De misdrijven, in de artt. 12 en 13 bedoeld, worden niet vervolgd, dan
op klachte van hem, tegen wien zij gepleegd zijn. Gaan die misdrijven
gepaard met een volgens het Wetboek van Strafrecht strafbaar bedrog,
dan gelden omtrent dit laatste de algemeene regelen ten aanzien der
strafvervolging.