XVI.

Kotta Baroe.—Djoeragan Kaout.—Een figuur uit den opstand.—De

echtgenoote eens opstandelings.—Geld tegen goed.—Vertrek van kotta

Baroe.—De vaart wordt noordwest.—Borneo’s fauna.—Waarom er geen

groote verscheurende dieren zijn.—De Batoe Banama in de Doesson.—De

olifant en het stekelvarken.—Terreingesteldheid en flora in de

hoogere streken.—Harimaoung Boekit 312

Borneo van Zuid naar Noord · 第 20 / 77 题