De Maarte komt besneeuwd

* * * * *

Half rood, half groen

de hagen staan,

half beukenhout,

half ieuwen;

ik hope dat

vrouw Lente zal

verneschen en

vernieuwen

dat dood nu is;

* * * * *

in tusschentijd

mij wellekom

gij, winter, zijt

omdat gij

. . . . . . .

* * * * *

De dagen langen nauw genoeg,

maar toch, ik kan bespeuren

* * * * *

Gij, winden, kunt o--o--

o--o--o--o--

o--o--o--o--

ik bidden kan.

Laatste verzen · 第 153 / 155 题