"Welk een onderscheid tusschen Isabella en hare onderhoorigen!"
riep Dr. Worthington met kracht uit. "Voor haar is het een
verlies van rang, van fortuin, van de schoone uitzigten des
levens, misschien zelfs van de gezondheid; want onvermijdelijk
zal zij bezwijken onder de ongewone werkzaamheden en ontberingen,
die zij zal moeten ondergaan. Doch voor hen is het niets dan eene
verandering van meesters."
"Ja, want de buren willen niet gedoogen dat een der huisgezinnen
verstrooid worde."
"Natuurlijk niet. Van zoo iets leest men wel eens in romans; maar
in het werkelijke leven heb ik het nooit gezien, dan in zeldzame
gevallen, of als de slaaf zich aan eene overtreding of misdaad
had schuldig gemaakt, voor welke hij in het Noorden gevangen
gezet zou zijn, misschien wel levenslang.--Cabin and Parlour,
door J. Thornton Randolph, blz. 39.
"Maar ik zeg u, zij zullen ons allen naar Georgia verkoopen. Hoe
ontkomen wij daaraan?"
"Daarin zult ge u wel vergissen," antwoordde Oom Peter zeer
bepaald. "In deze streken heb ik nog nooit van zoo iets gehoord,
tenzij als een neger zich buitengewoon slecht gedragen had."
Door zulke penseeltrekken als de bovenstaande, geeft de heer Thornton
Randolph ons eene schets van de aartsvaderlijke bestendigheid en
veiligheid van den toestand van den slaaf in de oude Staten. Dat een
slaaf buiten den Staat verkocht werd, heeft Dr. S. Worthington nooit
gehoord, behalve in zeldzame gevallen voor eenigerhande misdaad;
en Oom Peter heeft daar zelfs nooit iets van vernomen.
Is dit eene trouwe schets?
Het ergste kwaad van de slavernij is haar noodlottige invloed op het
huisgezin; en, naar het inzigt van schrijfster dezes, is het een kwaad,
dat blijkbaarder en onweêrsprekelijker is dan eenig ander.
't Is evenwel juist op dit punt, dat de voorstellingen, vervat in
de Negerhut, de sterkste tegenspraak ondervonden hebben, hetzij
zijdelings als door den bovenaangehaalden romanschrijver, hetzij
meer regtstreeks in de nieuwsbladen, zoowel van het Noorden als van
het Zuiden. Die van het Noorden verraadt, om het minst te zeggen,
de grootste onbekendheid met de zaak, die van het Zuiden doet gewis
groot onregt aan den roem van waarheidsliefde en eerlijkheid der
zuidelijke burgers. Alle streken des lands hebben gebreken, die daar
eigenaardig zijn. De feil van het Zuiden, in het algemeen genomen,
is geene bloohartige ontwijking en misleiding. Met groote verbazing
las de schrijfster de volgende zinsneden in een artikel in Fraser's
Magazine, afkomstig van iemand, die zegt in Zuid-Carolina te wonen:
Mevrouw Stowe's geliefdkoosd voorbeeld van de magt der meesters
ten nadeele van den slaaf, is de scheiding der familiën. Men
spreekt ons van kinderen van tien maanden, die uit de armen hunner
moeders verkocht worden, en van mannen, wier bedrijf bestaat in
het opkweeken van kinderen, om van de zijde der moeder verkocht
te worden, zoodra zij oud genoeg zijn om de scheiding te kunnen
doorstaan. Zoo wij onze kennis van dit punt der slavernij uit
mevrouw Stowe's boek moesten putten, zouden wij de slavengezinnen
als uiterst onbevestigd en zwervend moeten beschouwen.
En verder:
Wij gelooven met vertrouwen, dat, indien statistieke opgaven
te verzamelen waren, om over dit punt licht te verspreiden,
daaruit blijken zou dat onder de negers veel minder scheiding in
de gezinnen plaats vindt dan bij eenige andere klasse van personen.
