OP DE BARRICADE.

Toen de rijke Engelsche 's morgens ontwaakte, miste zij het beeld en

wist niet waar zij het moest zoeken. Zij geloofde dat niemand anders

dan Aracoeli's monniken het weggenomen konden hebben. En haastig ging

ze naar het Kapitool om het daar te zoeken. Zoo kwam ze bij de groote

marmeren trap, die naar Aracoeli's basiliek voert. En haar hart klopte

onstuimig van vreugde, want op de onderste trede lag hetgeen zij zocht.

Zij greep het beeld, verborg het onder haar mantel en spoedde zich

huiswaarts. En weer plaatste zij het in haar feestzaal.

Maar toen zij zich nu verdiepte in zijn schoonheid, zag ze, dat er

een deuk in de kroon gekomen was.

Zij nam die in haar hand om te zien zien hoe groot de schade was en

in hetzelfde oogenblik vielen haar oogen op het inschrift dat ze zelf

gegrift had:

"Mijn rijk is slechts van deze wereld."

Toen wist zij, dat dit het valsche Christusbeeld was en dat het echte

weer in Aracoeli's kapel stond.

Zij wanhoopte dit ooit weer in haar bezit te krijgen en zij besloot den

volgenden dag uit Rome te vertrekken, want ze wilde daar niet langer

blijven, nu zij het beeld niet meer bezat. Maar toen zij vertrok, nam

zij het valsche beeld mede, omdat het haar herinnerde aan het andere,

dat zij beminde; en het vergezelde haar later op al haar reizen.

Zij vond nergens rust, maar reisde voortdurend, en op deze wijze

werd het beeld over de gansche wereld gevoerd. En overal waar het

beeld kwam, was het alsof Christus' macht verminderde, zonder dat

iemand recht begreep wat de oorzaak daarvan was. Want niets zag er

machteloozer uit dan dit armzalige beeld van olmhout, dat versierd

was met koperen ringen en glazen kralen.

Toen de rijke Engelsche, die eerst het beeld bezeten had, dood

was, kwam het in het bezit van een andere rijke Engelsche, die ook

voortdurend reisde, en na deze in handen van een derde.

Eens, het was nog in den tijd der eerste Engelsche, kwam het beeld

in Parijs.

Toen het de groote stad binnenreed, was daar oproer. Volksmenigten

trokken luid schreeuwend door de straten en riepen om brood. Ze

plunderden de winkels en wierpen steenen naar de paleizen der

rijken. Gewapende macht trok tegen hen op, toen rukten ze de

straatsteenen uit, stapelden wagens en huisraad opeen en versperden

de straten met barricades.

Toen nu de rijke Engelsche de stad binnenreed in haar grooten

reiswagen, stormde het volk daarop los, dwong haar uit te stappen en

sleepte den wagen naar één der barricades.

Terwijl men trachtte deze te stapelen op de duizenden voorwerpen, die

de barricade vormden, viel één der grootste koffers op den grond. Het

slot sprong open en onder het vele dat uit den koffer rolde, was ook

het verworpen Christusbeeld.

't Volk stortte zich daarop, om het plunderen, maar men ontdekte

spoedig dat al zijn sieraden valsch en geheel waardeloos waren, en

men begon het beeld te bespotten en te hoonen. Het ging van hand tot

hand onder de oproerlingen, totdat één van hen zich bukte om de kroon

te bekijken. Zijn blik viel op de woorden, die daarin gegrift waren:

"Mijn rijk is slechts van deze wereld."

De man riep dit luide en allen schreeuwden, dat het kleine beeld hun

veldteeken zou zijn. Ze plaatsten het op den top der barricade en

plantten het daar als een banier.

Onder degenen, die de barricade verdedigden, was een man, die geen

arme arbeider, maar een geleerde was, die zijn gansche leven in de

studeerkamer had doorgebracht. Hij kende al de ellende, waaronder

de menschen gebukt gaan, en zijn hart was vervuld van medelijden;

voortdurend zocht hij naar een middel om hun lot te verbeteren.

