Artikel 25

Geen auteursrecht op een vóór het in werking treden dezer wet door

den druk gemeen gemaakt werk, dat volgens de vroegere wetgeving niet

voor recht van kopij vatbaar was of omtrent hetwelk de destijds

vereischte formaliteiten niet behoorlijk zijn in acht genomen,

kan worden uitgeoefend, tenzij de auteur, uitgever of drukker

binnen één jaar na het in werking treden dezer wet twee exemplaren,

op het titelblad of bij gebreke daarvan op den omslag eigenhandig

onderteekend, inzendt bij het Departement van Justitie, met opgaaf

van zijne woonplaats en van het tijdstip der oorspronkelijke uitgave.

Dit tijdstip strekt tot aanvangspunt bij de berekening van den duur

van het auteursrecht, behoudens tegenbewijs.

Het in dit artikel bedoelde auteursrecht kan niet worden ingeroepen

tegen werken, die reeds vóór het in werking treden dezer wet zijn

aangevangen of voltooid en destijds geoorloofd waren.

Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht · 第 91 / 215 题