De vier heilige Evangelisten:
--'t Dondert onder grond.--De graven gapen.--'t Splijt
een klove, die tot in de moergebinten bijt
der bergen.--Zonne en mane en sterren houdt de Dood,
--al 't licht van dezen dag,--geborgen in den schoot
van heure afschuwlijkheid.--Zij nadert tot den stam,
daar overwonnen, hij, die haar verwinnen kwam,
uit vrijen halze, en eer zij hem aan 't lijf besteelt,
--bij 't deinzen van de dood,--zijn' ziele aan God beveelt
en--sterft.