Onverminderd de burgerlijke rechtsvordering, voortvloeiende uit elke
inbreuk op het auteursrecht, wordt hij, die opzettelijk inbreuk maakt
op eens anders auteursrecht, gestraft met geldboete van ten minste
vijftig cents en ten hoogste tweeduizend gulden.
De door middel van het misdrijf verkregen exemplaren, alsmede de
den schuldige toebehoorende platen, vormen en matrijzen, die tot het
plegen van het misdrijf gediend hebben, worden ten behoeve van den
Staat verbeurd verklaard.
Voor het rijk in Europa krachtens art. 7 der wet van 15 Januari
1886 (Stbl. no. 6) vervangen door artikel 349 bis van het Wetboek
van Strafrecht:
Hij die opzettelijk inbreuk maakt op eens anders auteursrecht,
wordt gestraft met geldboete van ten hoogste tweeduizend gulden.
De door middel van het misdrijf verkregen exemplaren, alsmede
de den schuldige toebehoorende platen, vormen en matrijzen,
die tot het plegen van het misdrijf gediend hebben, worden
verbeurdverklaard.