Hij, die een werk van beeldende kunst, door een ander vervaardigd,
op wettige wijze, maar door eene andere beeldende kunst of door
eene mechanische bewerking namaakt, heeft op dien namaak het recht
bij art. 1 aan den oorspronkelijken vervaardiger van een kunstwerk
toegekend, hetzij van het oorspronkelijke kunstwerk een bij art. 1
bedoeld uitsluitend recht bestaat of niet.