Deze wet is ook verbindend voor Nederlandsch-Indië.
De aldaar door den druk gemeen gemaakte werken behooren te worden
ingezonden aan den directeur van justitie, door wiens zorg daarvan
opgaaf gedaan wordt in de Javasche Courant, en op wien verder de
verplichtingen rusten, bij deze Wet aan het Departement van Justitie
opgedragen.
De Nederlandsche Staatscourant en de Javasche Courant nemen wederkeerig
de opgaven zoo spoedig mogelijk van elkander over.
In het geval, bedoeld in art. 22 zijn voor Nederlandsch-Indië van
toepassing de gelijksoortige bepalingen van de aldaar geldende
reglementen, met inachtneming van het verschil dat bestaat tusschen
de wetgeving voor de Europeanen en met deze gelijkgestelden en die
voor de inlanders en met deze gelijkgestelden.
Geen auteursrecht op een vóór het in werking treden dezer wet in
Nederlandsch-Indië door den druk gemeen gemaakt werk kan worden
uitgeoefend, tenzij ten opzichte van dat werk gehandeld wordt
overeenkomstig art. 25.