15 Augustus. Seth Woodroof.

Er valt geen twijfelen aan of deze mijnheer Seth Woodroof is

een menschelijk man en wenscht de scheiding van gezinnen zooveel

mogelijk te vermijden. Gewis wenscht hij vurig, dat al zijne smeden

en timmerlieden toch zoo verstandig zullen zijn van geene kinderen

beneden de tien jaren te hebben; doch indien de onbedachtzame kerels

ze toch hebben, wat staat een menschlievend man dan te doen? Hij moet

aan de bestelling van mijnheer die of die voldoen, dat is duidelijk;

en daarom moeten John en Sam maar een laatsten blik werpen op hunne

kinderen, zoo als Oom Tom op de zijnen wierp toen hij aan hun bedje

stond en er groote maar vruchtelooze tranen op neêr liet droppelen.

Neen, vrienden, duidt het dien armen heer Seth Woodroof niet euvel,

dat hij het afgrijselijke, walgelijke werk van het verscheuren van

het levend menschelijke hart verrigt ten uwen dienste! 't Werk is

soms onaangenaam genoeg, zoo als hij u zou kunnen vertellen; en zoo

gij verlangt, dat hij het voor u blijve waarnemen, behandel hem dan

vriendelijk en beweer niet, beter te zijn dan hij.

Maar die voordeelige handel bepaalt zich niet uitsluitend tot de oude

Staten. Zie de volgende advertentiën uit een blad van Tennessee, de

Nachville Gazette van 23 November 1852, waarin de heer A. A. McLean,

algemeen agent voor deze soort van zaken, zijne begeerten en voornemens

te kennen geeft:

Benoodigd.

Ik wensch onmiddellijk vijf en twintig fiksche negers,--mannen

en vrouwen, tusschen 15 en 25 jaren,--te koopen, waarvoor ik de

hoogste contante prijzen betalen zal.

9 November. A. A. McLean,

Algemeen Agent.

De heer McLean schijnt alleen negers tusschen de vijftien en vijf en

twintig jaren te kunnen gebruiken. Deze advertentie komt twee malen

in hetzelfde nommer van genoemd blad voor, waaruit wij moeten opmaken

dat de behoefte van dien heer zeer groot is, en hij stellig vertrouwt,

dat iemand geneigd zal zijn om te verkoopen. Iets verder geeft dezelfde

heer eene andere behoefte te kennen.

Benoodigd.

Ik wensch onmiddellijk te koopen een neger-timmerman. Ik zal een

goeden prijs betalen.

29 September. A. A. McLean,

Algemeen Agent.

De heer McLean doet geene aanvraag om zijne vrouw en kinderen, noch

berigt waarheen die timmerman zal gezonden worden,--of het zal zijn

naar de markt van New-Orleans, of de Roode Rivier op, of benedenwaarts

naar eenige plantage aan den Mississippi, waar hij vrouw of kind nooit

weêr zal zien. Maar zie, altijd in hetzelfde blad, komt de heer McLean

weer met eene nieuwe behoefte voor den dag.

Terstond benoodigd.

Eene Min; welke ook de prijs zij--hij zal betaald worden voor eene

vrouw van goed humeur, gezond gestel enz. Men vervoege zich bij

A. A. McLean,

Algemeen Agent.

En wat moet er worden van het kind van deze min? Misschien op den

oogenblik, dat de heer McLean aanvrage om haar doet, zit zij het aan

hare borst te wiegen en te denken, gelijk zoo menige andere moeder

doet, dat het haast het mooiste en aardigste kind is, dat ooit het

licht aanschouwde; want, hoe vreemd het ook klinke! zelfs zwarte

moeders hebben soms dat gevoel. Maar dat alles doet er niet toe,

men heeft haar noodig als min! Tante Prue kan haar kind overnemen,

en moet het dan maar opbrengen met pap en zoo meer. Weg met haar naar

mijnheer McLean!

Men sla ook een blik op de volgende advertentie, welke doet zien

hoe levendig de handel is in den goeden Staat Alabama. De heer

S. N. Brown zegt namelijk het volgende in den Advertiser and Gazette,

van Montgomery in Alabama:

Negers te koop.

S. N. Brown neemt deze gelegenheid waar, om zijne oude begunstigers

en anderen die slaven willen koopen, te verwittigen, dat hij thans

voorhanden heeft eene zelf door hem uitgezochte en gekochte partij

fiksche jonge negers, bestaande in mannen, jongens en vrouwen,

veld-arbeiders en bekwame huisbedienden, die hij aanbiedt tot den

laagsten prijs, welken de tegenwoordige koersen toelaten. Zijn

kantoor is in de Market-street voorbij de Montgomery Hall, bij

de oude plaats van Lindsay, waar hij voornemens is slaven ten

verkoop te houden voor zijne eigene rekening en niet in commissie,

waardoor hij vermeent allen, die hem zullen willen begunstigen,

naar genoegen te kunnen bedienen.

Montgomery, 13 September 1852.

Wij wenschen te vragen waar die jongens en meisjes door dezen

heer Brown uitgezocht zijn geworden? Wat gevoelden hunne vaders

en moeders toen zij werden uitgezocht? Emmeline is uit het eene

gezin genomen, George uit het andere. De knappe handelaar heeft

uitgestrekte streken doorreisd en op zijn spoor allerwege geween en

hartzeer achtergelaten. Een klein voorval, dat onlangs de ronde door de

nieuwsbladen gemaakt heeft, kan misschien strekken tot verduidelijking

van de tooneelen, die hij veroorzaakt heeft:

Eene slavenhistorie.

In den nacht van Donderdag den 2den dezer vermoordde eene negerin,

behoorende aan Geo. M. Garrison, in Polk County, vier van hare

kinderen, door hen in den slaap de halzen af te snijden, en bragt

daarop zich-zelve op de zelfde wijze om het leven. Haar meester

kent geene aanleiding tot deze afgrijselijke daad, tenzij die

daarin mogt gelegen zijn, dat zij hem er van had hooren spreken

om haar en twee harer kinderen te verkoopen en de overigen te

behouden.

Hoe beminnelijk naïf is de onzekerheid van den meester in dit

geval! Hij weet, dat men bij de negers het gevoel van wel-opgevoede

lieden niet verwachten kan; maar hier doet zich een geval voor,

waarin het schepsel werkelijk onverklaarbaar handelt, en hij kan

geene andere reden bedenken, dan dat hij voornemens was haar van hare

kinderen te scheiden.

Doch bedaar, lieve lezer! het ongeluk was zoo groot niet. Hier waren

het altemaal kinderen van arme lieden, en sommige, ofschoon niet alle,

waren zwart, en dat, weet gij, maakt een hemelsbreed onderscheid!

Maar de heer Brown is de eenige niet in Montgomery. Ook de heer

Lindsey wenscht het publiek te herinneren aan zijn depôt.

De Slavernij: Vervolg en Sleutel op De Negerhut · 第 109 / 220 题