EEN EXTRA VACANTIE-DAG MET EEN VOETREIS, EEN HOND EN EEN VECHTPARTIJ
EN ZOO AL MEER.
"Jongens, ik moet morgen naar een onderwijzersvergadering in de
stad. Als jullie er niet op tegen hebt, kun je dan den heelen dag
vacantie krijgen. Zeg op, wie is er tegen."
Een blij gejuich steeg uit de zesde klasse op. Jan Kodde greep
werktuigelijk naar zijn hoofd, want hij voelde een onweerstaanbare
behoefte om zijn pet naar boven te gooien en zoo hard als hij kon
"leve de meester" of iets dergelijks feestelijks te roepen, maar
zijn pet hing in de gang. Een oogenblik zon hij op iets anders,
maar er was niet zoo gauw iets bij de hand; niets, dan zijn lei en
't was toch een beetje àl te kras om die een luchtreis te laten maken
als uiting van je plezierige stemming. En juist op 't oogenblik toen
hij in blije geestvervoering wou aanheffen: "Lang zal ie leven,"
tikte de bovenmeester op de bank en zei:
"Nou zie ik meteen eens, hoe jullie op mijn gezelschap gesteld
bent. 't Is fraai, dat moet ik zeggen... Neen, zwijg maar stil. 'k
Ben er heelemaal van overstuur."
"Ik ook meester!" jubelde Jan.
"Jij? Van wat, jij?"
"Van verdriet, dat die meestersvergadering maar één dagje duurt."
Weer een hartelijk gelach, waaraan meester gretig mee deed.
"En nou, jongens, aan 't werk."
"En wij, meester?" vroeg Grietje van der Plas. "De meisjes niet?"
"Ja zeker, kleine plaaggeest; jullie ook."
Langzaam, maar werkelijk langzaam keerde de rust in de klas terug en
zaten allen te pennen aan hun taalles: "In de duinen."
Jan schreef in 't begin goed door, maar na een minuut of tien verslapte
hij wat.
De duinen! Jongen ja, dat was een idee! Als hij morgen eens een tocht
kon doen naar Zandstede, dat was een kleine twee uur gaans. Boterhammen
mee en in de duinen ravotten. Hij was er nog nooit geweest, maar wist
toch, hoe mooi het daar was in de bosschen langs den duinvoet en in
de duinen zelf, die daar wel een uur breed waren.
En hoe meer hij er over dacht, hoe meer het plannetje hem
toelachte. Maar niet alleen! Hij moest goed gezelschap hebben,
een paar leuke kerels. Wacht: Gommert en Hein, dat waren geknipte
lui. Op onverklaarbare manier ontvingen de twee uitverkorenen eenige
oogenblikken later een stukje kladpapier met de uitnoodiging:
Ga je morgen den heelen dag mee naar Zandstede? Boterhammen mee.
Reuze lol.
Jan.
En nog een paar minuten later kwam het antwoord, door geheimzinnige
handen overgebracht; een: