DE OBJECTEN

§ 1 Algemeen overzicht en groepeering 126

§ 2 Geschriften

a Kenmerkende eigenschappen 137

b Vorm en inhoud 143

c Practische toepassingen van het voorgaande 169

I Vereischten waaraan een geschrift moet voldoen

om object van auteursrecht te zijn 170

II Het recht van den vertaler 176

III Het uitsluitend vertalingsrecht 180

IV Het recht van den bewerker en het uitsluitend

bewerkingsrecht 186

§ 3 Wetenschappelijke en technische platen en kaarten 195

§ 4 Werken der toonkunst 202

§ 5 Dramatisch-muzikale werken, balletten en pantomimes 211

§ 6 Werken van beeldende kunst 219

§ 7 Kunstnijverheid, photographie en bouwkunst 228

Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht · 第 13 / 215 题