Gedurende dertig jaar had hij geschreven en gepeinsd, zonder hulp

te vinden. Toen hij nu de stormklok hoorde luiden, volgde hij deze

roepstem en snelde de straat op. Hij had een wapen gegrepen en was de

oproerlingen gevolgd in de meening, dat het raadsel, hetwelk hij niet

vermocht op te helderen, opgelost kon worden door geweld en macht en

dat de armen zich door strijd een beter lot konden verwerven. Daar

stond hij nu den ganschen dag te strijden, de menschen sneuvelden

rondom hem, bloed spatte hem in het gelaat, en de ellende van het

leven scheen hem grooter en jammerlijker dan ooit.

Maar zoo dikwijls de kruitdamp optrok, schitterde in zijn oogen het

kleine beeld dat gedurende al het krijgstumult onbeweeglijk hoog boven

op de barricade stond. En iederen keer, dat hij het beeld zag, werd

hij getroffen door de woorden: "Mijn rijk is slechts van deze wereld."

Ten slotte kwam het hem voor, dat deze woorden zich zelf in de lucht

schreven, en voor zijn oogen begonnen te zweven, nu in vuur, dan in

rook of in bloed.

Hij werd stil, hij stond daar met het geweer in de hand, en staakte

den strijd. Plotseling wist hij, dat dit de woorden waren, waarnaar

hij zijn leven lang gezocht had. Nu wist hij wat hij den menschen

moest zeggen, en dit armzalige beeld was het, dat hem de oplossing

gegeven had.

Hij zou de gansche wereld doortrekken om te verkondigen "Uw rijk

is slechts van deze wereld." Daarom moet gij trachten dit leven

gelukkig te maken en als broeders leven. En ge zult uw rijkdommen

deelen opdat niemand rijk en niemand arm zij. Ge zult allen arbeiden,

en de aarde zal het eigendom van allen zijn en ge zult allen gelijk

worden. Niemand zal honger lijden, niemand zal in overdaad leven en

niemand zal op zijn ouden dag gebrek lijden. En ge zult streven naar

het geluk van allen, want er is geen hiernamaals, dat u wacht.

Dit alles voer hem door het hoofd, terwijl hij daar op de barricade

stond, en toen de gedachte hem helder was, legde hij de wapens neder

en hief die niet weder op tot strijd en bloedvergieting.

Spoedig daarop werd de barricade opnieuw bestormd en genomen. De

troepen trokken zegevierend voorwaarts en dempten het oproer; en

vóórdat de avond viel, heerschte er vrede en orde in de groote stad.

Toen zond de Engelsche eenige dienaren uit om haar verloren eigendommen

te zoeken, en ze vonden verschillende zaken, zoo niet alles. 't Eerst

zagen ze op de bestormde barricade den verworpeling van Aracoeli.

Maar de man, die gedurende den strijd van het beeld geleerd had,

begon der wereld een nieuwe leer te verkondigen, die socialisme

genoemd wordt, maar het Antichristendom is.

En die leer bemint, verzaakt, leert en strijdt als het Christendom,

zoodat die volkomen op deze gelijkt, evenals het valsche beeld van

Aracoeli volkomen gelijkt op het echte Christusbeeld. En evenals het

valsche beeld zegt zij: "Mijn rijk is slechts van deze wereld."

Maar terwijl het beeld, dat deze leer verspreid heeft, onopgemerkt

is en onbekend, is de leer bekend en gaat over de gansche wereld om

die te verlossen en te herscheppen.

Van dag tot dag wint zij veld. Zij gaat door alle landen en draagt

velerlei namen en ze is zoo verleidelijk, omdat ze allen aardsch

geluk en genot belooft, en ze lokt meer aanhangers dan welke leer ook,

die over de wereld is gegaan sedert Christus' tijd.

De Wonderen van den Antichrist · 第 10 / 80 题