IS DE SLAVERNIJ MET HET EVANGELIE OVEREEN TE BRENGEN?

Gij Heeren, doet uwen dienstknechten wat regt en billijk is.

Uit hetgeen in het vorige hoofdstuk gezegd is gelooven wij, dat blijken

zal, dat de Christelijke Kerk in Amerika tot de slavernij geenszins

in die verhouding staat, als waarin de Apostelen, of de Kerk in de

eerste tijden, tot haar stonden.

Hoe men de taal der Apostelen ook verkieze uit te leggen, onbetwistbaar

is het, dat de kerkelijke inrigting, welke na die heilige vermaningen

verrees, de afschaffing der slavernij op het oog had en ook

verwezenlijkte.

Maar wij willen nog eens stil blijven staan bij een denkbeeld,

dat dikwijls op den voorgrond wordt gesteld door degenen, die de

Amerikaansche slavernij verdedigen; dit namelijk: dat de instelling

niet uit zich-zelve zondig is, en dat de eenige zonde bestaat in de

veronachtzaming van de daartoe betrekkelijke verpligtingen. Al wat

noodig is, zeggen zij, is die instelling overeen te brengen met de

voorschriften van het Evangelie; en zij geven toe, dat geene slavernij

te verdedigen is, die niet aldus is geregeld.

Indien het dan blijkt, dat de Amerikaansche slavenwetten niet zijn

overeen te brengen met de voorschriften van het Evangelie, ten minste

zonder zulke veranderingen, die het geheele stelsel den bodem inslaan,

dan zal daaruit blijken, dat het eene onchristelijke instelling is,

tegen welke ieder Christen moet opkomen en waaraan hij zich geheel

moet onttrekken.

De Romeinsche slavenwet was opgesteld door heidenen,--bovendien door

een geslacht, welks barschheid en gevoelloosheid tot een spreekwoord

geworden is. Zij werd vervaardigd in de donkerste eeuwen, eer de

dageraad van het Evangelie aangebroken was. Het Christendom schafte

haar trapsgewijze maar zonder falen af. Eenige eeuwen later gaat eene

bende Christenen naar het vaste land van Afrika, stookt daar oorlogen

aan, zaait verdeeldheid, zet met duivelenwoede den eenen stam tegen

den anderen op, steekt dorpen in brand en rooft en vervoert te midden

van al die verwarring, van tijd tot tijd, honderden en duizenden

beklagenswaardige gevangenen. Zij, die niet van ontzetting, smart,

verstikking, koorts of andere afgrijselijkheden sterven, worden op

de kusten van Amerika gebragt. Zij zijn hier. En nu komt eene schare

Christelijke wetgevers bijeen om voor deze rampzaligen een wettelijk

stelsel van slavernij te maken, dat later beschouwd moet worden als

eene Christelijke instelling.

Om eenige geldige aanspraak op zulk een naam te hebben, moet die

instelling natuurlijk bestuurd worden door de beginselen, die Christus

en Zijne Apostelen gesteld hebben voor degenen, die met de betrekking

van meesters bekleed worden. Het Nieuwe Testament legt die beginselen

in eene enkele zinsnede neder: "Gij Heeren, doet uwen dienstknechten

wat regt en billijk is."

Doch, daar er altijd eenige verwarring van begrippen bestaat ten

opzigte van hetgeen voor onzen buurman regt en billijk is, heeft de

Heer ons nog deze aanwijzing gegeven, waardoor wij tot onfeilbare

zekerheid kunnen komen: "Wat gij wilt dat u geschiede, doe dat ook

aan anderen."

Het is dus blijkbaar, dat indien Christelijke wetgevers een

Christelijk stelsel van dienstbaarheid willen invoeren, zij het

gronden moeten op deze beide voorschriften, van welke het eene de

bepaalde verduidelijking is van het andere.

Laten wij nu eens eenige bijzondere punten nagaan van het wetboek,

dat zij opgesteld hebben, en zien of het dit karakter draagt.

Vooreerst beginnen zij met te verklaren, dat hun broeder niet langer

zal beschouwd worden als een mensch, maar gewaardeerd, verkocht,

afgeleverd en te boek gesteld als een roerend goed.--Dit is "regt

en billijk!"

Uit dezen grondslag van het stelsel vloeijen de hieronder beschreven

gevolgen voort:

1. Dat hij geen regt zal hebben om eenigen eigendom hoegenaamd te

bezitten.--Regt en billijk!

2. Dat hij geen regt zal hebben om een wettig huwelijk aan te gaan,

noch om eenige vrouw in het bijzonder als zijne echtgenoote aan te

merken.--Regt en billijk!

