In dezen tijd bevond het kleine beeld van Aracoeli zich nog in
Diamante.
De Engelsche dame die het beeld bezat, was zoo verrukt over Diamante,
dat zij het niet verlaten kon. Zij had voor haar rekening de geheele
eerste verdieping van het hotel gehuurd, en die geheel voor zich
ingericht. Zij kocht voor groote sommen alles wat ze maar kon
krijgen aan oud aardewerk en oude munten. Zij kocht mozaïekwerk,
altaarschilderijen en heiligenbeelden. Toen kreeg zij den inval, dat
zij zich een verzameling wilde aanschaffen van alle heiligen der kerk.
Zij hoorde spreken van Gaetano en zond hem een boodschap, dat hij
bij haar in het hotel zou komen.
Gaetano verzamelde in der haast alles wat hij in den laatsten tijd
gesneden had en nam dat mee naar miss Tottenham. Zij was zeer tevreden
over zijn kleine beelden en wilde ze alle koopen.
Maar de vertrekken van de Engelsche dame waren gelijk de rommelkamers
van een museum. Al het mogelijke werd daarin gevonden, maar alles
was wanordelijk en slordig. Daar stonden halfvolle koffers, daar
hingen mantels en hoeden, daar lagen schilderijen en gravures, daar
waren reisboeken, theeserviezen en spiritustoestellen, daar werden
hellebaarden, misboeken, mandolines en wapenschilden gevonden.
Dat opende Gaetano de oogen. Hij bloosde plotseling, beet zich op de
lippen, en begon zijn beelden in te pakken.
Hij had een beeld van het Christuskind gezien; het was het verworpen
beeld, dat midden tusschen al die wanorde stond, met zijn kroon vol
deuken op het hoofd en zijn koperen schoentjes aan de voeten. De
verf was van zijn gezicht verdwenen, de ringen en sieraden, die
hem bedekten, waren verroest, en zijn kleertjes waren geel van
ouderdom. Toen Gaetano dit zag, wilde hij zijn beelden niet aan miss
Tottenham verkoopen, maar stil heengaan.
En toen zij hem vroeg wat hem deerde, voer hij tegen haar uit:
"Wist zij dat vele der zaken, die zij bezat, heilig waren? Wist zij
of wist zij niet, dat dit het heilige Christuskind zelf was? En zij
had het drie vingers van de eene hand laten verliezen en de steenen
uit zijn kroon laten vallen, en het daar vuil, verroest en ontheiligd
laten liggen. Indien zij zoo het beeld van Gods zoon behandelde,
hoe zou ze dan niet alle andere verwaarloozen? Hij wilde haar geen
heiligenbeelden verkoopen."
Toen Gaetano op deze wijze tegen miss Tottenham uitvoer was ze verrukt,
verrukt!
Hier was het ware geloof en heilige toorn.
Deze jonge man moest kunstenaar worden.
Naar Engeland moest hij gaan. Zij wilde hem naar den grooten meester
zenden, haar vriend, die de kunst trachtte te herscheppen; naar hem
die den menschen wilde leeren schoon huisraad, schoone kerkinrichtingen
te vervaardigen, en die een heele schoone wereld wilde scheppen.
Zij regelde en schikte alles en Gaetano liet haar stil geworden,
omdat hij nu liefst Diamante wilde verlaten.
Hij zag dat hij het leven daar niet meer kon uithouden en hij geloofde
dat het God was, die hem aan de verleiding onttrok.
Hij verliet Diamante geheel onbemerkt. Donna Micaela wist nauwelijks
iets van de geheele zaak, vóórdat hij weg was. Hij had het niet
gewaagd bij haar te komen om afscheid te nemen.