Een verstandig man, die mijnheer Doyal! Hij is afkeerig van de
scheiding der gezinnen, en wenscht die vrouw daarom te verkoopen in de
nabijheid van Camden Point, waar hare betrekkingen zijn,--misschien
haar echtgenoot en hare kinderen, of hare broeders en zusters. Hij
zal haar niet van hare familie scheiden, zoo het bij mogelijkheid
vermeden kan worden; dat wil zeggen, indien hij zonder die scheiding
even veel voor haar kan krijgen; doch, zoo dat niet gaat, zal hij "de
beste markt zoeken." Wat zou men van den heer Doyal meer kunnen vergen?
En hoe bloeit die heerlijke handel in den Staat Maryland? Wij nemen
de Baltimore Sun van 23 November 1852 ter hand. De heer J. S. Donovan
geeft daarin aan het Christelijk publiek volgenderwijze inlichtingen
over de inrigting van zijne gevangenis:
Contant geld voor Negers.
Ik ondergeteekende blijf op de oude plaats, No. 13, Camden-street,
voortgaan met den hoogsten prijs voor negers te betalen. Personen,
die negers per spoortrein of stoomboot aanvoeren, zullen gemak
ondervinden indien zij zich tot bewaring dier negers aan mij
rigten, daar mijne gevangenis gelegen is nabij het spoorwegstation
en de aanlegplaats der stoombooten. Ik belast mij met het veilig
bewaren van negers.
J. S. Donovan.
Daarop volgt weder eene andere advertentie:
Slaven benoodigd.
Wij koopen ten allen tijde slaven tot de hoogste contante
prijzen. Personen, die wenschen te verknopen, adresseren zich
No. 242, Pratt-street (oude firma Slatter). Op brieven wordt
geantwoord.
B. M. & W. L. Campbell.
In eene andere kolom heeft de heer John Denning eene advertentie doen
opnemen, wier bewoordingen aan het verhevene grenzen:
Vijf duizend Negers benoodigd.
Ik zal de hoogste contante prijzen betalen voor 5000 negers,
voorzien van goede certificaten, 'tzij slaven voor levenslang of
voor eene bepaalde reeks van jaren, in groote of kleine gezinnen,
of afzonderlijke negers. Ik zal ook negers, die in den Staat
moeten blijven, koopen, mits zij van goed gedrag zijn. Gezinnen
worden nimmer gescheiden. Personen, die slaven te koop hebben,
adresseren zich aan mij, daar het geld steeds voorhanden ligt. Op
orders zal prompt acht geslagen, en eene ruime commissie betaald
worden door John N. Denning, No. 18, South Frederick-street,
tusschen de Baltimore en Second-streets, te Baltimore, in
Maryland. Er staan boomen voor de deur.
Ook de heer John Denning is een menschlievend man. Hij rukt nimmer
gezinnen uiteen. Ziet gij het niet uit zijne advertentie? Zoo iemand
hem eene vrouw aanbiedt zonder haar man, zal de heer John Denning
haar niet koopen. O neen, zeker niet! Zijne vijf duizend negers
bestaan allen uit ongesplitste familiën; andere neemt hij nimmer;
en hij doet ze weêr heel en ongebroken over. Dit is zeker troostrijk
om te overdenken.
Men zie ook den Democrat van 8 December 1852 in, een blad dat te
Cambridge, in Maryland, verschijnt. Daarin berigt zeker heer aan de
slavenhouders van Dorchester en de omliggende graafschappen, dat hij
weder aan de markt is.
Negers benoodigd.
Ik wensen den slavenhouders van Dorchester en de omliggende
graafschappen te berigten, dat ik weder aan de markt ben. Personen,
die negers bezitten, welke voor hun leven slaven zijn, zullen in
hun belang handelen, met mij te spreken, alvorens zij verkoopen,
daar ik voornemens ben de hoogste contante prijzen te betalen,
waartoe de koers der zuidelijke markt regt geeft. Men kan mij
vinden in het hotel van A. Hall, te Easton, waar ik zal vertoeven
tot 1o Julij aanstaande. Brieven, die aan mij te Easton, of aan
Wm. Bell, te Cambridge, gerigt worden, zullen ten spoedigste
worden beantwoord.
Wm. Harker.
Met den heer Harker is zeer goed te handelen. Hij houdt zich op de
hoogte van den staat der zuidelijke markt, en zal de hoogste prijzen
betalen waartoe die markt gelegenheid zal geven. Bovendien zal
hij te vinden zijn tot Julij, en zal hij alle brieven, die men tot
hem rigten mogt, beantwoorden. Over één punt moeten wij hem echter
onderhouden. Hij heeft niet geadverteerd, dat hij geene familiën
scheidt. 't Is wel is waar slechts eene kwestie van smaak; maar
sommige welmeenende lieden staan er op, om het in de advertentie van
een slavenhandelaar te zien; het geeft er een beter oog aan; en als
mijnheer Harker er een oogenblik over nadenkt, zal hij het er gewis
eene volgende maal invoegen. Het neemt weinig plaats weg en staat goed.
