KORTRIJK, 8-9/3 '98.

[1] Dit hier is een gedichtje op mijn ondervinden van 't geen men,

geloove ik, _Couleurs complémentaires_ heet; de _zwarte_ letters in mijn

brevier waren schoon _bloed_rood; de _roode_, helder _vert-de-gris_;

enz. gelijk in 't gedicht'

Het moet gelezen worden.

l[)a] lá l[)a] l[)a]--l[)a] lá l[)a] l[)a],

l[)a] lá--l[)a] lá--l[)a] liere

l[)a] l[)a] l[)a] l[)a].

Laatste verzen · 第 89 / 155 题