De twee volgende advertentiën zijn uit de New Orleans Picayune,
van den 2den September 1846.
Vijf en twintig dollars belooning.
Van de plantage van Mevr. Fergus Duplantier, is op den 27sten Junij
1846 ontvlugt, een lichte mulat Ned, van een sterken ligchaamsbouw,
5 voet 11 duim lang, Engelsch en Fransch sprekende, omtrent 35
jaar oud, en hinkende in zijn gang. Hij zal zeker trachten voor een
blanke door te gaan, daar hij blank van kleur is. De bovenstaande
belooning zal uitgereikt worden aan dengenen, die hem terug brengt
op de plantage van Mevr. Duplantier in Manchae, of hem in eenige
gevangenis zet waaruit men hem gemakkelijk kan krijgen.
Twee honderd dollars belooning.
Weggeloopen van den ondergeteekende een witte neger, ongeveer 35
jaar oud, 5 voet, 8 of 9 duim lang, met blaauwe oogen, wollig haar,
en zeer schoone huid.
Dit zijn de kenmerken van drie rassen. De koperkleurige huid duidt het
Indiaansche bloed aan. De andere zijn de gemengde rassen van negers
en blanken. Het is bekend, dat de arme overblijfselen van Indiaansche
geslachten meerendeels gedwongen zijn geworden, om slaven te zijn. Het
is niet minder zeker dat blanke kinderen nu en dan gestolen en als
slaven verkocht worden. De eerwaarde heer George Bourne, uit Virginia,
een Presbyteriaansch predikant, die reeds in 1816 tegen de slavernij
heeft geschreven, verhaalt ons van een jongeling, die op zijn zevende
jaar van zijne ouders gestolen en verkocht werd, nadat zijne kleur door
traan veranderd was, en wien het na veertienjarige slavernij gelukte te
ontsnappen. De verandering van gelaatskleur is thans niet meer noodig,
want verscheidene slaven hebben eene schoone blanke huid. Er bestaat
reden te gelooven, dat de grootmoeder der arme Emily Russell een blank
meisje was, door zieldrijvers gestolen. Dat zieldrijvers kinderen
kunnen stelen en verkoopen, is uit het voorgaande genoegzaam gebleken.
De schrijfster heeft eene quadrone-moeder zien vlugten, met hare
twee kinderen, een jongen van tien maanden en een meisje van drie
jaar. Beide waren uitstekend schoon, het meisje had blaauwe oogen
en goudgeel haar. De moeder en hare kinderen zouden juist verkocht
worden, en dit was de reden hunner ontvlugting.
Als de geest eenmaal gemeenzaam is geworden met den loop der slavernij,
om eerst negers, dan Indianen, vervolgens mulatten en eindelijk
quadronen tot slaaf te maken; en als blaauwe oogen en goudgeel haar,
als eigenschappen van negers beschouwd worden,--welke bescherming
blijft er dan over voor het arme blanke volk, daar het vooral onder de
tegenwoordige wet op de slavernij meêgevoerd en verkocht kan worden,
zonder eenig regtsgeding?
Een gouverneur van Zuid-Carolina, verklaarde in 1835 openlijk, dat de
arbeidende klasse, blank of niet blank, een gevaarlijk bestanddeel
uitmaakt, zoo het niet tot slaven gemaakt werd. En zal dit dan niet
het onvermijdelijk gevolg er van worden?