Nu en dan brengen de advertentiën wegens ontvlugte slaven ons voor den
geest, in hoe geringe mate het mogelijk bevonden is, om de scheiding
der gezinnen te vermijden; zoo als b. v. bij het lezen van het volgende
in den Richmond Whig van 5 November 1852:
Tien dollars belooning.
Wij zijn gemagtigd door Henry P. Davis, om eene belooning van
10 dollars uit te loven voor het vatten van een neger, genaamd
Henry, die van de plantage van gezegden Davis, nabij Petersburg,
ontvlugt is op Donderdag, 27 October. Gemelde slaaf, afkomstig
uit de nabijheid van Lynchburg, in Virginia, was gekocht van
Cock, en heeft eene vrouw in Halifax County, in Virginia. Hij
was laatstelijk werkzaam aan den Zuider-spoorweg. Welligt houdt
hij zich op in de nabijheid zijner vrouw.
Pulliam & Davis,
Houders van Verkoopingen te Richmond.
De steller der advertentie schijnt het voor mogelijk te houden,
dat Henry in de nabuurschap zijner vrouw is. Wij zouden er ons in
het geheel niet over verwonderen, indien dit het geval ware.
Thans is de lezer in het bezit van eenige der statistieke opgaven
waarvan de bewoner van Zuid-Carolina spreekt, in zijne zinsnede,
die wij hiervoren, op bladz. 27, hebben aangehaald.
Ten einde eenig verder begrip te krijgen van den uitgebreiden handel,
die in deze soort van eigendom plaatsvindt, ga men het volgende
overzigt na, dat opgemaakt is uit vier en zestig nieuwsbladen uit het
Zuiden, voor de hand genomen. Al die bladen hebben het licht gezien
in de beide laatste weken van November 1852.
De negers worden geadverteerd bij naam, soms in bepaalde getallen
en soms in "partijen", "assortimenten" en andere onbepaalde
uitdrukkingen. Hoezeer deze opgemaakte lijst verre zijn moet beneden
de waarheid, geven wij haar niettemin in den vorm eener tabel.
Hier is aangekondigd in slechts elf bladen, de verkoop van acht honderd
negen en veertig slaven, in twee weken, in Virginia; de Staat, waar
de heer J. Thornton Randolph schrijft, dat de scheiding van gezinnen
eene zaak is "waarvan men soms in romans leest."
STATEN waar Aantal der Aantal Getal Getal der
de Bladen het geraadpleegde geadverteerde partijen, geadverteerde
licht zien. Bladen. Negers. enz. Vlugtelingen.
Virginia 11 819 7 15
Kentucky 5 238 1 7
Tennessee 8 385 4 17
Zuid-Carolina 12 852 2 7
Georgia 6 98 2 ..
Alabama 10 549 5 5
Mississippi 8 669 5 6
Louisiana 4 460 4 35
=== ===== === ===
64 4,100 30 92
In Zuid-Carolina, van waar de schrijver in Fraser's Magazine dateert,
zien wij binnen den tijd van twee weken in een enkel dozijn bladen,
acht honderd twee en vijftig negers ten verkoop aangekondigd. Waarlijk,
wij behoorden op de nieuwsbladen van zijnen Staat toe te passen, wat
hij zegt van de Negerhut: "Zoo men zijne begrippen van de slavernij
aan deze papieren ontleende, zou men de slavengezinnen wel als uiterst
ongevestigd en zwervend moeten beschouwen."
Het totaal, in vier en zestig nieuwsbladen in onderscheidene Staten,
voor den tijd van slechts twee weken, is vier duizend een honderd,
behalve nog dertig "partijen" gelijk men ze noemt.
En wie zou nu de hopelooze, nimmer hersteld wordende scheiding des
negers van zijn gezin durven vergelijken met de vrijwillige scheiding
van den vrije, wien noodzakelijke bezigheden eene poos van zijne
betrekkingen verwijderd houden? Is het lot van den slaaf niet reeds
bitter genoeg, zonder deze uiterste bespottingen berispelijksten
hoon? Wel mogen zij uitroepen in hun zielsangst: "Onze ziele vloeit
over van den smaad dergenen die in weelde gezeten zijn, en van de
verachting der trotschaards!"
De jaloersche wet ontneemt den armen neger, die reeds blootgesteld is
aan de bitterste scheiding, het vermogen om te schrijven. Voor hem is
de gapende klove zwart en hopeloos diep, zonder een enkel troostrijk
baken. Onbekend met de aardrijkskunde, weet hij niet werwaarts hij
gaat, noch hoe hij een brief moet adresseren. In alle opzigten is
het eene scheiding, zoo hopeloos als die, welke de dood veroorzaakt,
en even beslissend.