VIII.

Een nieuwbakken Dajak.—Een verfpartij.—De Arabier Sjech Mohamed Al

Mansoer.—Al te mooie Dajaks.—In de wildernis.—De tong dient den

blanken het meest.—De mandoor’s Dasso en Doeta.—Twee flesschen

jenever en eenige poeders murias morphini.—De vogels geknipt.—Een

welgemeende vloek 145

Borneo van Zuid naar Noord · 第 12 / 77 题