Deze wet is ook verbindend voor Nederlandsch-Indië.
De in art. 7 bedoelde beschrijving en het in dat artikel mede
bedoelde exemplaar van het kunstwerk worden wanneer zij in
Nederlandsch-Indië vervaardigde kunstwerken of die waarvan de
oorspronkelijke vervaardigers in Nederlandsch-Indië woonachtig
zijn, betreffen, ingezonden aan den hoofdambtenaar, daartoe door
den Gouverneur-Generaal aan te wijzen; door de zorg van dezen
hoofdambtenaar wordt daarvan opgave gedaan in de Javasche Courant,
en op hem rusten de verplichtingen, bij art. 8 dezer wet aan den
betrokken Minister in Nederland opgedragen.
De Nederlandsche Staatscourant en de Javasche Courant nemen wederkeerig
de opgaven zoo spoedig mogelijk van elkander over.
In het geval, bedoeld in artikel 16, zijn voor Nederlandsch-Indië
van toepassing de overeenkomstige bepalingen van de aldaar geldende
reglementen, met inachtneming van het verschil, dat bestaat tusschen
de wetgeving voor de Europeanen en met deze gelijkgestelden en die
voor de inlanders en met deze gelijkgestelden.