GEKRUIST.

Spotlied. De oversten des Volks:

Verloochend en verlaten,

daar hangt hij,--onze Koning! hij!--

ten spotliede, achter straten,

--_Eli! Eli! Sabacthani_,--

van elkendeen!--_Eli! Eli!_

De Schriftgeleerden:

Die alleman, voordezen,

genaast, nu wilt genezen

u zelven, zoo Gods zoon gij zijt;

en leert ons, eer de dood u bijt,

wach!--ons--geloovig wezen!

De joodsche Priesters:

_Eli! Eli!_--Wat wilt de man,

die 's Heeren bidsteê breken kan

en maken, na drie dagen,

--Gods zone is hij!--wat wilt hij dan

der dieven dood verdragen?

't Roomsch krijgsvolk:

"_Mij dorst!_"--Laat ons Elias zien

--haalt edik!--hem nu hulpe bien;

en, kan 't, zoo moge 't nu geschiên,

hetgeen hij zei, voordezen,

volbracht, dat 't al ging wezen!

Jesus:

o Vader, gij die alles ziet

hetgeen zij doen, ze'n weten 't niet:

vergeeft het hun!

De vrienden des Heeren, 3 maal slaande op hunne borst:

't Is onze schuld:

Lam Gods, aleer gij sterven zult,

vergeeft het ons!--'t Wordt middernacht...--

Lam Gods!...--Lam Gods!...

Jesus:

't Is al volbracht!

Laatste verzen · 第 38 / 155 题