De uitsluitende bevoegdheid om dramatisch-muzikale werken of
tooneelwerken uit- of op te voeren, gaat verloren zoodra die
werken door den druk zijn gemeen gemaakt, tenzij de auteur bij de
oorspronkelijke uitgave, op het titelblad of bij gebreke daarvan op den
omslag van het werk, zich die bevoegdheid uitdrukkelijk voorbehoudt.
§ 3 Duur van het auteursrecht