Hij aan wien het auteursrecht op een kunstwerk, in art. 1 of 4 bedoeld,
toekomt, kan in beslag nemen en afgifte of vernietiging vorderen van
exemplaren welke in strijd met zijn uitsluitend recht zijn vervaardigd,
ook zelfs wanneer die exemplaren aan een onroerend goed aard- of
nagelvast zijn gemaakt of door bestemming onder onroerende zaken
worden begrepen.
Hij, die het beslag legt, moet de schade vergoeden, door het losmaken
der exemplaren, aan het onroerend goed waaraan zij waren vastgehecht,
toegebracht.
Het beslag kan niet worden gelegd op enkele exemplaren, onder personen
berustende, die in zoodanige voorwerpen geen handel drijven en deze
tot eigen gebruik hebben verkregen.
De artikelen 722 tot en met 726 van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering zijn op dit beslag van toepassing.