Het onderzoek naar den werkelijken staat der slavenbevolking in
het Zuiden gaat met vele moeijelijkheden gepaard. Er zijn zoo vele
zaken voor en tegen aangevoerd--zoo vele met betrekking tot het eene
gestaafd en met betrekking tot het andere ontkend, dat de uitkomst
tot niet veel helders heeft geleid.
Door sommigen wordt ons verhaald, dat het leven der slaven een
leven vol gezegende tevredenheid is; dat zij niet naar vrijheid
wenschen; dat men slechts nu en dan hunne dierbaarste banden van
bloedverwantschap verbreekt; dat zij een dom geslacht zijn, bijna
tot den staat van redelooze dieren gezonken; dat zij gewoonlijk goed
behandeld worden, enz.
Bij het doorlezen van eenige honderde nieuwsbladen uit het Zuiden, werd
schrijfster dezes getroffen door de zeer naauwkeurige en omslagtige
beschrijvingen van weggeloopen slaven, die er in voorkomen. Uit deze
beschrijving kunnen wij zeer vele zaken vernemen; de schrijfster
geeft hier eenige voorbeelden van.
Als een bewijs van den tevreden staat waarin de slavenbevolking leeft,
dient dat men in elk van die honderde zuidelijke nieuwsbladen, twee
of drie advertentiën voor weggeloopen slaven aantreft.
Bij het lezen der volgende schets van "slaven zoo als zij zijn,"
lette de lezer vooral op: