Het recht om geschriften, plaat-, kaart-, muziek-, tooneelwerken en
mondelinge voordrachten door den druk gemeen te maken, alsmede om
dramatisch-muzikale werken en tooneelwerken in het openbaar uit- of
op te voeren, komt uitsluitend den auteur en zijnen rechtverkrijgenden
toe.
Met eene uit- of opvoering in het openbaar wordt gelijkgesteld elke
uit- of opvoering, die tegen betaling, voor eens of voor meermalen,
toegankelijk is, zelfs dan wanneer bovendien eene ballotage gevorderd
wordt.