de

zitplaatsen bedekt met purperen kussens. Bij de stations stonden

jubelende menschen. "Leve de koning! leve de koningin! leve de nieuwe

spoorweg!" riepen ze.

Zij verstond het duidelijk, want zij zelf zat in den trein.

En hoe gevierd en hoe geëerd was zij! Zij werd geroepen voor den

koning en de koningin, die haar dankten voor den nieuwen spoorweg.

"Verlang een gunst van ons, vorstinne!" zei de koning, haar aansprekend

met den titel, dien de dames van het geslacht der Alagona's vroeger

gevoerd hadden.

"Sire," antwoordde zij, gelijk men in de sage antwoordt, "schenk de

vrijheid aan den laatsten Alagona!"

En dat verzoek werd haar toegestaan. De koning kon niet neen zeggen

op een bede van haar, die dezen heilrijken spoorweg aangelegd had,

die rijkdom zou schenken aan den ganschen Etna.

Toen donna Micaela den arm ophief, zoodat haar mouw naar boven gleed,

zag men, dat zij als armband een ring van verroest ijzer droeg. Dien

had zij op straat gevonden en hem over de hand gewrongen en nu droeg

zij dien altijd. En wanneer zij dien zag of aanraakte, verbleekte

zij, en haar oogen zagen niets meer van de wereld rondom haar. Maar

zij zag een gevangenis zooals Foscaris in het paleis der dogen te

Venetië. Het was een donkere, nauwe kelderruimte, het licht drong

zwak door een tralievenster, en uit den muur kwam een groote bundel

ketenen, die zich gelijk slangen kronkelden om de beenen, de armen

en den hals van den gevangene.

O, mocht de heilige een wonder verrichten! Mochten de menschen

werken! Mocht zij zelf spoedig zoo beroemd zijn, dat zij kon smeeken

om de vrijheid van haar gevangene. Hij zal sterven indien zij zich

niet haast. Mocht de ijzeren ring haar arm voortdurend wonden, opdat

zij hem geen oogenblik vergete!

De Wonderen van den Antichrist · 第 50 / 80 题