Brijkroode oude wanden

* * * * *

Ik weune bij de zee,

de blauwe zee, de baren

ze staan tot in mijn huis,

en de onafmeetbaarheid

* * * * *

Welgekomen zijt mij allen,

die na duizend ongevallen,

op des werelds wilde zee,

zoekt en ziet de blijde haven

* * * * *

Vijfden van de sture maand,

die des winters wegen baant

* * * * *

o Sneeuw, gewolde dracht

der witte wintervelden

* * * * *

Laatste verzen · 第 151 / 155 题