DIE MIJN HERT BEMINT

Die mijn hert bemint, o konde ik

hem gevinden! Heere, vonde ik

U, mijn hert, mijn toeverlaat,

wiste ik waar hij henengaat.

Ver van mij, dat ben ik zeker,

is de liefde- en troostinspreker,

want mijn herte zwemt, o wee,

in een wijde tranenzee.

Is hij in de blommen? Neen-hij:

in goud, rijkdom of gesteen hij,

als hij in mijn hert niet is,

neen-hij, neen-hij, neen gewis.

--/3/'97.

Laatste verzen · 第 49 / 155 题