3. Dat hij geen regt zal hebben om zijne kinderen te beschermen,

te straffen, voor te lichten of op te voeden.--Regt en billijk!

4. Dat de magt van den meester over hem, eene volstrekte magt zal

wezen, zonder mogelijkheid van beroep of herstel wegens eenige

mishandeling, hoe ook genaamd.

Om hiervoor goed te zorgen, hebben zij bepaald, dat hij onbevoegd is

om eenig regtsgeding, van welken aard ook, aanhangig te maken.--Regt

en billijk!

Dat hij geene getuigenis mag afleggen voor de regtbank, wanneer een

blanke in de zaak betrokken is.--Regt en billijk!

Dat de eigenaar van een slaaf niet vervolgd kan worden "wegens het

baldadig, wreedaardig en overdreven slaan van dien slaaf."--Regt

en billijk!

Verder is bepaald, dat geen slaaf door eene zijdelingsche wijze van

procederen, bijv. door een voogd, vergoeding voor mishandeling kan

verkrijgen (Proces van Dorothea contra Coquillon c. s., 9 Martin La.,

Rep. 350).--Regt en billijk!

5. Er is bepaald, dat de slaaf niet alleen op den weg van regten geen

verhaal heeft op zijn meester wegens mishandelingen, die hij van dezen

heeft ondergaan, maar dat hij evenmin regt zal verkrijgen voor die,

welke een ander persoon hem heeft aangedaan, tenzij hierdoor zijne

waarde als verhandelbaar artikel is verminderd.--Regt en billijk!

Onder die rubriek staat duidelijk het volgende te lezen:

"Het eenvoudig slaan van een slaaf, zonder daarmede gepaard gaande

wreedheid of poging tot moord, is geen vergrijp tegen de rust van

den staat. De rust van den staat wordt daardoor niet verstoord." (De

Staat contra Maner, 2 Hill's Rep. S. C.).--Regt en billijk!

Indien een slaaf een blanke slaat moet hij ter dood veroordeeld

worden; doch indien een meester zijn slaaf door pijnigingen doodt,

terwijl geene blanke getuigen aanwezig zijn geweest, kan hij zich

door zijn eigen eed zuiveren (In Louisiana).--Regt en billijk!

De wet bedreigt boete en gevangenisstraf tegen dengeen,

die eens anders slaaf bevrijdt van de straf van den ijzeren

halsboei. (Louisiana).--Regt en billijk!

Zij bedreigt eene veel geringere boete, zonder gevangenzetting,

tegen den man, die zijn slaaf met gloeijende ijzers gepijnigd,

de tong uitgesneden, de oogen uitgestoken, hem verschroeid of lam

geslagen zal hebben. (Louisiana).--Regt en billijk!

Zij bedreigt dezelfde straf tegen dengeen die hem leert schrijven,

als tegen dengeen die hem de oogen uitsteekt.--Regt en billijk!

Daar het te begrijpen is, dat alleen zeer domme en onbeschaafde

menschen in zulk een toestand gehouden kunnen worden, vooral in een

land waar ieder boek en nieuwsblad overkropt is met vertoogen over

de regten van den mensch, zoo beveelt de wet, dat hij noch zijne

kinderen, door alle geslachten heen, zullen mogen leeren lezen noch

schrijven.--Regt en billijk!

En daar de slaven, wanneer zij tot het houden van Godsdienst-oefeningen

bijeen mogten komen, plannen zouden kunnen smeden om te ontvlugten

of om herstel van grieven te vorderen, zoo zegt de wet: "Geene negers

mogen, onder voorwendsel van de Godsdienst, bijeenkomsten houden; elke

slaaf, op zulke vergaderingen aangetroffen, zal zonder proces, terstond

gecorrigeerd worden met vijf en twintig zweep- of bullepeesslagen op

den blooten rug." (Wet van Georgia, Prince's Digest, blz. 447.)--Regt

en billijk!

Ofschoon de dienstbare aldus in onwetendheid wordt gehouden, wordt

hij voor gelijke misdrijven zwaarder gestraft dan de vrije.--Regt

en billijk!

Bij maniere van bescherming tegen overmatig werk bepalen zij, dat

hij hoogstens vijf uren langer mag arbeiden dan de tot dwangarbeid

veroordeelden!

Ook schrijven zij voor, dat de meester of opzigter, niet hij-zelf,

beslissen zullen wanneer hij te ziek is om te werken.--Regt en billijk!

