Ridder van den Nederlandschen Leeuw en Kommandeur van de Leopolds-Orde,
Hoogleeraar in de Indische taal-, land- en volkenkunde aan de Rijks
Universiteit te Leiden, Voorzitter van het Aardrijkskundig Genootschap
te Amsterdam, Officier d’Instruction publique van Frankrijk, enz. enz.
WORDT
deze Ethnografische Roman
ALS EEN BEWIJS VAN
HOOGACHTING EN ERKENTELIJKHEID
VOOR HETGEEN DOOR HEM
IN HET BELANG VAN DE KENNIS ONZER ZOO SCHOONE OVERZEESCHE BEZITTINGEN
GEDAAN IS EN GEDAAN WORDT
OPGEDRAGEN
TER
GELEGENHEID VAN ZIJN 40-JARIG PROFESSORAAT
DOOR
Zijn dienstwilligen dienaar en vereerder
M. T. H. Perelaer.
den Haag, 23 Juni 1881.