Daar de schrijver van dat artikel echter blijkbaar een man van eer
is en vele edele en lofwaardige gevoelens aan den dag legt, kan
men niet onderstellen dat deze beweringen werden nedergeschreven om
te verdraaijen of te misleiden. Zij zijn dus slechts te beschouwen
als bewijzen van de gemakkelijkheid, waarmede een vooringenomen oog
dikwijls de onmiskenbaarste feiten over het hoofd ziet, wanneer zij
indruischen tegen een geliefkoosd denkbeeld of stelsel, of wanneer zij
in hunne strekking ongunstig zijn voor iemands land of familie. Zoo
zullen de bewoners van eene plaats, wier ongezondheid algemeen bekend
is, gelooven en beweren,--en dit met de meeste opregtheid--dat er in
hunne stad minder ziekte heerscht, dan in eene andere, van dezelfde
uitgebreidheid, in de geheele wereld. Zoo houden ook ouders hunne
kinderen dikwijls voor onberispelijk, juist in die punten, waarin
anderen hen het gebrekkigst vinden. De oplossing van dit verschijnsel
is natuurlijk en prijzenswaardig, en doet ons achting koesteren voor
onze zuidelijke broeders.
Er is nog eene andere omstandigheid, waarop men, bij het lezen van
zulke beweringen, acht moet geven. Uit het aangehaalde geschrift
blijkt, dat de schrijver tot de weinigen behoort, die het bezit
van eene volstrekte en onverantwoordelijke magt beschouwen als de
krachtigste beweegreden om er een matig gebruik van te maken. Zulke
menschen zijn doorgaans door vriend- en bloedverwantschap verbonden met
anderen van soortgelijke inborst, waardoor zij zeer ligt in de dwaling
vervallen van ieder volgens henzelven te beoordeelen en te denken,
dat eene zaak voor de geheele wereld dienstig kan zijn omdat zij
goed werkt in hun onmiddellijken kring. Het kan dan ook niet anders,
of de velerlei omstandigheden, die sedert de dagen der kindschheid
zamenwerken om den neger te verlagen en als minder te doen voorkomen
in de oogen van een inboorling van het Zuiden,--het bestendige gebruik
om van hen te spreken en te hooren spreken en hen geadverteerd te
zien in vereeniging met paarden, muilezels, veevoeder, varkens, enz.,
gelijk in de zuidelijke nieuwsbladen dagelijksch werk is,--dit alles
moet, zelfs bij de regtschapenste menschen, eene zekere verwarring
te weeg brengen met opzigt tot de belangen, smarten, genegenheden,
van degenen die niet bepaaldelijk tot hun eigen kring behooren,
waardoor zij ten hoogste ongeschikt worden om hun toestand juist te
beoordeelen. De schrijfster is hierdoor dikwijls bijzonder getroffen
geworden bij het lezen van brieven van vrienden uit het Zuiden, die, op
dezelfde bladzijde, het een of ander melden betrekkelijk den toestand
van de negers in het Zuiden, en dan voortgaan, en, in verband met
andere onderwerpen, feiten aanvoeren, die alles weder schijnen tegen
te spreken. Wij allen kunnen nagaan hoe die vermenging van het eene
met het andere op ons zou werken. Werden wij genoopt op te geven hoe
dikwijls de koeijen onzer buren van hare kalven gescheiden zijn, of hoe
dikwijls hun huisraad en overige bezitting verspreid en uiteengerukt is
geworden door geregtlijke verkoopingen, wij zouden ons geneigd vinden
te verklaren, dat het een ongeluk was, dat niet dikwijls plaats vindt.
Doch slaan wij een paar nieuwsbladen van Zuid-Carolina open, uitgegeven
in denzelfden Staat waar die heer woont, en gaan wij de advertentiën
van ééne week na. De schrijfster heeft er eenige verkortingen in
gebragt, die in de zaak zelve geene verandering maken.
Geregtelijke verkoop van twaalf fraaije Negers.
Fairfield District.
R. W. Murray en echtgenoote c. s.
contra in Equity.
William Wright en echtgenoote c. s.
Ingevolge bevelschrift van het "Court of Equity," in bovenstaande zaak
uitgevaardigd in de Julij-zitting van 1852, zal ik op den eersten
Maandag in Januarij aanstaande, vóór het Geregtsgebouw te Winnsboro',
in het openbaar aan den hoogstbiedende toewijzen,