Indien een meester, medelijden hebbende met het lot van den slaaf,

daarin verbetering wil brengen, ontneemt de wet hem daartoe het

vermogen door de volgende bepalingen:

1. Dat al zijne verdiensten aan zijn meester zullen behooren,

niettegenstaande zijns meesters beloften ter contrarie; zoodat

hij aansprakelijk wordt voor de schulden van zijn meester.--Regt

en billijk!

2. Dat, indien zijn meester hem veroorlooft vee te houden voor zijn

eigen gebruik, iedereen dit weg zal mogen nemen en de helft van het

in beslag genomene zal genieten.--Regt en billijk.

3. Indien zijn meester hem op vrije voeten stelt, zal hij opgepakt

en weder verkocht worden.--Regt en billijk!

Indien een man of vrouw aan dezen toestand ontvlugt en na indaging

niet terugkeert, kunnen twee vrederegters hem of haar buiten de wet

stellen, en dan staat het ieder in de gemeente vrij de vlugteling te

dooden op de wijze die men zal goedvinden.--Regt en billijk!

Zoodanig zijn de wetten van dat slavenstelsel, hetwelk laat in den

Christelijken tijd opgemaakt is door Christelijke meesters, en thans

verdedigd wordt door Christenleeraars als eene bijzonder weldadig

werkende instelling.

Aldus hebben Christelijke wetgevers doen blijken, dat zij den tekst

verstaan: "Gij Heeren, doet uwen dienstknechten wat regt en billijk

is;" als ook dezen: "Wat gij wilt dat u geschiede, doe dat ook aan

anderen."

Er blijken voorzeker de meest ongewone begrippen van regt en

billijkheid uit en het is de merkwaardigste verwezenlijking van het

beginsel om aan anderen te doen wat wij wenschen dat ons geschiede,

hetwelk de beschaafde wereld ooit het genoegen heeft gehad te

aanschouwen. Als dit nu de instelling is, dan ga ieder na wat hare

misbruiken moeten zijn; want eerwaarde predikanten betuigen ons met

een ernstig gelaat, dat zij zich niet geroepen achten om zich met het

stelsel te bemoeijen, maar alleen met zijne misbruiken. Wij zouden

wel eens willen weten welk misbruik men kan aanwijzen, dat niet bij

de wet voorzien en uitdrukkelijk door haar in bescherming genomen is.

En toch beweren Christelijke republikeinen (die, ofschoon de magt

hebbende om die wetten in te trekken, haar elken dag handhaven), dat

er geen kwaad in de slavernij ligt, indien men die instelling regelt

naar de voorschriften der Apostelen en den onderhoorigen geeft wat

regt en billijk is. Denken zij dan, dat, indien de Christen-meesters

van Rome en Corinthe zulk een stel van regelen gemaakt hadden voor

het bestuur hunner slaven, Paulus die zou erkend hebben als eene

juiste toepassing van hetgeen hij met regt en billijk bedoelt?

Maar de Presbyterijen van Zuid-Carolina en alle andere Godsdienstige

genootschappen van het Zuiden zeggen, dat de Kerk van onzen Heer

Jezus Christus geen regt heeft om zich met burgerlijke instellingen

te bemoeijen. Wat is die Kerk van onzen Heer Jezus Christus, waarvan

zij spreken? Is zij niet eene vereeniging van republikeinen, die

de constitutioneele magt hebben om die wetten te veranderen, wier

pligt het is ze te veranderen, en die aan de voorschriften van den

Apostel ongehoorzaam zijn elken dag wanneer zij er geene wijziging

in brengen? Elk predikant in het Zuiden is stemgeregtigde zoowel

als predikant; elk lidmaat is stemgeregtigde zoowel als lidmaat;

en predikanten en ledematen behooren onder de meesters die dit

afgrijselijke stelsel in stand houden, terwijl zij de volle magt

hebben om het te veranderen: en nog durven zij er van spreken, hunnen

dienstknechten te geven wat regt en billijk is! Indien zij hunnen

onderhoorigen willen geven wat regt en billijk is, dat zij hun dan

hunne menschenwaarde terugschenken; zij zijn de wettenmakers en kunnen

het doen. Laten zij den slaaf het regt geven om iets in eigendom te

bezitten, om een wettig huwelijk aan te gaan, om Gods woord te lezen,

en om zulk eene opvoeding te erlangen dat zijn verstand en zedelijk

gevoel er volkomen door ontwikkeld worde; het regt van gewetensvrijheid

en van vrije eeredienst; het regt om zaken voor de regtbanken te kunnen

aanbrengen en getuigenis te mogen afleggen; het regt om eenige stem te

hebben in het bestuur, waardoor zijne belangen behartigd worden. Dit

zal meer gelijken naar het geven van hetgeen "regt en billijk" is.

