IN SPECULO

Hoe kan dit zijn,

o Schepper van hierboven,

dat ik U maar

en zie als in een' glans,

als in een glas

te zelden onbestoven

van doom en stof,

en nooit geheel en gansch?

Zoo Gij bestaat,

en God zijt, moet het wezen,

dat ik U zie:

dat, zonder doek, entwaar,

ik schouwen kan

en, schouwende, in 't nadezen,

vanbij U zie

en eeuwig op U staar!

Hoe kan dat zijn:

om niet en is gegeven,

uit Uwe hand,

het leefvermogen, dat

mij zuchten doet

en zoeken, naar een leven

dat alle goed,

in 't zien van U, bevat!

Daar komt toch eens,

ten oosten uit, een dagen,

een dageraad,

eene eeuwigheid, die niet

meer weg en kan

noch weder, noch vertragen

het zielgezucht

dat zoekt en niet en ziet.

Mijne ooge zal

eens vol U zien, en varen

zoo 't druppelken

in zee, dat is versmoord:

zij zal U zien,

verafgrond in de baren

der ziende zee,

die bedde en heeft noch boord!

Laatste verzen · 第 59 / 155 题