Geen auteursrecht op een vóór het in werking treden dezer wet door
den druk gemeen gemaakt werk, dat volgens de vroegere wetgeving niet
voor recht van kopij vatbaar was of omtrent hetwelk de destijds
vereischte formaliteiten niet behoorlijk zijn in acht genomen,
kan worden uitgeoefend, tenzij de auteur, uitgever of drukker
binnen één jaar na het in werking treden dezer wet twee exemplaren,
op het titelblad of bij gebreke daarvan op den omslag eigenhandig
onderteekend, inzendt bij het Departement van Justitie, met opgaaf
van zijne woonplaats en van het tijdstip der oorspronkelijke uitgave.
Dit tijdstip strekt tot aanvangspunt bij de berekening van den duur
van het auteursrecht, behoudens tegenbewijs.
Het in dit artikel bedoelde auteursrecht kan niet worden ingeroepen
tegen werken, die reeds vóór het in werking treden dezer wet zijn
aangevangen of voltooid en destijds geoorloofd waren.