De eerwaarde Smylie, van Mississippi, zegt, dat de planters van

Louisiana en Mississippi, terwijl zij twintig à vijf en twintig dollars

voor een vaatje spek betalen, hunnen slaven drie à vier pond spek

per week toeleggen; en geeft daarbij te verstaan, dat, indien dit

de menschen niet overtuigt dat er regt en billijk gehandeld wordt,

hij niet meer weet hoe hij het hun aan het verstand zal brengen.

De heer C. C. Jones, na op verschillende plaatsen te kennen gegeven

te hebben dat hij niet voornemens is zich immer met den civielen

toestand van de slaven te bemoeijen, brengt den negers in zijn

Katechismus onder het oog, dat de meester zijnen dienaar geeft wat

regt en billijk is, wanneer hij hem voorziet van goede huisvesting,

goede kleeding, voedsel, oppassing en Godsdienstig onderrigt.

Dit is even als een man, die eene erfenis verduisterd heeft, welke

aan weezen toebehoort. Uit zijne rijke inkomsten verschaft hij den

weezen voedsel, kleederen enz., terwijl hij het overige voor zijn eigen

gebruik houdt en verklaart dat hij hun geeft wat regt en billijk is.

Indien de wetten op het stuk van slavernij gemaakt waren door een

despotisch vorst, op wiens handelingen de meesters geen invloed konden

uitoefenen, dan kon deze handelwijze misschien regt en billijk genoemd

worden; maar daar zij gemaakt zijn en in werking gehouden worden

door die Christelijke meesters, die predikanten en die ledematen,

in vereeniging met menschen die dat niet zijn, zoo onthoudt ieder

zijnen slaven wat regt en billijk is, zoo lang hij niet streeft naar

de intrekking dier wetten; en indien zij die afschaffing niet kunnen

verwerven, is het hun pligt de slaven daaraan te ontrukken, daar

die wetten met zulk eene duivelsche arglistigheid zijn zamengesteld,

dat zij al wat de meester tot verheffing en welzijn van zijne slaven

beproeft, volkomen krachteloos maken.

Niemand zou begeeren zijne eigene kinderen als slaven onder de magt

te laten van den zachtzinnigsten meester die ooit het levenslicht

aanschouwde; en wat hij zijnen eigenen kinderen niet aangedaan zou

wenschen te zien, behoorde hij ook niet te doen aan de kinderen

van anderen.

Maar men zal zeggen, dat het der Christelijke Kerk niet past, zich in

staatszaken te mengen. Nogmaals vragen wij: wat is de Christelijke

Kerk? Is zij niet eene vereeniging van republikeinsche burgers, van

welke ieder zijne regten en pligten als wettig stemgeregtigde heeft?

Stel eens, dat eene wet werd aangenomen, die de waarde van de katoen

of de suiker met drie cents per pond verminderde; zouden deze menschen

de omstandigheid dat zij ledematen zijn, dan beschouwen als eene reden

om niet aan te dringen op de intrekking van die wet? Gewis niet. Zulk

eene wet zou weggevaagd worden als een spinneweb, schier eer zij nog

bestond. Iedere wet waarmede de meerderheid der burgers niet instemt,

is in dit land terstond vernietigd.

Waarom blijft dit monsterachtig stelsel dan van eeuw tot eeuw

voortduren? Omdat de meerderheid der burgers er in toestemt. Door

hunne stilzwijgende goedkeuring vernieuwen zij die wetten elken dag.

Het rijk van onzen Heer Jezus Christus is niet van deze wereld, zeggen

de Presbyterijen in Zuid-Carolina; daarom heeft de Kerk geen regt om

zich met eenigerhande burgerlijke instelling te bemoeijen; maar toch

is de geheele geestelijkheid van Charleston en corps opgekomen om hare

goedkeuring te hechten aan de handelingen van het groote "Vigilance

Committee." Zij kon niet voegzaam den minsten invloed uitoefenen

tegen de slavernij, maar wel al het gewigt van haar invloed in de

schaal werpen ter gunste daarvan.

Maakt men door het voorstaan van den verdrukker, het rijk van onzen

Heer Jezus Christus niet evenzeer van deze wereld, als door het

beschermen van den verdrukte?

De Slavernij: Vervolg en Sleutel op De Negerhut · 第 209 / 220 题